Wetsvoorstel Europees onderzoeksbevel biedt onvoldoende bescherming
Dat staat in het wetgevingsadvies (pdf, 94 KB) van de Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. dat naar minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie is gestuurd. Aanleiding is het wetsvoorstel dat regelt dat het Europees onderzoeksbevel, een zogenoemde richtlijn van de Europese Unie (EU), in het Nederlands Wetboek van Strafvordering wordt opgenomen.
Belang
Nederland krijgt jaarlijks 30.000 verzoeken om rechtshulp uit een EU-land. Dan wordt gevraagd om gegevens van burgers of organisaties om een verdenking van een strafbaar feit te kunnen onderzoeken. De Raad voor de rechtspraak onderkent het belang van het EOB, omdat een eenduidige manier van uitwisseling van gegevens helpt bij de bestrijding van strafbare feiten. De Raad is echter van mening dat de EU-richtlijn met dit wetsvoorstel niet zorgvuldig genoeg in de Nederlandse wet terecht komt. De Raad merkt in zijn advies een paar keer op dat de Europese richtlijn wel de ruimte biedt om het EOB in overeenstemming te brengen met de in Nederland geldende praktijk.

Proportionaliteit
De zorgen van de Raad betreffen in hoofdzaak 2 aspecten. In de eerste plaats wordt er in het wetsvoorstel onvoldoende aandacht besteed aan het proportionaliteitsbeginsel: staat het verzoek om informatie in verhouding tot de verdenking? De Raad wijst erop dat tegenwoordig op servers (Nederland speelt in het mondiale internetverkeer een belangrijke rol) enorme hoeveelheden data staan. Als gegevens worden verschaft, betreffen die een verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. maar ook zeer veel anderen. ‘Dit roept de vraag op hoe zich dit verhoudt tot (..) de Nederlandse privacy- en regelgeving, en in hoeverre deze wet- en regelgeving dient te worden aangemerkt als behorende tot de grondbeginselen van het Nederlandse recht’, aldus het advies. De Raad adviseert hier nader op in te gaan en duidelijker te maken welke toetsingskaders gelden voor de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. en de strafrechter als een buitenland vraagt om gegevens.
Toetsing
Het tweede aspect waar de Raad voor de rechtspraak de aandacht op vestigt, is de toetsende rol van de rechter(-commissaris) in geval van een EOB. ‘Uit het wetsvoorstel zoals dat er nu ligt, volgt dat in sommige gevallen gegevens zonder enige rechterlijke controle of toetsing aan andere landen kunnen worden overgedragen. Terwijl de richtlijn rechterlijke toetsing wel mogelijk maakt’, zegt Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak.
Ook op andere onderdelen lijkt de rechter straks minder controle te kunnen uitoefenen dan in de huidige praktijk. Zo wordt aan een verdachte niet gemeld dat bepaalde gegevens over hem worden verstrekt aan een ander land, als dat land gemotiveerd heeft verzocht dit geheim te houden. Hierdoor staat de rechter vrijwel buitenspel.
Advies
De Raad voor de rechtspraak adviseert de minister van Veiligheid en JustitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. over wetsvoorstellen die gevolgen hebben voor de rechtspraktijk. De minister kijkt in zo’n geval of hij in het advies van de Raad aanleiding ziet zijn wetsvoorstel aan te passen. Vervolgens stuurt hij het wetsvoorstel naar de Raad van StateHoogste adviescollege van de staat dat adviseert over alle wetsontwerpen en algemene maatregelen van bestuur; de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist in hoogste instantie in geschillen over besluiten van overheidsorganen.. Na advisering door de Raad van State wordt het definitieve wetsvoorstel aan de Tweede Kamer voorgelegd.