Raad: maak het makkelijker om wraakporno te bestraffen
Raad voor de rechtspraak kritisch over strenge eisen bewijs in wetsvoorstel

Het verspreiden van wraakporno is tot nu toe niet expliciet strafbaar. Daardoor moet de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. voor een vervolging vaak teruggrijpen op andere strafbaarstellingen, zoals die van smaad of laster. Met deze nieuwe wet wordt het eenvoudiger om het verspreiden van wraakporno aan te pakken en is een gevangenisstraf van maximaal 2 jaar mogelijk.
Voorwaardelijke opzet is voldoende
Punt van zorg is volgens de Raad de erg hoge eisStrafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. die het nieuwe wetsartikel aan het bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. stelt. Dit geldt zowel voor het bezitten of verspreiden van onrechtmatig verkregen beeldmateriaal, als voor de verspreiding van beeldmateriaal met de bedoeling om iemand te benadelen. In het eerste geval moet de dader hebben geweten dat het materiaal onrechtmatig was verkregen. De Raad stelt voor hieraan toe te voegen dat het ook voldoende is als iemand dit redelijkerwijs kon vermoeden.
Bij het verspreiden van beeldmateriaal met de bedoeling iemand te benadelen moet de rechter volgens het wetsvoorstel vaststellen dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. daadwerkelijk deze bedoeling had en wist dat een ander door verspreiding zou worden benadeeld. Dat bewijs is in de praktijk lastig te leveren. De Raad vraagt de minister duidelijk aan te geven of het de bedoeling is dat er zulke zware eisen aan het bewijs worden gesteld, en of niet met een lichtere opzetvariant – het zogenoemde ‘voorwaardelijk opzet’ – kan worden volstaan. In dat laatste geval is het ook voldoende als iemand redelijkerwijs had kunnen weten dat hij iemand zou benadelen.
Belangrijke wet
Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen.: ‘Deze wet is belangrijk voor de berechting van daders van wraakporno. Door de aanpassing komen er meer mogelijkheden om te vervolgen voor gevallen die nu tussen wal en schip vallen.’ De Raad is het eens met de minister dat hiervoor een apart wetsartikel nodig is. Bakker: ‘Het doet recht aan de omvang en impact van dit probleem in de samenleving en de snelheid waarmee de techniek zich ontwikkelt.’
Ten slotte vindt de Raad het een goede zaak dat deze wetgeving niet op zichzelf staat, maar dat er ondersteunende maatregelen zijn aangekondigd zoals beleid om jongeren meer bewust te maken van de gevaren van misbruik.