Rechterlijke specialisatie mensenhandel in alle gerechten
Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) inventariseerde recent de stand van zaken per gerechtRechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Hoge Raad.. Uit de inventarisatie blijkt dat inmiddels alle elf rechtbanken en vier gerechtshoven concreet invulling geven aan rechterlijke specialisatie op het gebied van mensenhandel (vaak prostitutie maar in toenemende mate ook economische uitbuiting van al dan niet illegale werknemers). De gespecialiseerde rechters (rechtbanken) en raadsheren (gerechtshoven) worden ondersteund door eveneens gespecialiseerd personeel.
Doelstelling
Eind vorig jaar formuleerde het LOVS de doelstelling van rechterlijke specialisatie op het gebied van mensenhandel (Zie ook:Rechterlijke specialisatie in mensenhandelzaken). Eerder dat jaar had de Nationaal Rapporteur Mensenhandel Corinne Dettmeijer de Rechtspraak dit aanbevolen. Zij stelde in een rapport dat ‘specialisatie en opleiding noodzakelijk zijn om mensenhandelzaken af te kunnen doen op een wijze die past bij de ernst van het delictStrafbaar feit. en de aandacht die het fenomeen mensenhandel nationaal en internationaal genereert’. Door de herzieningBuitengewoon rechtsmiddel tegen onherroepelijke veroordelingen in strafzaken. Kan bij de Hoge Raad worden aangevraagd wanneer zich een nieuw gegeven (zgn. novum) zich heeft geopenbaard, dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was. van de gerechtelijke kaart per 1 januari, waardoor het aantal rechtbanken terug ging van 19 naar 11 en het aantal gerechtshoven van 5 naar 4, ontstond er in gerechten ruimte om invulling te geven aan de specialisatie.
Aantal zaken
Peter Lemaire, raadsheerRechter bij het gerechtshof of de Hoge Raad. Ook een vrouwelijke raadsheer wordt raadsheer genoemd, want met een raadsvrouw/raadsman wordt een advocaat bedoeld. in het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. Arnhem-Leeuwarden en LOVS-voorzitter, is verheugd dat alle gerechten in zo korte tijd de specialisatie optuigden. Hij plaatst wel de kanttekening dat de specialisatie in het ene gerecht verder gaat dan in het andere. Het ene gerecht heeft volledig gespecialiseerde kamers die zich met mensenhandelzaken bezighouden, op andere plekken is dat slechts ten dele haalbaar. “In Limburg bijvoorbeeld, komen maar weinig mensenhandelzaken binnen. Maar ook daar is een lijst met rechters die mensenhandelzaken doen en zijn mensen speciaal getraind.”
Concentratie
De grote mensenhandelzaken concentreren zich op vier plekken in het land: Zwolle, Rotterdam, Den Bosch en Amsterdam. Dit hangt samen met de vestigingsplaatsen van het Landelijk ParketHet kantoor van het Openbaar Ministerie in de hoofdplaats van een rechtbank (arrondissementsparket) of van een gerechtshof (ressortsparket). Op de arrondissementsparketten werken de officieren van justitie en ondersteunend personeel onder leiding van een hoofdofficier van justitie. Op de ressortsparketten werken de advocaten-generaal en parketmedewerkers onder leiding van een hoofdadvocaat-generaal. Daarnaast is er nog een landelijk parket en een functioneel parket. Het parket bij de Hoge Raad der Nederlanden onder leiding van de procureur-generaal bij de Hoge Raad maakt geen deel uit van het Openbaar Ministerie. van het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten., dat mensenhandelzaken voor de rechter brengt. De grote zaken worden vooral op deze plekken aangebracht. Hierdoor concentreert de specialisatie op het gebied van mensenhandel zich in de rechtbanken Overijssel, Rotterdam, Oost-Brabant en Amsterdam en in de gerechtshoven Arnhem-Leeuwarden, Amsterdam, Den Haag en ’s-Hertogenbosch.
Gecompliceerde zaken
De reden rechters te specialiseren in mensenhandel is dat de zaken vaak gecompliceerd zijn. Een belangrijke reden is dat het wetsartikel op grond waarvan mensenhandelaren worden vervolgd (273f Sr), complex is. Het artikel is gebaseerd op internationale instrumenten en alle mensenhandelvarianten zijn in één artikel vervat. Verder is het artikel opgebouwd uit meerdere uiteenlopende gedragingen, waarvan de strafwaardigheid verschilt.
Ook is het vaak lastig zaken te bewijzen. Slachtoffers zijn nogal eens niet bereid tot aangifte, leggen ambivalente verklaringen af of zijn niet meer traceerbaar.