Kinderrechter bestaat 100 jaar: van centrale regelaar tot rechter op afstand
Kinderrechter

Op 1 november 1922 wordt een gespecialiseerde rechter toegevoegd aan ons rechtsbestel, die niet alleen verstand heeft van recht, maar ook van de ontwikkeling van kinderen. Die kinderrechter gaat zich bezighouden met jeugdbescherming en jeugdstrafrechtStrafrecht voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. Bij het jeugdstrafrecht vinden zittingen achter gesloten deuren plaats. De leeftijdsgrenzen kunnen variëren. 16- en 17-jarigen kunnen volgens de regels van het volwassenenstrafrecht worden berecht als de ernst van het delict, hun persoonlijkheid of de omstandigheden waaronder het feit is begaan daar aanleiding voor geeft. Jongeren van 18 tot 23 jaar kunnen op grond van hun persoonlijkheid volgens de regels van het jeugdstrafrecht berecht worden. De rechter bepaalt welk recht van toepassing is.. In Kamerstukken wordt deze nieuwkomer beschreven als een snelle, flexibele, makkelijk toegankelijke rechter, die voortdurend op de hoogte blijft van wat er speelt bij kinderen en hun gezinnen en zich persoonlijk met hen bemoeit. De kinderrechter krijgt een nieuw instrument: de ondertoezichtstellingMaatregel opgelegd door de kinderrechter waarbij de ouders of verzorgers van een kind worden beperkt in het ouderlijk gezag/voogdij en waarbij het toezicht op het kind wordt opgedragen aan een jeugdbeschermingsorganisatie (een zogenoemde gecertificeerde instelling)., die het mogelijk maakt gezinnen te volgen en in te grijpen als dat nodig is.
Grote betrokkenheid
Zo krijgt de kinderrechterRechter die strafzaken tegen minderjarigen (12-18 jaar) en de civiele jeugdbeschermingszaken behandelt. een centrale positie in de levens van kinderen met wie het niet goed gaat. De rechter beslist of een kind onder toezicht wordt gesteld, stuurt de gezinsvoogden aan die gezinnen moeten begeleiden, bepaalt welke hulpverlening er wordt ingezet en is betrokken bij de beslissing om een kind te vervolgen als er sprake is van crimineel gedrag. Moet een kind uit huis worden geplaatst, dan beslist de rechter naar welk pleeggezin of welke instelling het gaat. De betrokkenheid bij de kinderen is groot. Kinderrechters kennen hun pupillen en bemoeien zich actief met hun ontwikkeling. Is er een probleem, dan kunnen kinderen, hun (pleeg)ouders en gezinsvoogden naar het wekelijkse spreekuur van de rechter om daarover te praten.
Veel macht
In de wereld van het jeugdrecht leven warme herinneringen aan kinderrechters van het eerste uur. Johanna (Han) Hudig bijvoorbeeld - de eerste vrouwelijke rechter in Nederland - wordt geroemd om haar deskundigheid, warmte en natuurlijk gezagHet recht en de plicht van een persoon (meestal een ouder) om een kind jonger dan 18 jaar op te voeden en te verzorgen en belangrijke beslissingen te nemen over het kind. Een of twee personen kunnen het gezag hebben. waarmee ze conflicten wist op te lossen en alle neuzen dezelfde kant op kreeg. Belangrijke eigenschappen voor een rechter, helemaal als in de jaren 70 steeds meer mensen gaan scheiden en het aantal geschillen over omgang met de kinderen en ouderlijk gezag groeit. Maar er rijzen ook zorgen over de machtige positie van de kinderrechter. In een rechtsstaat hoort iedereen gelijk behandeld te worden. Die rechtsgelijkheid kan in het geding komen als de ene rechter zich heel sterk om kinderen bekommert en de andere veel minder. En is zo’n nabije rechter wel onafhankelijk en onpartijdig genoeg? Klopt het wel dat hij over het opleggen van maatregelen én de uitvoering gaat, en persoonlijk gezinsvoogden kan vervangen?
Rechter op afstand
Discussie daarover leidt in 1995 tot een wetswijziging waardoor de kinderrechter meer op afstand komt te staan. De rechter neemt alleen beslissingen als daar om gevraagd wordt, door jeugdzorginstanties, ouders of door de Raad voor de KinderbeschermingOrgaan van het ministerie van Justitie en Veiligheid, gevestigd in elke arrondissementshoofdplaats. De raad behartigt de belangen van minderjarigen die dat nodig hebben en adviseert de kinderrechter bijvoorbeeld bij verzoeken om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De raad heeft een adviserende rol of treedt op als procespartij in zaken over gezag, omgang, ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. of het Openbaar Ministerie, die allebei om ondertoezichtstelling kunnen vragen als vrijwillige hulp niet werkt. De gezinsvoogdijinstelling (tegenwoordig bekend als ‘gecertificeerde instelling’) gaat voortaan over de uitvoering, bepaalt welke hulp wordt ingezet en waar een uithuisgeplaatst kind terechtkomt. De instelling kan ook zelfstandig beslissen dat een uithuisplaatsing niet verlengd hoeft te worden. Als de Raad voor de Kinderbescherming het daar niet mee eens is, kan de kinderrechter dat besluit toetsen.
Lange wachtlijsten
In 2015 volgt een nieuwe grote ontwikkeling. De Jeugdwet wordt ingevoerd. Gemeenten worden verantwoordelijk voor de jeugdzorg en sluiten contracten af met gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Kinderrechters krijgen onder deze wet weer iets meer zeggenschap omdat kinderen vanaf 12 jaar, (pleeg)ouders, gecertificeerde instellingen en zorgaanbieders geschillen kunnen voorleggen. Maar in de praktijk ontstaan grote moeilijkheden want er is ook flink bezuinigd. Gemeenten letten scherp op de prijs als ze contracten afsluiten. Zware (en dus dure) hulp wordt steeds minder vergoed, jeugdbeschermers raken overbelast en de wachtlijsten groeien, ook bij instellingen voor jongeren met een straf. In sommige delen van het land kunnen maatregelen die de rechter oplegt om kinderen te beschermen helemaal niet meer worden uitgevoerd. De rechters sturen in 2021 en 2022 brandbrieven aan bewindslieden en vragen hen onmiddellijk in te grijpen.
Meer regie
Genoodzaakt door de omstandigheden trekt de kinderrechter-op-afstand de regie weer wat meer naar zich toe. Bijvoorbeeld door te kiezen voor een korte periode als gevraagd om verlenging van een ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing. Zo kan de rechter druk zetten op het starten met hulpverlening en een vinger aan de pols houden. Want de zorg voor kwetsbare kinderen mag niet tekortschieten.
In beweging
Die drijfveer heeft in de loop der jaren geleid tot allerlei initiatieven: een gezamenlijke aanpak om spijbelaars te weerhouden van verder afglijden bijvoorbeeld, methodes om kinderen te beschermen bij complexe echtscheidingen en hen te betrekken bij beslissingen van de rechter. Kinderrechters praten vooraf met kinderen (vaak al vanaf 8 jaar) en proberen hun uitspraken zo te formuleren dat zij het begrijpen. In strafzaken is er aandacht voor het ontwikkelingsniveau van jongeren bij de keuze voor jeugd- of algemeen strafrecht en in het jeugdstrafrecht wordt steeds vaker mediationAlternatieve methode om geschillen buiten de rechter om op te lossen. Wordt ook alternatieve geschilbeslechting genoemd. ingezet, waardoor daders en slachtoffers zelf meewerken aan een oplossing. Zo is de rol van de kinderrechter, ook na 100 jaar nog, voortdurend in beweging.