Raad voorstander wettelijke verankering 'stille bewindvoering'
Dit stelt de Raad in zijn advies over het wetsvoorstel ‘Wet continuïteit ondernemingen I’. Ook vraagt de Raad aandacht voor de hogere werklast en kosten die de nieuwe werkwijze met zich meebrengt voor de Rechtspraak.
Doorstart
Donderdag 6 februari debatteert de Tweede KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. over een pakket wetsvoorstellen waarmee het kabinet het faillissementsrecht wil moderniseren. Onderdeel van het pakket is een wetsvoorstel dat de zogeheten 'stille bewindvoering' wettelijk wil verankeren. Deze aanpak, ook wel bekend als prepack, biedt bedrijven met ernstige financiële problemen meer kansen op een doorstart. Binnen een korte periode - vaak enkele weken - kan een stille bewindvoerderPersoon die door de rechter is aangesteld om de geldzaken en het bezit van een ander te beheren, die hier (tijdelijk) zelf niet (meer) goed toe in staat is. achter de schermen een faillissement efficiënt voorbereiden en tegelijk een doorstart van de levensvatbare bedrijfsonderdelen bespoedigen. In de praktijk heeft inmiddels een aantal rechtbanken ervaring met deze aanpak opgedaan. Deze praktijk wordt met dit wetsvoorstel nu wettelijk verankerd.
Sterke roep
De wettelijke inbedding van de ‘stille periode’ komt tegemoet aan een sterke roep uit de praktijk naar dit soort wetgeving. Wel is een aantal onderdelen van het wetsvoorstel - zie Memorie van Toelichting (pdf, 187 kB) - voor verbetering vatbaar, stelt de Raad in zijn advies. Met name de transparantie, het tijdig informeren van de betrokken partijen en het toezicht door de beoogd rechter-commissaris zijn nu nog onvoldoende uitgewerkt. Deze elementen vindt de Raad van extra belang omdat de stille bewindvoering zich per definitie buiten de openbaarheid afspeelt.
Toezicht
Daarom adviseert de Raad dat wettelijk wordt vastgelegd dat de beoogd curatorEen curator is iemand die door de rechter is aangewezen om geldzaken en andere belangrijke zaken (zoals zorg en wonen) te regelen voor iemand die dat zelf niet kan. de beoogd rechter-commissaris gevraagd en ongevraagd informeert tijdens de 'stille periode'. Onder andere door standaard verslag te doen van zijn werkzaamheden. Zo kan de beoogd rechter-commissaris voldoende toezicht houden. Deze toezichthoudende rol moet volgens de Raad expliciet in de wet worden opgenomen. De beoogd curator dient niet alleen verantwoording af te leggen aan de rechter-commissaris, maar ook aan de samenleving. Het openbaar verslag van zijn werkzaamheden zou vanwege de transparantie snel gepubliceerd moeten worden - bij voorkeur binnen één week na faillissement.
Vrijblijvend
Ook de verhouding tussen de beoogd curator en de betreffende onderneming (de schuldenaar) is 'te vrijblijvend' geregeld in het wetsvoorstel, aldus de Raad. De schuldenaar dient 'desgevraagd en ongevraagd' alle inlichtingen te verschaffen aan de beoogd curator die nodig zijn voor het uitoefenen van zijn taken en bevoegdheden. Ook adviseert de Raad de minister dringend om af te zien van de mogelijkheid dat de beoogd curator een verklaring aflegt waarin hij zich tegenover de onderneming bindt om bij faillissement bepaalde rechtshandelingen niet te 'vernietigen'. Hierdoor kan de beoogd curator op dit punt aansprakelijk gesteld worden. Dat is – ook omdat de beschikbare informatie tijdens de stille periode beperkt is – ongewenst, vindt de Raad.
Extra kosten
De extra kosten voor de Rechtspraak die de invoering van het wetsvoorstel met zich meebrengt zijn substantieel: jaarlijks zo'n 835.000 euro, is de inschatting. De Raad vraagt nadrukkelijk aandacht voor deze financiële consequentie. De extra kosten worden onder meer veroorzaakt doordat de rechter-commissaris ongeveer twee keer zo veel tijd kwijt is aan stille bewindvoering dan aan een regulier faillissement. Daarnaast leidt de nieuwe werkwijze jaarlijks naar verwachting tot honderden extra verzoekschriftprocedures en insolventie-handelingen.
De Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. publiceerde in oktober 2013 al zijn advies over het wetsvoorstel rond faillissementsfraude.