Den Haag|
Raad rectificeert over de zaak Westenberg-Smit
Ingevolge het arrest d.d. 7 maart 2017 van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch rectificeert de Raad voor de rechtspraak hierbij zijn brief d.d. 3 mei 2006 aan de Tweede Kamerfractie SP.
Deze brief, waarin is vermeld dat een advocaat – waarbij het niet onbekend was dat het om mr. H.J. Smit ging – aantijgingen had geuit van ernstige aard die het aanzien van de rechter, het ambt en de rechterlijke macht schaadden, bevat de beschuldiging dat het handelen van mr. Smit niet door de beugel kan en schadelijk is voor het functioneren van de rechtspraak.
Die beschuldiging was onnodig diffamerend en onvoldoende gefundeerd en is later ook onjuist gebleken. Bij voormeld arrest heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch deze beschuldiging onrechtmatig geacht jegens mr. Smit. Mr. Smit is door die beschuldiging in zijn eer en goede naam aangetast.
De Raad betreurt de schade aan de reputatie en goede naam van mr. Smit.
Raad voor de rechtspraak
Mr. F.C. Bakker, voorzitter
Meer informatie
Meer informatie over waar de zaak precies over gaat en waarom de Raad moet rectificeren is te lezen in de uitgebreide toelichting op de rectificatie.