Den Haag |

Vragen en antwoorden onderzoek etniciteit en straftoemeting

Allochtone daders krijgen vaker een gevangenisstraf opgelegd dan autochtone daders. Daarnaast zijn de opgelegde celstraffen vaak langer. Deze verschillen worden grotendeels verklaard door de zwaarte van het misdrijf en de persoonlijke omstandigheden van de dader. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de Raad voor de rechtspraak.

Hoe groot zijn de verschillen?

Op het eerste oog lijken de verschillen aanzienlijk. Zodra rekening wordt gehouden met factoren zoals een eventueel crimineel verleden of het hebben van een baan, verdampen de verschillen echter snel. Wel blijft een klein verschil over. Waarom dit zo is, moet nader worden onderzocht.

Betekent dit verschil dat rechters discrimineren?

Deze conclusie is niet te trekken uit het onderzoek. Het opleggen van een straf is een complex proces waarbij met veel factoren rekening wordt gehouden. Het onderzoek laat zien dat verschillen in straftoemeting kleiner worden naarmate met meer van dit soort factoren rekening wordt gehouden. Het onderzoek geeft geen uitsluitsel over waarom er na correctie nog een klein verschil overblijft. Waarom dit verschil toch bestaat is giswerk: alleen vervolgonderzoek kan hierover duidelijkheid geven. Stellen dat het komt door discriminatie is daarom speculatie.

Waarom is dit onderzoek uitgevoerd?

Aanleiding voor het onderzoek is een artikel in het Nederlands Juristenblad uit 2012. Na observaties tijdens zittingen bij de politierechterAlleensprekende rechter van de rechtbank in strafzaken die niet zo ingewikkeld zijn en waarin niet meer dan één jaar gevangenisstraf wordt geëist., concludeerden de schrijvers van het artikel dat een niet-Nederlands uiterlijk en een gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal kunnen leiden tot een grotere kans op een gevangenisstraf. De Rechtspraak is vanzelfsprekend erg geïnteresseerd in dit soort geluiden uit de samenleving, te meer omdat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. Omdat een aantal factoren die mogelijk een rationele verklaring konden bieden niet in dit onderzoek waren betrokken, heeft de Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. besloten verder onderzoek te laten uitvoeren.

Wat was de onderzoeksopzet?

Het onderzoek is uitgevoerd door het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden. Vier onafhankelijke onderzoekers, onder wie een coauteur van het NJB-artikel, hebben onderzocht in hoeverre er sprake is van verschillen in beslissingen van rechters over strafsoort en –maat tussen daders met verschillende etniciteit. Om deze vraag te beantwoorden hebben de onderzoekers ruim 110.000 zaken uit de periode 2005-2007 bestudeerd.

Wat gaat de Rechtspraak doen met dit onderzoek?

De uitkomsten van het onderzoek zullen binnen de Rechtspraak worden besproken en bediscussieerd. Daarbij is het belangrijk hoe strafrechters tegen de uitkomsten van het onderzoek aankijken. Deze discussie is mede bepalend voor de opzet van vervolgonderzoek. Dit onderzoek kan zich bijvoorbeeld richten op mogelijke miscommunicatie in de rechtszaal door culturele verschillen of taalbarrières. Maar ook kan bijvoorbeeld worden gekeken welke invloed de houding van een verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. of de kwaliteit van de verdediging heeft.

Zie ook: Onderzoek geeft verklaringen voor verschil in straftoemeting