Rechtspraak: 'Maak van PIJ-maatregel geen jeugd-tbs'
Opvoedkundig
‘Het jeugdstrafrechtStrafrecht voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. Bij het jeugdstrafrecht vinden zittingen achter gesloten deuren plaats. De leeftijdsgrenzen kunnen variëren. 16- en 17-jarigen kunnen volgens de regels van het volwassenenstrafrecht worden berecht als de ernst van het delict, hun persoonlijkheid of de omstandigheden waaronder het feit is begaan daar aanleiding voor geeft. Jongeren van 18 tot 23 jaar kunnen op grond van hun persoonlijkheid volgens de regels van het jeugdstrafrecht berecht worden. De rechter bepaalt welk recht van toepassing is. zit wezenlijk anders in elkaar dan strafrecht voor volwassenen’, licht kinderrechter Susanne Tempel toe. ‘Kinderen worden gestraft op een pedagogische, opvoedkundige manier, terwijl bij volwassenen de nadruk meer ligt op genoegdoening, vergelding en afschrikking. De reden daarvoor is dat de hersenen van minderjarigen volop in ontwikkeling zijn. Zij kunnen nog wezenlijk veranderen. Daarom is de PIJ-maatregel ook anders dan tbs voor volwassenen. De behandeling duurt korter en kinderen gaan niet naar een kliniek, maar naar een jeugdinrichting met gespecialiseerd personeel. PIJ moet in het belang zijn van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling, terwijl tbs veel meer bedoeld is om de samenleving te behoeden voor gevaar. Als PIJ verandert in jeugd-tbs drukt dat een stempel op kinderen, alsof ze voor altijd misdadigers zijn. Dat belemmert een gunstige ontwikkeling.’
Wetsvoorstel

De concept-Invoeringswet herzieningBuitengewoon rechtsmiddel tegen onherroepelijke veroordelingen in strafzaken. Kan bij de Hoge Raad worden aangevraagd wanneer zich een nieuw gegeven (zgn. novum) zich heeft geopenbaard, dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was. tenuitvoerlegging1. Uitvoering van een arrest of uitspraak, desnoods met behulp van een deurwaarder; 2. In het strafprocesrecht: de omzetting van een voorwaardelijke straf in een onvoorwaardelijke straf. strafrechtelijke beslissingen (kortweg Invoeringswet USB) is bedoeld om een aantal veranderingen door te voeren in het systeem van de executie van straffen. Dat vergroot de kans dat straffen die de rechter oplegt effectief en op tijd worden uitgevoerd. Heel belangrijk, vindt de Rechtspraak. Maar de minister heeft ervoor gekozen om in deze technische wet ook een aantal essentiële inhoudelijke veranderingen op te nemen, op het gebied van tbs, de PIJ-maatregel en verjaring van opgelegde straffen. Dat stuit op grote bezwaren bij de Rechtspraak. De discussie die daardoor zal ontstaan, kan ervoor zorgen dat de wet – en daarmee de beoogde verbeteringen van de uitvoering van straffen – vertraging oploopt. Maar belangrijker is nog dat de genoemde onderwerpen op deze manier niet de aandacht krijgen die ze verdienen. Daarvoor moeten aparte wetsvoorstellen worden gemaakt, vindt de Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen..
Verjaring van straffen
In het wetsvoorstel staat bijvoorbeeld ook dat de verjaringDe termijn na afloop waarvan een recht ontstaat of juist verloren gaat of een misdrijf of overtreding niet meer kan worden berecht. van straffen volledig komt te vervallen. Dat betekent dat iedere veroordeelde zijn leven lang ingehaald kan worden door een straf die de rechter in een ver verleden heeft opgelegd. Ook dat is volgens de Raad in strijd met de beginselen van het jeugdstrafrecht. Het doel daarvan – de ontwikkeling van kinderen bijsturen – vervalt na verloop van tijd. Bovendien is het niet nodig om de verjaring op te heffen. Straffen voor de zwaarste misdrijven verjaren niet, en voor lichtere delicten geldt een heel ruime termijn; een veroordeelde inbreker kan bijvoorbeeld 26 jaar na dato nog in de gevangenis belanden.
Geen oplossing
Er zijn al veel mogelijkheden om ervoor te zorgen dat veroordeelden hun straf op tijd ondergaan. Verdere verbetering van die uitvoering van straffen zou de nadruk moeten krijgen. Voor het frustrerende feit dat sommige mensen de dans toch weten te ontspringen, biedt dit wetsvoorstel geen oplossing.