Steun in Kamer voor financiële onafhankelijkheid Rechtspraak
Amendement: koppel begroting Rechtspraak los van begroting V en J

De Rechtspraak heeft al herhaaldelijk gepleit voor een niet-departementale begroting. De begroting van de Rechtspraak is nu een apart onderdeel van de begroting van de minister van Veiligheid en Justitie. Door deze constructie is de financiering van de Rechtspraak onderdeel van beleidskeuzes, terwijl in de Wet op de rechterlijke organisatie (Wro) staat dat de financiering van rechtspraak op objectieve gronden plaats moet vinden volgens een vastgestelde bekostigingssystematiek. Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, heeft in deze discussie diverse malen aangegeven dat de Rechtspraak ‘niet een willekeurige kostenpost is’ en noemt de positie van de begroting van de Rechtspraak ‘een weeffout in de Wro’.
Trias Politica
In de toelichting op het amendement staat: ‘Een aparte begroting voor de Raad voor de rechtspraak is zuiverder omdat dat beter past bij de positie die de Raad voor de rechtspraak heeft in onze trias politica. De minister van Veiligheid en Justitie blijft verantwoordelijk voor de verdediging van deze begroting, maar door aparte behandeling wordt de Raad voor de rechtspraak niet meer behandeld als uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dit amendement wijzigt niets aan de huidige bekostigingssystematiek van de rechtspraak, maar deze positionering in de Rijksbegroting doet meer recht aan de positie van de onafhankelijke derde staatsmacht.’
College
Als de loskoppeling van de begroting van de Rechtspraak doorgaat, wordt de Rechtspraak een college in de zin van de Comptabiliteitswet 2016. De begrotingen van dergelijke colleges (de Kiesraad is ook zo’n college) gaan buiten departementen om en worden rechtstreeks ingediend bij het parlement.