Naar één nieuw bestuursrechtelijk college
Regeerakkoord

In het regeerakkoord van het huidige kabinet staat dat “de Raad van StateHoogste adviescollege van de staat dat adviseert over alle wetsontwerpen en algemene maatregelen van bestuur; de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist in hoogste instantie in geschillen over besluiten van overheidsorganen. wordt gesplitst in een rechtsprekend deel en een adviserend deel. Het rechtsprekende gedeelte wordt samengevoegd met de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven.”
Versnipperd
Al langer is er kritiek op de wijze waarop de bestuursrechtspraakRechtspraak die zich bezighoudt met geschillen over besluiten van een bestuursorgaan. De geschillen kunnen zich zowel tussen particulieren, organisaties en bestuursorganen als tussen bestuursorganen onderling afspelen. Bestuursrecht is de moderne benaming voor wat vroeger administratief recht heette. (rechtspraak waarbij een overheidsorgaan is betrokken) is georganiseerd. Delen van het bestuursrecht zijn nu verspreid over genoemde rechtsprekende organen. Door de versnippering over verschillende instanties is het stelsel van bestuursrechtspraak niet erg inzichtelijk. Ook komt het in de praktijk voor dat er afbakeningsvragen zijn: wie is nu precies in welke zaak bevoegd? Bovendien is de rechtseenheid binnen het bestuursrecht niet verzekerd. Behalve de versnippering en de gevolgen daarvan, vindt ook niet iedereen het staatsrechtelijk en rechtsstatelijk zuiver dat de Raad van State, een orgaan dat de overheid adviseert, daarnaast ook rechtsprekende taken heeft.
Inzichtelijk stelsel
De Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. staat positief tegenover het voornemen van de regering om te komen tot één nieuw bestuursrechtelijk college, staat in het position paper. In de eerste plaats vergroot het de inzichtelijkheid van het stelsel van bestuursrechtspraak en horen afbakeningsvragen tot het verleden. In de tweede plaats komt het de rechtseenheid binnen de bestuursrechtspraak ten goede. Een derde argument is het synergievoordeel dat optreedt bij een samengaan van de drie rechtsprekende organen.
Twee varianten
In het position paper worden twee varianten voor de uitvoering van het voornemen in het regeerakkoord onderscheiden.
In de eerste plaats het tot stand brengen van een nieuw, tot de rechterlijke machtRechters en officieren van justitie. De rechters worden tot de zittende magistratuur gerekend en de officieren van justitie tot de staande magistratuur. De rechter blijft zitten tijdens de zitting, de officier van justitie voert staande het woord. behorend gerecht dat de bestuursrechtspraak in hoogste instantie voor zijn rekening neemt. Met de Hoge Raad, de gerechtshoven en de rechtbanken vormt dit nieuwe rechtsprekende orgaan dan de rechterlijke macht. Volgens de Raad voor de rechtspraak is dit de meest logische variant. Er ontstaat een consistent stelsel van rechtspraak, waarin op alle rechtsgebieden zowel de eerste als de hogere instanties zijn vertegenwoordigd. “Daarmee wordt duidelijk dat de rechterlijke macht één organisatie is, waarvan de samenstellende delen samen de derde staatsmacht representeren.” Over de constitutionele positie van het nieuwe rechterlijke college kan geen onzekerheid bestaan.
Niet wenselijk
De andere variant is dat het nieuwe bestuursrechtelijke college wordt ondergebracht bij de Raad van State. De Raad voor de rechtspraak vindt dit niet wenselijk. Niet alle genoemde voordelen komen in deze variant binnen bereik. Colleges die nu tot de rechterlijke macht behoren, worden daar in deze variant uitgehaald. Ook blijft het staatsrechtelijke en rechtsstatelijke bezwaarProtest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. gelden dat de Raad van State tegelijkertijd rechtsprekende en adviserende taken heeft.
Statuur en gezag
De Raad voor de rechtspraak spreekt zich er niet principieel over uit of het nieuwe bestuursrechtelijke college onder de Raad voor de rechtspraak moet ressorteren of - net zoals de Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast. - zelfstandig moet zijn. “In elk geval is van belang dat het nieuwe bestuursrechtelijke college zodanig wordt gepositioneerd dat het voldoende statuur en gezag heeft.”