Informatie per onderwerp
Dagvaardingsprocedures
Op dagvaardingszaken is het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken (hierna: Lpr) van toepassing.
De bepalingen van hoofdstuk 4 zijn echter alleen van toepassing op zaken waarbij het explootVerzamelnaam voor officiële stukken die uitsluitend door een gerechtsdeurwaarder kunnen worden uitgebracht, bijvoorbeeld een dagvaarding. van dagvaardingOproep om voor de rechter te verschijnen. op of na de datum van inwerkingtreding van het per 1 oktober 2019 gewijzigde Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is betekend.
Voor zaken waarbij het exploot van dagvaarding voor de datum van inwerkingtreding van dit gewijzigde Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsgeldig is betekendBetekenen is het uitreiken van gerechtelijke stukken, zoals een dagvaarding, een oproeping of een vonnis, aan een verdachte, een getuige, een gedaagde partij of belanghebbende., blijven hoofdstuk 4 en 5 van het tot aan die datum geldende Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken van toepassing.@
Uitspraken worden gedaan op woensdag (vaste landelijke roldag). De administratie is als volgt bereikbaar: 088 361 14 04 en via handel.ams@rechtspraak.nl.
Verzoekschriften
Heeft u vragen over de wijze waarop verzoekschriftprocedures door de teams handelszaken worden behandeld of over de stukken die bij het verzoekschriftEen verzoekschrift is een document waarmee u de procedure start en waarin u de rechter vraagt om iets te beslissen. Het verzoekschrift moet aan bepaalde eisen voldoen. worden gevoegd? Raadpleeg:
Verkorte procedure
De verkorte procedure is een bodemzaak die geen uitgebreide getuigenverhoren of deskundigen-onderzoek vereist en die wordt behandeld op een wijze die grotendeels overeenkomt met een kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). (art. 254 e.v. Rv). Partijen moeten daar samen voor kiezen en de zaak moet er geschikt voor zijn.
Spoedeisendheid is - anders dan bij kort geding - geen voorwaarde voor toelating tot de verkorte procedure en omdat het een bodemzaak is kunnen niet alleen veroordelende, maar ook constitutieve en declaratoire beslissingen worden gegeven.
Forumkeuze voor de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Amsterdam blijft mogelijk (art. 108 Rv). De zaak wordt op zo kort mogelijke termijn gepland op een zitting (comparitieZitting in een rechtsgeding. na antwoord) die is gericht op het toelichten van de zaak, het verzamelen van inlichtingen en het onderzoeken van de mogelijkheid van een schikking. Komt er geen schikking, dan wordt er naar gestreefd mondeling uitspraak te doen. Is dat niet mogelijk, dan wordt op een termijn van maximaal vier weken schriftelijk vonnis gewezen. Wordt nog geen eindvonnis gewezen, maar bijvoorbeeld nog een proceshandeling toegestaan (akte of re- en dupliek) of toegelaten tot bewijslevering of een deskundigenonderzoek bevolen, dan verloopt dat verder via de rol, zoals ook bij andere handelszaken. De rechter die de zaak op zitting heeft behandeld, blijft de zaak behandelen.
Handelsrol
De handelsrol van de sector civiel wordt behandeld op een roldatum. Een rolzittingZitting in civiele zaken waar procedurele beslissingen worden genomen en de documenten (stukken) van de partijen worden uitgewisseld. vindt niet plaats. De rechtbank stelt de rol ter beschikking1. In het bestuursrecht: Een beslissing van een overheidsorgaan in een concreet geval, bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning. 2. In het civiele recht: een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. via het Roljournaal. Meer informatie over de handelsrol vindt u in de handleiding Handelsrol. De verklaring van de afkortingen bij het raadplegen van de handelsrol via het Roljournaal vindt u op de lijst met afkortingen (pdf, 115 KB).
Tenzij anders bepaald in het procesreglement worden stukken in enkelvoud ingediend. De partij die een stuk indient, zorgt zelf voor gelijktijdige toezending aan de wederpartij. Indien stukken in meervoud worden ingediend zullen de extra exemplaren niet (langer) geretourneerd worden, doch worden vernietigd.
Voor vragen over lopende zaken op de handelsrol kunt u contact opnemen met de roladministratie 088 361 14 04 en via
berichtenprocesvoeringdagv.rb-ams@rechtspraak.nl.
Comparities en Enquêtes
De zittingsplanning is bereikbaar via 088 361 13 96 en planningsadministratie.handel.rb.amsterdam@rechtspraak.nl.
Een comparitie is een mondelinge behandeling en pleiten is niet toegestaan. Wel kan gebruik worden gemaakt van spreekaantekeningen van maximaal twee tot drie pagina’s (gewoon lettertype, gewone regelafstand). Deze spreekaantekeningen zullen aan het proces-verbaal1. Schriftelijk verslag van hetgeen op rechtszittingen aan de orde is gekomen; 2. Officieel schriftelijk verslag van politieambtenaren met feiten die ze hebben waargenomen en met een verklaring die ze hebben opgetekend uit de mond van een verdachte of getuige. worden gehecht, mits zij ook tijdens de comparitie aan de orde zijn geweest. Het is de rechter die daarover beslist.
Pleidooi
Op pleidooien is het bepaalde in hoofdstuk 5 van het landelijk procesreglement van toepassing.
De planningsadministratie voor de pleidooien is bereikbaar via 088 361 13 96 of planningsadministratie.handel.rb.amsterdam@rechtspraak.nl.
Mondelinge behandeling
Voor mondelinge behandelingen is het bepaalde in hoofdstuk 4 van het Landelijk procesreglement van toepassing.
De planningsadministratie voor de mondelinge behandelingen is als volgt bereikbaar: 088 361 13 96 of via planningsadministratie.handel.rb.amsterdam@rechtspraak.nl
Verstekken
Bij beslissingen in verstekzaken zal de rechtbank in het algemeen de volgende richtlijnen aanhouden. De rechtbank verzoekt eisende partijen bij het concipiëren van de dagvaarding daarmee rekening te houden. Het voorkomt vertraging door tussenvonnissen en dergelijke – en (gedeeltelijke) afwijzingen.
Verstekaanzegging
Artikel 139 Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) schrijft voor dat verstekNiet verschijnen van de gedaagde of de verdachte op de rechtszitting. zal worden verleend tegen een gedaagdeIn civiel recht: degene tegen wie een eis of vordering wordt gericht in de dagvaardingsprocedure. Tegenpartij van de eiser. die - hoewel behoorlijk opgeroepen - niet verschijnt. Ingevolge artikel 111 lid 2 sub i dient dit te worden vermeld in de dagvaarding.
In de praktijk is gebleken dat letterlijke overname van de aanzeggingBekendmaking door middel van het uitreiken van een gerechtelijk schrijven, bijvoorbeeld een dagvaarding of een kennisgeving. van artikel 139 Rv in de dagvaarding bij de sector civiel tot problemen leidt. Niet juridisch geschoolde partijen kunnen uit die formulering opmaken dat zij bij de sector civiel in persoon kunnen verschijnen. Er staat immers: “Indien de gedaagde niet op de eerste of op een door de rechter nader bepaalde roldatum in het geding verschijnt dan wel verzuimt procureur (lees: advocaat) te stellen (..)” Dit is een onwenselijke situatie die bovendien geen recht doet aan de bedoeling van de wetgever. Bedoeling van de wetgever is immers ook dat gedaagde er op wordt gewezen dat hij niet in persoon kan verschijnen, maar dat hij dat bij advocaat dient te doen.
Letterlijke overname van de tekst van artikel 139 Rv in combinatie met de mededeling ex artikel 111 lid 2 sub h Rv volstaat dan ook niet. In dat geval zal de rechtbank bij niet verschijnen van gedaagde geen verstek verlenen en de zaak worden verwijzen voor “herstelexploot nwe opr. ged. (verstekaanzegging onjuist)”.
Uit de aanzegging moet duidelijk worden dat verschenen dient te worden bij advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten., bijvoorbeeld door de toevoegingBeslissing van de Raad voor Rechtsbijstand waarmee aan een rechtzoekende voor een bepaalde procedure een raadsman wordt toegewezen. “bij advocaat” achter “in geding verschijnt”.
Overleggen stukken, toelichting stellingen
Op bij akteOndertekend geschrift dat als bewijs kan dienen. overgelegde stukken (bijvoorbeeld algemene voorwaarden), die niet bij de dagvaarding zijn meebetekend, wordt na verstekverlening aan gedaagde in beginsel geen acht geslagen. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld een nadere bij akte gegeven toelichting.
Buitengerechtelijke kosten
Ingevolge de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten en het bijbehorende Besluit worden de buitengerechtelijke incassokosten vanaf 1 juli 2012 berekend volgens een staffel en zijn ze aan een maximum gebonden. Het doel van de wet is om vooral consumenten en eenmanszaken tegen onredelijk hoge incassokosten te beschermen.
Percentage van verschuldigd bedrag
De vergoeding voor incassokosten in civiele vonnissen wordt sinds 1 juli 2012 berekend als percentage van het bedrag dat de schuldenaar aan de schuldeiser is verschuldigd. Hoe hoger de vordering, hoe lager het percentage:
- Het minimumbedrag BIK is 40 Euro
- Het maximumbedrag BIK is 6.775 Euro
Procedure
De normering is van toepassing op procedures waarin de schuldenaar op of ná 1 juli 2012 in verzuimTe laat zijn met het nakomen van een verplichting, zoals het betalen van een rekening. De wet geeft regels die aangeven of iemand daadwerkelijk in verzuim is. is geraakt en de gevorderde hoofdsom is gegrond op:
- verbintenis uit overeenkomst tot betaling van geldsom of
- verbintenis tot vergoeding van schade, vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst of
- verbintenis tot betaling van geldsom omgezet in verbintenis tot vervangende schadevergoeding i.d.z.v. artikel 6:87 BW.
Toepasbaarheid
Wanneer de schuldenaar een consument is, zijn partijen voor het vaststellen van de vergoeding voor incassokosten voor geldvorderingen uit overeenkomst gebonden aan deze rekenwijze. Wanneer de schuldenaar geen consument is, maar handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, kan bij overeenkomst van de wettelijke normering van de incassokosten worden afgeweken. Zijn er over de incassokosten geen afspraken gemaakt, dan is de wettelijke regeling over de incassokosten van toepassing.
Parkeerrol
Nieuw parkeerrolbeleid Rechtbank Amsterdam met ingang van 1 oktober 2018
De rechtbank streeft naar vermindering van het aantal zaken op de parkeerrol. Die vermindering draagt bij aan het terugdringen van de administratieve belasting die met de halfjaarlijkse behandeling van de parkeerrol gepaard gaat. Tegen deze achtergrond heeft de rechtbank (aansluitend bij het beleid van andere rechtbanken) nieuw beleid ontwikkeld met betrekking tot het gebruik van de parkeerrol. Dit beleid gaat in per 1 oktober 2018 en geldt ook voor lopende zaken en zaken die dan op de parkeerrol staan.
- Advocaten kunnen op de wijze als voorzien in artikel 8.5 Landelijk procesreglement (Lpr) per B-formulier instructies geven voor de eerstvolgende parkeerrol (dus: uiterlijk op de donderdag voor de parkeerroldatum). Later ontvangen instructies zullen niet worden meegenomen.
- Een instructie inhoudende een verzoek tot plaatsing van de zaak op de continuatierol zal met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.6 Lpr worden beoordeeld.
- Een instructie houdende een verzoek tot verwijzing van de zaak naar de volgende parkeerrol zal de rechtbank in beginsel in die zin uitleggen dat partijen het geding niet binnen afzienbare termijn wensen voort te zetten; in dat geval zal met toepassing van artikel 247 Rv doorhaling volgen.
- Een uitzondering geldt voor twee categorieën van zaken: - zaken waarin partijen in afwachting zijn van een door de rechtbank gelast deskundigenonderzoek; -vrijwaringszaken die in afwachting van de hoofdzaak naar de parkeerrol zijn verwezen. De vrijwaringszaken zullen, behoudends andersluidende instructie van partijen, worden doorverwezen naar de volgende parkeerrol indien de hoofdzaak nog niet is afgedaan. Als de hoofdzaak is afgedaan zal de vrijwaringszaak ambtshalve worden doorgehaald.
- In bijzondere gevallen zal de rolrechter per individuele zaak beslissen omtrent de vraag of doorhaling dan wel verwijzing naar de volgende parkeerrol aangewezen is.
Het nieuwe beleid steunt op twee uitgangspunten:
- De parkeerrol is een administratieve voorziening voor zaken waarin tijdelijk niet wordt voortgeprocedeerd. Zij is niet bedoeld voor zaken waarin redelijkerwijs niet valt te verwachten dat de procedure binnen afzienbare termijn wordt voortgezet.
- Doorhaling van een zaak op de parkeerrol heeft als zodanig geen gevolgen voor de rechtsverhouding tussen partijen (artikel 246 lid 2 Rv). Een reden voor handhaving van een zaak op de parkeerrol kan dus niet zijn gelegen in de rechtsverhouding tussen partijen, noch in materiële, noch in processuele zin.
Deze uitgangspunten leiden er toe dat een zaak op de eerste of eerstvolgende parkeerrol wordt doorgehaald, tenzij een bijzondere reden bestaat voor handhaving op de parkeerrol.
Toelichting
Doorhaling op grond van artikel 247 Rv geldt slechts als een administratieve handeling die, zoals ook in artikel 246 Rv is bepaald, geen rechtsgevolgen heeft. De zaak blijft aanhangig vanaf de dag van dagvaarding (artikel 125 lid 1 Rv). Dat is niet anders in het geval de procedure was geschorst, onder meer wegens faillissement (artikel 29 Fw), of omdat de procedure is aangehouden omdat partijen in afwachting zijn van een beslissing van een hogere rechter in hun zaak of van een beslissing in een verwante procedure in binnen- of buitenland dan wel vanwege onderhandelingen tussen partijen. Als partijen willen voortprocederen, kunnen zij de doorgehaalde zaak opnieuw opbrengen op de wijze als voorzien in artikel 8.6 Lpr. Partijen zijn in dat geval niet opnieuw griffierechtDe kosten die u moet betalen aan de rechtbank bij de start van uw procedure. verschuldigd. Deze gang van zaken verschilt niet met die wanneer een zaak vanaf de parkeerrol weer wordt opgebracht. De zaak krijgt alleen wel een nieuw zaak- en rolnummer.
