DCSIMG

 

Veelgestelde vragen

Pagina-inhoud

Wet OM-afdoening

Wat houdt de Wet OM-afdoening in?
Het Openbaar Ministerie (OM) mag nu voor een aantal veel voorkomende strafbare feiten zelf straffen opleggen. Dit heet een strafbeschikking. Het gaat niet om vrijheidsstraffen.
 
Als iemand het niet eens is met zijn straf-beschikking, kan hij bezwaar maken door verzet in te stellen bij het OM. Het OM moet de zaak dan aan een rechter voorleggen die de strafzaak in zijn geheel opnieuw beoordeelt.
Waarom is de Wet OM-afdoening ingevoerd?
Vanwege capaciteitsproblemen in de Rechtspraak heeft het kabinet gezocht naar mogelijkheden de overbezette strafrechters te ontlasten. Een van die mogelijkheden is de Wet OM-afdoening. Met het invoeren van deze wet komt een deel van de zaken die eerst door de rechter werden gedaan nu bij het OM te liggen.
 
De hele strafrechtsketen zal profiteren van de invoering van de wet. Immers, wat op de allereenvoudigste zaken kan worden bespaard, komt ten goede aan de behandeling van grote en gecompliceerde strafzaken.
Om welke feiten en om welke straffen gaat het?
Net als bij de transactie vallen misdrijven waarop een maximum gevangenisstraf staat van zes jaar en alle overtredingen onder de Wet OM-afdoening.
 
Een strafbeschikking kan uit verschillende straffen, maatregelen en aanwijzingen bestaan. Voorbeelden hiervan zijn: een geldboete, een taakstraf, een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer en een gedragsaanwijzing als een stadionverbod.
Kan het OM ook gevangenisstraf opleggen?
Nee, alle vrijheidsbenemende straffen en maatregelen blijven voorbehouden aan de rechter.
Vindt na een strafoplegging door het OM registratie plaats in het Justitieel Documentatie Systeem?
De beslissing van het OM wordt op dezelfde wijze gedocumenteerd als een beslissing van een rechter. In de wet staat dat 'alle' beslissingen van het Openbaar Ministerie en 'alle' uitspraken van de Rechterlijke Macht dienen te worden geregistreerd.
 
Informatie over het Justitieel Documentatie Systeem vindt u op de website van het OM.

Beschermingsbewind

Wie kan het initiatief nemen om bewind aan te vragen?
Verschillende mensen kunnen de kantonrechter vragen om bewind in te stellen:
 
  • de betrokkene zelf
  • zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel;
  • zijn familie;
  • zijn voogd, curator of mentor;
  • de officier van justitie, wanneer geen van bovengenoemde personen het verzoek kan of wil doen; (Hulpverleners kunnen bijvoorbeeld niet zelf een verzoek indienen, maar wel de officier van justitie verzoeken om een verzoekschrift in te dienen.)
  • de instelling waar de rechthebbende wordt verzorgd of die aan de rechthebbende begeleiding biedt;
  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar rechthebbende woonplaats heeft.
De procedure van onderbewindstelling begint met het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank.
Welke eisen worden er gesteld aan een bewindvoerder?
De wet geeft alleen aan wie niet tot bewindvoerder benoemd kan worden. De rechter kan weigeren om iemand aan te wijzen als bewindvoerder. Bijvoorbeeld als een bewindvoerder blijkbaar niet snapt wat zijn taak is. Als er sprake is van ernstige familieruzies kan de kantonrechter ervoor kiezen geen familieleden als bewindvoerder aan te stellen. De rechter kijkt altijd naar het belang van degene die onder bewind wordt gesteld.
Wat is het verschil tussen beschermingsbewind en faillissement of schuldsanering?
De bewindvoerder is er voor de te beschermen persoon. Hij moet de financiële belangen van die persoon behartigen. Daar hoort ook bij dat de bewindvoerder moet zorgen dat schulden worden betaald.
Een curator in een faillissement, of een schuldsaneringsbewindvoerder hebben een andere rol. Zij moeten vooral de belangen van de schuldeisers behartigen.
Mag de bewindvoerder alle beslissingen over de bezittingen zelf nemen?
Voor sommige handelingen heeft de bewindvoerder van tevoren toestemming nodig van de betrokkene, of indien die daar niet meer toe is staat is, van de kantonrechter.
 
Bijvoorbeeld als de bewindvoerder grote uitgaven wil doen, schenkingen uit het vermogen van de betrokkene wil doen, en ook bij het verkopen van de woning van de betrokkene.
Hoe is de controle op bewindvoerders in de praktijk geregeld?
De bewindvoerder moet binnen enkele weken na zijn benoeming een boedelbeschrijving inleveren bij de kantonrechter. Een boedelbeschrijving is een opgave van het vermogen van de betrokkene van het moment waarop het bewind is uitgesproken. Daarbij horen ook het inkomen, de vaste lasten en de schulden.
 
De bewindvoerder moet ieder jaar een overzicht van de inkomsten en uitgaven naar het kantongerecht sturen met de actuele stand van de bankrekeningen en de schulden. Als de persoon om wiens geld het gaat dat overzicht niet zelf kan controleren, doet de kantonrechter dat.
 
Bij de controle van de jaarlijkse rekening en verantwoording kijkt de rechter of de bewindvoerder zijn bevoegdheden niet te buiten is gegaan. Roept het overzicht vragen op, dan vraagt de kantonrechter de bewindvoerder om uitleg. Als de rekening en verantwoording onjuist is, kan de kantonrechter zeggen dat de rekening en verantwoording moet worden verbeterd. Bij ernstige fouten kan de kantonrechter de bewindvoerder ook voor de schade aansprakelijk stellen.
Wat zijn de bevoegdheden van de rechter als het gaat over het toezicht op bewindvoerders?
Als een bewindvoerder zijn werk niet goed doet, kan de kantonrechter een bewindvoerder ontslaan. In afwachting van nader onderzoek kan de rechter een bewindvoerder ook schorsen.
Daarnaast kan de rechter een bewindvoerder aansprakelijk stellen voor schade door slecht bewind.
De kantonrechter kan alleen de werkwijze van een bewindvoerder in een concrete zaak controleren. Meestal doet de rechter dat achteraf, aan de hand van de jaarlijkse rekening en verantwoording.
Wanneer eindigt het beschermingsbewind?
  • Het beschermingsbewind kan eindigen door:
     het overlijden van de betrokkene;
  • onder curatele stelling van betrokkene;
  • door opheffing. De betrokkene zelf of de officier van justitie kunnen om opheffing van het bewind vragen aan de kantonrechter. De kantonrechter zal dan beoordelen of de oorzaken die aanleiding hebben gegeven tot de onderbewindstelling nog bestaan. Wanneer dit niet meer het geval is, kan het bewind door de kantonrechter worden opgeheven.
 
Wat is beschermingsbewind
Als iemand die meerderjarig is lichamelijk of geestelijk niet meer zelf zijn financiële zaken kan regelen, kan de kantonrechter hem onder bewind stellen. Dat gebeurt bijvoorbeeld vaak bij ouderen die lijden aan de ziekte van Alzheimer. De kantonrechter wijst dan iemand anders aan als bewindvoerder. De bewindvoerder neemt de verantwoordelijkheid over de bezittingen over.
Als de kantonrechter iemands bezittingen (dus ook geld) onder beschermingsbewind heeft gesteld, dan kan die persoon niet meer zelfstandig beslissen wat hij met zijn bezittingen doet.
Hij mag bijvoorbeeld niet iets verkopen zonder toestemming van de bewindvoerder. De bewindvoerder verzorgt ook het beheer van de goederen. De bewindvoerder kan een belastingaangifte doen en (bijzondere) bijstand of huurtoeslag aanvragen.
De bewindvoerder moet, zolang dat gaat, beslissingen nemen samen met de betrokkene.
 
Wie kunnen bewindvoerders zijn?
In principe kan de kantonrechter iedereen tot bewindvoerder benoemen die meerderjarig is. Er zijn een paar voorwaarden. De bewindvoerder:
  • mag zelf niet onder curatele staan;
  • zijn eigen goederen mogen niet onder beschermingsbewind vallen;
  • mag niet failliet zijn;
  • mag niet verwikkeld zijn in een schuldsanering.
Bij het aanwijzen van een bewindvoerder moet de rechter de voorkeur volgen van degene die onder bewind wordt gesteld. De rechter wijkt hier alleen van af als daar goede redenen voor zijn.
De partner van de betrokkene is de eerste die in aanmerking komt voor benoeming als bewindvoerder. Maar ook familieleden kunnen bewindvoerder zijn. Als er een professionele bewindvoerder benoemd moet worden, een rechtspersoon, wijst de kantonrechter bij voorkeur een bewindvoerder aan die bij de branchevereniging is aangesloten.

Recht algemeen

Kan de Tweede Kamer een uitspraak van de rechter ongedaan maken?
Nee, aan een uitspraak van een rechter kan de Tweede Kamer niets veranderen. De Tweede Kamer heeft wel de mogelijkheid om de wet aan te passen, en rechters baseren hun uitspraken op wat er in de wet staat.
Waarom hebben we geen juryrechtspraak in Nederland?
Nederland heeft de juryrechtspraak afgeschaft in 1813. Nederland hoort bij de landen die hun rechtssysteem hebben ingericht volgens de principes van ‘civil law’. ‘Civil law’ wortelt in het Romeinse recht. In dit stelsel wordt het recht opgeschreven in wetboeken en spreken professionele rechters recht.
Wat is belangrijker: Europees recht of Nederlands recht?
Nederland heeft niet alleen te maken met Nederlandse regels en Nederlandse rechters. In ons land gelden veel regels en bepalingen uit internationale verdragen. In de grondwet staat dat deze verdragen voorrang hebben op de nationale wetten en regels.
Sommige verdragen gelden alleen binnen Europa, anderen gelden wereldwijd. Een belangrijk Europees verdrag is het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Als iemand vindt dat een Nederlandse wet in strijd is met dit verdrag, moet de rechter daarnaar kijken. Het verdrag gaat boven de nationale wet.
Kan ik bij de rechtbank terecht voor advies?
Op deze website treft u algemene informatie aan. Inhoudelijk kan een rechtbank niet op uw persoonlijke vraag ingaan. Deze moet onpartijdig blijven, want het kan zijn dat deze zaak in de toekomst nog aan de rechter wordt voorgelegd.
Op deze website staat een aparte pagina met meer informatie over juridisch advies.
Hoe kan ik mij inschrijven als beëdigd tolk/vertaler?
Op 1 januari 2009 is de Wet beëdigde tolken en vertalers van kracht geworden. Sinds die datum moet u zich inschrijven in het Register beëdigde tolken en vertalers.

Straffen

Wanneer legt de rechter een taakstraf op?
Een rechter kan besluiten om een taakstraf op te leggen bij misdrijven waar een celstraf of geldboete op staat en bij overtredingen waar een celstraf op staat. De taakstraf zit dus tussen de geldboete en de vrijheidsstraf in.
Wat is een taakstraf?
Een taakstraf kan een werkstraf, een leerstraf of een combinatie van beide zijn. Het maximum aantal uren dat opgelegd kan worden is:
• Werkstraf: 240 uur;
• Leerstraf: 480 uur;
• Combinatie werk- en leerstraf: 480 uur. Het werkgedeelte hiervan mag niet meer dan 240 uren bedragen.
Als iemand de opgelegde taakstraf niet verricht, moet hij alsnog een celstraf uitzitten.
Komt het vaak voor dat mensen worden vrijgesproken door een vormfout?
Niet vaak. In de wet staat dat van geval tot geval bekeken moet worden hoe ernstig een vormfout is en wat daar de gevolgen van moeten zijn. Ook kan de dagvaarding in een later stadium nog worden aangepast. Zelfs nog in hoger beroep.
Als een vormfout niet nadelig is geweest voor de verdachte, zal de rechter er ook geen gevolgen aan verbinden. Een vormfout die enigszins nadelig is geweest kan tot strafvermindering leiden. Als de vormfout zo ernstig is dat de verdachte wezenlijk in zijn verdediging is geschaad, kan het openbaar ministerie 'niet ontvankelijk' worden verklaard. De verdachte gaat dan vrijuit. Dit komt weinig voor.
Is het waar dat elke gevangene maar een deel van zijn straf hoeft uit te zitten?
Wie veroordeeld is tot een gevangenisstraf tot en met 1 jaar, moet die straf helemaal uitzitten.
Als de rechter iemand heeft veroordeeld tot een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelden de volgende regels:
• Wie is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 tot 2 jaar, komt voorwaardelijk vrij na 1 jaar plus een derde van de rest van de straf;
• Wie is veroordeeld tot meer dan 2 jaar gevangenisstraf, komt voorwaardelijk vrij na twee derde van de straftijd.
Gaat iemand opnieuw in de fout, dan moet hij het restant van de straf alsnog uitzitten.
Hoe vaak leggen rechters levenslang op?

Het aantal mensen dat een levenslange gevangenisstraf krijgt, is de laatste jaren sterk gestegen.

Tot de jaren ’80 is door de rechter slechts tweemaal levenslange gevangenisstraf opgelegd, gerekend vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog en de berechting van oorlogsmisdadigers niet meegerekend.

In de jaren ’80 gebeurde het drie keer en in de jaren ’90 zevenmaal. Tussen 2000 tot 2010 werden 31 personen veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De langstzittende levenslang gestrafte is Koos H.

Hij kreeg de straf in 1982 voor marteling, seksueel misbruik en de moord op drie meisjes. Mohammed B., de moordenaar van de filmer Theo van Gogh, werd in 2005 veroordeeld tot levenslang. Zie LJ Nummer AU0025.

Er zijn voor zover bekend tot nu toe vijf vrouwen geweest die levenslang hebben opgelegd gekregen.

Kan alleen de rechter straf opleggen?
Nee. Het Openbaar Ministerie (OM) mag tegenwoordig voor een aantal veel voorkomende strafbare feiten zelf straffen opleggen. Hij mag geen gevangenisstraf opleggen, maar wel een boete, een taakstraf, een stadionverbod of een ontzegging van de rijbevoegdheid.
De officier van justitie kan ook bepalen dat een verdachte schadevergoeding moet betalen aan het slachtoffer. Op deze manier worden de overbezette rechters ontlast.
Wat is de maximale gevangenisstraf voor een minderjarige?
Jongeren tot 16 jaar mogen een celstraf van maximaal 1 jaar krijgen. Voor jongeren tussen 16 en 18 jaar is dat maximaal 2 jaar.
In uitzonderingsgevallen kan de rechter jongeren van 16 of 17 jaar berechten volgens het volwassenenstrafrecht. Dit kan alleen als:
• het gaat om een ernstig strafbaar feit, zoals moord;
• de persoonlijkheid van de verdachte daartoe aanleiding geeft;
• de omstandigheden waaronder het strafbaar feit zijn begaan daartoe aanleiding geven.
Komt elke straf op een strafblad terecht?
• Als u door de rechter bent veroordeeld voor een overtreding of een misdrijf, heeft u een strafblad.
• Als u een keer bent geflitst voor te hard rijden en u hebt hiervoor een boete gekregen via het Centraal Justitieel Incassobureau, dan komt dit niet op een strafblad.
• Als de officier van justitie u een transactievoorstel heeft gedaan voor een misdrijf en u hoeft, wanneer u met dit voorstel instemt, niet voor de rechter te komen, komt dat wel bij het Justitieel Documentatieregister terecht.
Alle strafbladen staan in het Justitieel Documentatieregister. Meer informatie over het strafblad staat op de website van de Justitiële Informatiedienst van het Ministerie van Justitie.
Kan de rechter een crimineel zijn bezittingen afpakken?
De rechter kan naast een boete, een taakstraf of een gevangenisstraf ook een zogenoemde ontnemingsmaatregel opleggen. Zo kunnen het geld en de spullen dat een veroordeelde crimineel met strafbare feiten heeft ‘verdiend’ worden afgenomen.
De officier van justitie moet de rechter in zo’n geval vragen om de ontnemingsmaatregel op te leggen. Hij moet daarbij wel aantonen hoe hij aan het gevraagde bedrag komt.
Wat is het verschil tussen een misdrijf en een overtreding?
Het wetboek van Strafrecht onderscheidt 2 soorten strafrechtelijke vergrijpen:
• Misdrijf: een zwaar strafrechtelijk vergrijp. Denk hierbij aan moord, maar ook aan het vervalsen van bankbiljetten met als doel om ze voor echt door te laten gaan. Misdrijven worden door de strafrechter berecht.
• Overtreding: een licht strafrechtelijk vergrijp, zoals het wegblijven terwijl je moet getuigen in de rechtszaal. De kantonrechter berecht overtredingen.
Wat is een voorwaardelijke straf?
Een voorwaardelijke straf houdt in dat je je voor een bepaalde periode aan een aantal voorwaarden houdt. Als je dat niet doet, krijg je toch nog je straf. Doe je het wel, dan komt de straf te vervallen.
Bij een onvoorwaardelijke straf moet iemand de straf meteen ondergaan, bijvoorbeeld meteen de gevangenis in of de opgelegde boete betalen.
Wat is een maatregel?
Na het begaan van een strafbaar feit kan er een maatregel worden opgelegd. Dit kan in plaats van een straf, maar ook naast een straf. Voorbeelden van een maatregel zijn plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (TBS) en het afnemen van je rijbewijs.
Krijgen mensen die zijn veroordeeld tot levenslang wel eens gratie?
Levenslang betekent levenslang. Alleen als iemand gratie krijgt, kan hij eerder vrijkomen.
 
Gratie is het kwijtschelden, verminderen of veranderen van straffen die door de rechter zijn opgelegd. Gratie wordt verleend door Zijne Majesteit de Koning. Alle voorstellen tot gratieverlening worden persoonlijk aan de koning voorgelegd.
 
Op de site van het ministerie van Veiligheid en Justitie staat hoe een gratieverzoek moet worden ingediend.
 
Na de oorlog werd tot 1985 na gemiddeld 14 jaar gratie verleend, waarna de levenslange gevangenisstraf werd gewisseld voor een tijdelijke gevangenisstraf van gemiddeld 24,6 jaar. Met gebruikmaking van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling kwam de levenslang gestrafte al na gemiddeld 15,7 jaar vrij.
 
Het is thans minder vanzelfsprekend dat gratie wordt verleend aan tot levenslange gevangenisstraf veroordeelden.
 
Gratie wordt alleen nog bij hoge uitzondering verleend. In 1975 kwam huisarts John O. na 21 jaar vrij. Hans van Z. werd in 1986 na 17 jaar vrijgelaten.
 
Bijzondere omstandigheden kunnen een reden zijn om gratie te verlenen; een bijzondere omstandigheid is bijvoorbeeld een ernstige ziekte.
 
In de meeste Europese landen kijkt een rechter na ongeveer vijftien tot twintig jaar of het nog noodzakelijk en legitiem is een levenslange gevangenisstraf voort te zetten. Daardoor is de kans dat iemand vervroegd vrij komt in veel andere landen groter dan in Nederland.
 
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming vindt dat ook in Nederland dit systeem moet worden ingevoerd. Zij heeft daarover in 2006 een rapport geschreven met de titel Levenslang, perspectief op verandering. Het rapport en de aanvulling daarop in 2008 zijn te raadplegen op www.rsj.nl.
Kan iemand die levenslang krijgt daarnaast ook TBS krijgen?
Iemand die een levenslange gevangenisstraf krijgt, kan niet ook nog eens TBS krijgen. Dat heeft de Hoge Raad beslist in een uitspraak op 14 maart 2006.
De maatregel TBS is namelijk bedoeld om iemand te behandelen, zodat hij geen delicten meer pleegt en uiteindelijk terug kan keren in de maatschappij.
Iemand die levenslang heeft gekregen moet juist niet terugkeren in de maatschappij.
Er is dus een duidelijk verschil tussen de TBS en de levenslange gevangenisstraf. De levenslange celstraf is gericht op vergelding. Iemand die TBS krijgt, wordt behandeld, zodat hij minder gevaarlijk wordt.
Elke twee jaar (en soms na één jaar) kijkt een rechter of hij nog gevaarlijk is; als de rechter vindt dat de veroordeelde nog gevaarlijk is, verlengt hij de TBS. Maar een TBS’er kan dus vrijkomen, een levenslang gestrafte eigenlijk nooit.
Sommige mensen vinden dat TBS eigenlijk een soort levenslange gevangenisstraf is. De TBS kan namelijk steeds worden verlengd, in theorie ook een leven lang.
Er zijn zelfs speciale afdelingen voor mensen die al heel lang in een TBS kliniek zitten en daar waarschijnlijk ook nog heel lang zullen blijven. Die afdelingen heten long stay (lang verblijf) afdelingen.
Hoe gingen rechtbanken en gerechtshoven de afgelopen jaren om met levenslange straffen?

Iemand die door de rechtbank tot levenslang is veroordeeld, kan daartegen in beroep gaan bij het gerechtshof. Het gerechtshof kan die straf bevestigen; het kan ook tot de conclusie komen dat levenslang een te hoge straf is en een andere straf opleggen.

Een enkele keer komt het omgekeerde voor: terwijl de rechtbank bijvoorbeeld een gevangenisstraf in combinatie met TBS oplegt, vindt het gerechtshof dat de dader levenslang moet worden opgesloten.

Bij de zaaksdossiers vindt u ook een dossier levenslang met de strafzaken vanaf 2002 waarin door de rechter een levenslange gevangenisstraf is opgelegd. Opgenomen is een korte aanduiding van de zaak en de uitspra(a)k(en), die op Rechtspraak.nl zijn gepubliceerd.

Waarom leggen rechters levenslang op?
Als de rechter iemand veroordeelt tot levenslang, is dat vooral bedoeld als vergelding. Iemand die een zeer ernstig misdrijf heeft gepleegd, moet daarvoor boeten.
Bovendien is de samenleving dan beschermd tegen de veroordeelde; de gestrafte die levenslang achter de tralies zit, zal geen nieuwe misdrijven plegen.
Het idee is ook dat van de levenslange gevangenisstraf een afschrikwekkend effect uitgaat.
Bij korte gevangenisstraffen wordt een veroordeelde ook wel voorbereid op een terugkeer in de samenleving. Dat heet resocialisatie.
Bij het opleggen van levenslange gevangenisstraf is dit strafdoel van resocialisatie niet aan de orde.
Wat is levenslang
De hoogste gevangenisstraf die door rechters in Nederland kan worden opgelegd, is de levenslange gevangenisstraf. De meeste levenslang gestraften in Nederland hebben meerdere levensdelicten (zoals moord) gepleegd.
Levenslang betekent ook echt voor het leven in de gevangenis zitten . Anders dan in sommige andere Europese landen is in Nederland niet voorgeschreven dat een door de rechter opgelegde levenslange gevangenisstraf om de zoveel tijd door die rechter moet worden herbeoordeeld.
In Nederland kan iemand die tot levenslange gevangenisstraf is veroordeeld uitsluitend door gratie eerder vrij komen. De veroordeelde kan zelf om gratie verzoeken bij de koning. Hij kan ook een procedure starten bij de burgerlijke rechter. Deze rechter wordt dan gevraagd de rechtmatigheid van de (verdere) tenuitvoerlegging van de straf te beoordelen.
Gratie kan onder meer worden verleend als aannemelijk is dat met de tenuitvoerlegging van de straf of de voortzetting ervan in redelijkheid geen doel meer wordt gediend. In de praktijk gebeurt het zelden dat gratie ook daadwerkelijk wordt verleend.
 
Historie
In 1870 diende de regering een wetsvoorstel in om de doodstraf af te schaffen. In dit wetsvoorstel werd voorgesteld de doodstraf te vervangen door de levenslange gevangenisstraf. Die straf benaderde volgens de regering de doodstraf het dichtst en kon haar enige vervanger zijn.
Het heeft tot 1886 geduurd voordat de levenslange gevangenisstraf definitief in het Wetboek van Strafrecht werd opgenomen als de zwaarste vrijheidsberovende straf die Nederland (sindsdien) kent.
Als de rechter iemand veroordeelt tot levenslang, is die straf vooral bedoeld als vergelding. Iemand die een zeer ernstig misdrijf heeft gepleegd, moet daarvoor boeten. Door de veroordeelde langdurig op te sluiten, wordt de samenleving bovendien beschermd. Het idee is bovendien dat van de levenslange gevangenisstraf een afschrikkend effect uitgaat.
Tot de jaren ’80 is door de rechter slechts tweemaal levenslange gevangenisstraf opgelegd, gerekend vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog en de berechting van oorlogsmisdadigers niet meegerekend. In de jaren ’80 gebeurde het drie keer en in de jaren ’90 zevenmaal.
Tussen 2000 tot 2010 werden 31 personen veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Dat blijkt uit een lijst die advocaat Anker heeft opgesteld.
Hoge Raad: Levenslange gevangenisstraf mag worden opgelegd
De laatste jaren hebben enkele verdachten die levenslang hadden gekregen, geprobeerd om van de Hoge Raad – de hoogste rechter in Nederland – een uitspraak af te dwingen dat de levenslange gevangenisstraf in Nederland niet mag worden opgelegd.
Volgens hen is een levenslange gevangenisstraf in strijd met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) en de rechtspraak van het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg (EHRM), omdat in het Nederlandse gratiebeleid tegenwoordig levenslang ook letterlijk levenslang is.
De veroordeelde moet dus tot zijn dood opgesloten blijven en heeft geen enkel perspectief op verkorting van de straf.
In 2009 en 2011 deed de Hoge Raad uitspraken in deze zaken en stelde vast dat levenslange gevangenisstraf mag worden opgelegd (zie bijvoorbeeld LJN: BF3741 en BO6341).
Het opleggen ervan is op zichzelf niet in strijd met het Europees verdrag voor de rechten van de mens. Volgens dat verdrag mag een levenslange gevangenisstraf ook daadwerkelijk levenslang duren, als er maar een mogelijkheid bestaat om die straf te verkorten. In Nederland is die mogelijkheid er: aan een levenslang gestrafte kan gratie worden verleend.
Het staat niet vast dat in Nederland een opgelegde levenslange gevangenisstraf in geen enkel geval wordt verkort, zoals de verdediging had gesteld. Zou in de toekomst worden vastgesteld dat in Nederland een gratieverzoek in alle gevallen bij voorbaat kansloos is, dan moet volgens de Hoge Raad opnieuw worden beoordeeld of oplegging van een levenslange gevangenisstraf of de voortzetting van deze in strijd is met het EVRM.

 

Uitspraken

Kan ik elke uitspraak inzien?
De vonnissen worden in het openbaar uitgesproken. Iedereen kan dus in principe kennis nemen van de inhoud. Maar om privacy-redenen worden afschriften van vonnissen niet zomaar aan iedereen verstrekt.
Soms is het wel mogelijk om een vonnis in te zien. Als u een bepaald vonnis wilt inzien of een afschrift wilt ontvangen, kunt u contact opnemen met het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
Kan ik een uitspraak ook telefonisch opvragen?
Ja, maar alleen als u partij in een zaak bent. U kunt vanaf de dag van de uitspraak contact opnemen met de rechtbank of het gerechtshof waar de uitspraak is gedaan. 
Bij strafzaken werkt het anders. Informatie over de uitspraak in een strafzaak moet u schriftelijk aanvragen. Bent u slachtoffer in een strafzaak en wilt u in het bezit komen van de uitspraak? Dan moet u contact opnemen met het openbaar ministerie.
Uitspraken die juridisch interessant zijn of publicitair veel aandacht krijgen, worden op deze site gepubliceerd in het onderdeel Uitspraken.
Komen alle uitspraken op rechtspraak.nl?
Nee, op rechtspraak.nl staat een selectie van uitspraken die juridisch relevant zijn of waarvoor veel (media-)belangstelling is.
Privépersonen die in een uitspraak voorkomen, worden anoniem gemaakt omwille van privacy. Bedrijven en personen die beroepsmatig met de rechter te maken hebben, worden niet geanonimiseerd. Hiervoor zijn speciale anonimiseringsrichtlijnen opgesteld.
Wat betekent niet-ontvankelijk?
Soms heeft de officier van justitie niet het recht om iemand te vervolgen, bijvoorbeeld wanneer een misdrijf verjaard is of wanneer de politie en het Openbaar Ministerie tijdens de opsporing de spelregels hebben overtreden. De rechter zal de officier van justitie dan niet-ontvankelijk verklaren. De zaak is daarmee afgedaan.
Het verschil met vrijspraak is dat de rechter zich bij ‘niet-ontvankelijk’ helemaal niet buigt over de vraag of een verdachte iets wel of niet heeft gedaan.
Worden alle vonnissen bewaard?
Van iedere rechtszaak worden de uitspraken en dossiers bewaard in een archief. De gegevens worden per arrondissement opgeslagen. Op bepaalde tijden, dit verschilt per soort zaak, worden de archieven geschoond. Sommige zaken worden dan doorgestuurd naar het Rijksarchief, andere worden vernietigd.
Als u een bepaalde uitspraak wilt inzien, kunt u het best contact opnemen met de betreffende rechtbank of gerechtshof.
Kan ik ergens zien of mijn buurman een strafblad heeft?
Nee, het Justitieel Documentatieregister is niet openbaar. Als iemand zijn straf heeft ondergaan, is het niet de bedoeling dat hij of zij daarna nog door anderen wordt geconfronteerd met zijn strafblad.
Als ik het met een uitspraak oneens ben, kan ik dan altijd in hoger beroep?
Dat kan bijna altijd, maar er zijn uitzonderingen. Bijvoorbeeld als de rechter u voor een overtreding een boete heeft opgelegd van minder dan € 50. Meer informatie over hoger beroep.
Tot in het oneindige doorprocederen is niet mogelijk. Op een gegeven moment bent u aanbeland bij de hoogste rechter, bijvoorbeeld de Hoge Raad.

Zittingen

Kan ik zomaar een zitting bijwonen?
Ja, de meeste zittingen in het gerechtsgebouw zijn openbaar en voor het publiek toegankelijk. Sommige zittingen, zoals jeugd- en familiezaken, zijn dat niet. Deze zittingen vinden achter gesloten deuren plaats.
Waarom zijn rechtszittingen openbaar?
De rechtspraak is openbaar zodat iedereen kennis kan nemen van het verloop van een procedure; dit beschermt procespartijen tegen willekeur. Doordat zittingen openbaar zijn, kan iedereen zien hoe de rechter zijn werk doet.
De openbaarheid van de rechtspraak is beperkt tot de zittingszaal en de uitspraak. Informatie die tot bepaalde personen kan worden herleid, mag niet of alleen onder strenge voorwaarden worden bekendgemaakt. Er gelden bijvoorbeeld anonimiseringsregels voor het publiceren van uitspraken.
Mag iedereen een zitting bezoeken?
Iedereen vanaf 18 jaar mag een zitting bijwonen. Personen onder de 18 jaar mogen dit alleen na toestemming van de rechter en onder begeleiding van een volwassene.
Wat mag wel en wat mag niet in de rechtszaal?
Elke rechtbank en elk gerechtshof heeft huisregels. Bezoekers moeten zich daaraan houden. De huisregels van de afzonderlijke gerechten vindt u op hun eigen websites.
Een paar regels gelden overal:
• Huisdieren zijn niet toegestaan (met uitzondering van blindengeleide- of hulphonden);
• In het gerechtsgebouw mag niet worden gefilmd en er mogen ook geen foto’s worden gemaakt;
• Roken en alcohol gebruiken in het gerechtsgebouw zijn niet toegestaan;
• Mobiele telefoons gaan uit tijdens de zitting.
Waarom moet ik opstaan als de rechter binnen komt?
Opstaan als de rechter binnenkomt is een traditie. Daarmee wordt het gezag van de rechter benadrukt.
Wie zijn er allemaal bij een zitting aanwezig?
Dat hangt ervan af om welk soort zitting het gaat. De belangrijkste personen in de rechtszaal zijn:
• rechter(s);
• griffier;
• advocaat of advocaten;
• officier van justitie (alleen in strafzaken);
• verdachte (alleen in strafzaken);
• bode.
Neem een kijkje in de rechtszaal voor meer informatie over de aanwezigen en hun plaats in de rechtszaal.
Waarom hebben de rechters hun eigen deur?
Aan de achterzijde van de rechtszaal ziet u altijd 2 deuren. Door de linkerdeur komt de officier van justitie binnen, door de rechterdeur de rechter(s) en de griffier. De eigen deur voor de rechter onderstreept dat de rechter onafhankelijk en onpartijdig is.
Wat is snelrecht?
De verdachten moeten binnen een paar dagen na het misdrijf voor de rechter verschijnen. Het wordt alleen toegepast bij zaken die eenvoudig van aard zijn, zoals bij voetbalvandalisme. Via snelrecht kan er een goed lik-op-stukbeleid worden uitgeoefend.

Kinderporno

Wat is kinderporno?
Onder kinderporno worden in het Nederlandse strafrecht uiteenlopende misdrijven verstaan. In de wet wordt bijvoorbeeld onderscheid gemaakt tussen het bezit, het verspreiden en het maken van kinderpornografisch materiaal.
 
Dat onderscheid is van belang voor de door de rechter op te leggen straf. Ook andere factoren zijn van invloed op de soort straf en de hoogte van de straf, zoals de leeftijd van de personen die op het materiaal worden afgebeeld.
Kinderporno met betrekking tot zeer jonge (en daardoor extra kwetsbare) kinderen wordt relatief zwaarder bestraft dan kinderporno waarop een oudere jongere wordt afgebeeld.
 
Als op het materiaal ook seksuele handelingen met de minderjarige zichtbaar zijn of als het materiaal blijk geeft van geweld, zal het misdrijf ook zwaarder worden bestraft dan wanneer daarvan geen sprake is.
Hoe bepaalt de rechter de straf?
De rechter bepaalt de straf op grond van alle omstandigheden van het geval. Hij kijkt daarbij niet alleen naar de ernst van het misdrijf, maar ook naar de omstandigheden waaronder het is begaan, de persoon van de dader en de gevolgen voor het slachtoffer.
 
Bij het opleggen van straf houdt de rechter ook rekening met de eis van de officier van justitie en met de straffen die eerder door rechters zijn opgelegd in soortgelijke zaken.
In januari 2011 zijn door strafrechters landelijke oriëntatiepunten vastgesteld voor de straftoemeting bij kinderporno. Deze oriëntatiepunten beschrijven de dagelijkse praktijk: welke straffen leggen rechters bij veelvoorkomende misdrijven op?
 
Rechters kunnen de oriëntatiepunten gebruiken als vertrekpunt bij het bepalen van straffen.
Welke straffen kunnen voor kinderporno worden opgelegd?
Voor de meeste varianten van kinderporno gaan de oriëntatiepunten uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Dat geldt bijvoorbeeld in die gevallen waarin naast bezit ook sprake is van het verspreiden van kinderporno, of waarbij het gaat om kinderen van jonge leeftijd.
 
Een taakstraf, in beginsel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, is volgens de oriëntatiepunten alleen nog aan de orde als de verdachte niet eerder is veroordeeld voor zedendelicten, het gaat om het bezit van een geringe hoeveelheid pornografisch materiaal waar geen jonge kinderen bij betrokken zijn en waarbij geen gewelddadig element aanwezig is.
 
Strafverhogende factoren kunnen ertoe leiden dat daarvan wordt afgeweken en een hogere straf wordt opgelegd, bijvoorbeeld als er op de afbeeldingen hevig geweld blijkt of als er sprake is van bijzonder schadelijke gevolgen voor het slachtoffer.
 
Bij het toekennen van de straf neemt de rechter ook de eis van het Openbaar Ministerie in overweging, die op basis van eigen richtlijnen wordt bepaald. Als een verdachte niet alleen kinderporno in zijn bezit heeft gehad of heeft verspreid, maar ook een ander zedenmisdrijf (bijvoorbeeld ontucht of verkrachting) heeft gepleegd, dan zal de rechter ook nog een straf opleggen voor dat zedenmisdrijf. Die straf komt dan bovenop het kinderporno-misdrijf.
 
De oriëntatiepunten worden regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen.
 
Is er in Nederland onderzoek gedaan waarin de door de rechters opgelegde straffen voor kinderporno worden vergeleken met de eis van de officier van justitie? Zo ja, is dat beschikbaar?
Voor zover de Raad voor de rechtspraak weet, is hier geen onderzoek naar gedaan.
 
Wel is recent onderzoek gedaan naar de strafoplegging bij geweld tegen hulpverleners.
 
Uit dit onderzoek blijkt dat rechters in de meeste gevallen niet of nauwelijks van de strafeis afwijken. Rechters leggen voor deze delicten gemiddeld 93% van de eis op.
Bekijkt de strafrechter standaard in alle kinderpornozaken de afbeeldingen en/of videobeelden?
In strafzaken met betrekking tot kinderporno zitten afbeeldingen niet standaard in het dossier. Het Openbaar Ministerie wil namelijk het risico van (verdere) verspreiding van het materiaal minimaliseren.
 
Een kopie van het strafdossier wordt verstrekt aan procesdeelnemers, zoals de verdachte en zijn advocaat.
In plaats van het opnemen van kinderporno in het dossier, wordt omschreven wat op het materiaal precies wordt afgebeeld. De politie maakt deze beschrijving in het proces-verbaal.
 
Dat bevat verder een uitleg waarom het materiaal kinderporno zou zijn en een selectie van het materiaal tot maximaal 25 afbeeldingen; ook maken een rubriceringsysteem en toelichting van de zedenpolitie de aard en de ernst van het materiaal inzichtelijk.
 
De rechter kan er zo van uitgaan dat hij een goed beeld heeft van het dossier op dit punt. Daarmee vervalt de noodzaak altijd al het materiaal te bekijken.
 
Zowel de rechter als de  verdachte kunnen het materiaal zowel voor als op de zitting inzien. Zij kunnen daartoe een verzoek indienen bij het Openbaar Ministerie. Het kinderpornomateriaal wordt door de officier van justitie in een beveiligde kluis bewaard.
 
De Raad voor de rechtspraak vindt het belangrijk dat strafrechters het materiaal bekijken als zij dat nodig vinden, bijvoorbeeld als de verdachte of zijn advocaat de juistheid van de omschrijving van het materiaal die door de politie is gegeven, in twijfel trekken.
Is er in Nederland onderzoek gedaan naar de mate waarin de straffen die voor kinderporno worden opgelegd door rechters die het beeldmateriaal zelf bekijken, verschilt van rechters die dat niet doen?
Voor zover de Raad voor de rechtspraak weet, is hier geen onderzoek naar gedaan.
 
De soms gehoorde stelling dat in kinderpornozaken waarin rechters het beeldmateriaal zelf bekijken sprake is van een hogere strafoplegging dan in zaken waarin rechters dat niet doen, kan dan ook niet met onderzoek worden onderbouwd.
Hoeveel kinderpornozaken behandelt de rechtspraak per jaar?
Rechtbanken hebben in 2009 ruim 150 zaken behandeld waarin uitsluitend kinderporno was tenlastegelegd op basis van art. 240b Sr.
 
Daarnaast zijn er echter ook veel zaken waarin naast het bezit/verspreiden/vervaardigen van kinderporno ook bepaalde andere zeden- of geweldsdelicten – zoals verkrachting en ontucht – zijn tenlastegelegd en zaken die in 2009 in hoger beroep door een gerechtshof zijn behandeld.
 
Het vermoeden bestaat daarom dat het daadwerkelijke aantal aanzienlijk hoger is, maar dat is op dit moment niet met zekerheid te stellen.
Waarom is de Raad voor de rechtspraak tegen een beperking van taakstraffen voor kinderpornozaken?
Omdat niet elke strafzaak hetzelfde is, laat de rechter alle omstandigheden van het geval meewegen bij de strafoplegging.
 
De rechter beschikt daarbij over een scala aan straffen en maatregelen waaruit hij de meest toepasselijke straf voor de concrete situatie kan kiezen.
 
Ook bij kinderporno kan het soms in de rede liggen om een taakstraf op te leggen. Onder een taakstraf valt zowel de werkstraf als de leerstraf.
 
Er zijn leerstraffen die inhouden dat de verdachte van een zedenmisdrijf een bepaalde cursus moet volgen waarbij hij leert zich anders te gedragen. Als hij die leerstraf (of werkstraf) niet goed afmaakt, zal hij alsnog een straf in de gevangenis moeten ondergaan.
 
Op dit moment behandelt het parlement een wetsvoorstel waarmee de mogelijkheden van de rechter om een taakstraf op te leggen worden beperkt. De Raad voor de rechtspraak vindt dat daarmee de rechterlijke vrijheid, die in onze grondwet is verankerd, wordt beperkt.
 
Dat kan de kwaliteit en de doelmatigheid van de strafrechtspleging schaden.
 
De Raad heeft in zijn advisering over dit wetsvoorstel uiteengezet dat dit ongewenst is. Straffen is maatwerk, en de rechter moet de ruimte houden om maatwerk te leveren.

Rechters

Hoe word je rechter?
  • Een rechterlijk ambtenaar in opleiding (RAIO) heeft een universitaire rechtenstudie afgerond en krijgt daarna een interne opleiding van 6 jaar binnen de rechterlijke macht. Na de opleiding kan een RAIO rechter worden, maar ook officier van justitie.
  • Een rechter in opleiding (RIO) heeft na zijn rechtenstudie al minstens 6 jaar relevante juridische werkervaring opgedaan, bijvoorbeeld als bedrijfsjurist, jurist in overheidsdienst of advocaat.

Voor zowel RIO’s en RAIO’s geldt een strenge selectieprocedure.

Kunnen rechters worden ontslagen?
Alleen in heel uitzonderlijke gevallen. Rechters worden voor het leven benoemd. De enige instantie die een rechter kan ontslaan, is de Hoge Raad.
Wat is een politierechter?
De politierechter is een rechter die in zijn eentje strafzaken behandelt. Het gaat daarbij niet om de ingewikkelde en heel zware strafzaken. De politierechter kan straffen opleggen tot maximaal 1 jaar gevangenisstraf.
Wat is een kantonrechter?
De kantonrechter is een ervaren rechter die verschillende soorten zaken behandelt:
• huurzaken (zoals huurschuld of achterstallig onderhoud);
• arbeidsovereenkomsten (zoals ontslagzaken en het toekennen van ontslagvergoedingen);
• zaken waarin burgers tegenover elkaar staan (civiele zaken) en waarbij het gaat om een bedrag tot € 25.000;
• eenvoudigste strafzaken, zoals verkeersovertredingen.
Wat is het verschil tussen kantonrecht en civiel recht?
De kantonrechter behandelt maar een deel van de zaken in het civiel recht, waarbij de ene burger tegenover de andere burger staat. Voor zaken waarin het gaat om een geldbedrag van meer dan € 25.000, maar bijvoorbeeld ook voor familiezaken zoals echtscheiding moet u naar de civiele rechter.
Wat doet een rechter-commisaris?
In het strafrecht is de rechter-commissaris degene die beoordeelt of de politie een verdachte langer in voorarrest mag houden terwijl het opsporingsonderzoek nog bezig is. Hij moet ook goedkeuring geven als de politie en de officier van justitie bijzondere opsporingsmethoden willen gebruiken, zoals het afluisteren van een telefoon.

De rechter-commissaris heeft ook een aantal taken in faillissementszaken. De belangrijkste is het toezicht op de curator (de advocaat die bij een faillissement van een bedrijf is belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel).
Is de rechter de baas van de politie?
Nee. De officier van justitie geeft leiding aan de politie tijdens het onderzoek. De rechter beoordeelt of de politie in een strafzaak heeft gehandeld volgens de spelregels. Er zijn bijvoorbeeld regels voor het gebruik van bijzondere opsporingsmethoden, zoals het afluisteren van een telefoon. Als de politie die regels niet naleeft, kan de rechter besluiten een lagere straf te geven of zelfs om de officier van justitie ‘niet ontvankelijk’ te verklaren, zoals dat heet. De verdachte gaat dan vrijuit.
Wat voor soorten rechters zijn er?
Er zijn strafrechters, familierechters, handelsrechters, bestuursrechters en vreemdelingenrechters. Een bijzondere categorie rechters vormen de kantonrechters: dat zijn ervaren rechters die verschillende categorieën zaken behandelen.
Hoeveel verdient een rechter?
Rechters verdienen, afhankelijk van hun specifieke ervaring en expertise, op basis van een 36-urige werkweek een jaarsalaris van tussen de 74.000 en 111.000 euro bruto. Een rechter met vijf jaar werkervaring verdient jaarlijks ongeveer 84.000 euro bruto. Alle bedragen zijn inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering.
 
Een rechter die werkt bij één van de 11 rechtbanken in Nederland verdient jaarlijks minimaal 74.000 euro en maximaal 95.000. Dit is afhankelijk van de ervaring van de betreffende rechter. Een ‘gewone’ rechter met vijf jaar werkervaring komt gemiddeld uit op een jaarsalaris van ongeveer 84.000 euro.
Rechters met beduidend meer ervaring en expertise (senior rechters) verdienen, net als alle raadsheren die rechtspreken bij een van de vier gerechtshoven, minimaal 95.000 en maximaal 104.000 euro bruto per jaar.
Een derde categorie vormen zeer ervaren rechters (senior rechters A) en raadsheren (senior raadsheren). Zij verdienen jaarlijks minimaal 95.000 en maximaal 111.000 euro bruto.
De hoogste beloning binnen de Rechtspraak krijgen de president van de Hoge Raad, de presidenten van de gerechtshoven en rechtbanken en de leden van de Raad voor de rechtspraak. Hun jaarsalaris varieert van 125.000 tot 138.000 euro bruto per jaar. Het salaris van een rechterlijk bestuurslid van een rechtbank en een gerechtshof schommelt tussen de 116.000 en 122.000 euro bruto.
Mogen rechters ook bijbanen hebben?
Ja, net als ieder ander kan een rechter ook nevenfuncties hebben, bijvoorbeeld het lidmaatschap van een bestuur. Welke nevenfuncties rechters hebben, is te vinden in het register van nevenfuncties.
Rechters mogen geen zaken behandelen waarbij ze zelf zijn betrokken doordat ze een bepaalde nevenfunctie hebben. Een rechter die in het bestuur zit van een voetbalclub, mag bijvoorbeeld geen zaak behandelen waarin die club een van de partijen is. Zijn onpartijdigheid zou dan ter discussie komen te staan.
Waarom draagt de rechter een toga?
Rechters, officieren van justitie en advocaten dragen tijdens de rechtszitting een zwarte toga en een witte bef. De toga heeft een symbolische betekenis. De deelnemers in het proces worden er als het ware minder persoonlijk door en de nadruk komt te liggen op hun ambt van officier, rechter of advocaat.
Hoe komt de rechter tot een oordeel?
Om tot een beslissing te komen, hanteert de rechter om te beginnen de wet. Hierin staan de afspraken die in Nederland gelden voor alle denkbare situaties, zoals wanneer iemand mag worden ontslagen en welke straf een verdachte verdient voor welk strafbaar feit. Ook gemeenten en provincies hebben regels die dezelfde kracht hebben als een wet. Als het nodig is, kijkt de rechter ook naar internationale verdragen en naar uitspraken van andere rechters in vergelijkbare gevallen.
En de rechter kijkt natuurlijk naar wat er in een zaak precies aan de hand is. Hij bestudeert de stukken, kan de partijen vragen stellen en als het nodig is ook deskundigen horen.
Ik heb een klacht over de rechtbank of het gerechtshof. Waar kan ik terecht?
De rechtspraak heeft een eigen klachtenregeling op grond waarvan iedereen een klacht tegen de rechtbank indienen. U kunt uw klacht digitaal indienen bij het gerecht waar u de klacht tegen heeft, als hij voldoet aan de eisen die in de klachtenregeling staan.
Wat is het verschil tussen een advocaat en een advocaat-generaal?
Een advocaat-generaal is geen advocaat. De advocaat-generaal heeft dezelfde rol als een officier van justitie, maar dan in strafzaken die worden behandeld bij het gerechtshof.
Heb je in de rechtszaal altijd een advocaat nodig?
Nee, bij de kantonrechter is het niet verplicht om een advocaat te hebben. Ook bij de bestuurs- en de strafrechter hoeft u geen advocaat mee te nemen naar een zitting.
Bij de civiele rechter bent u verplicht u door een advocaat te laten vertegenwoordigen.
Wat is wraking?
Wie betrokken is in een rechtszaak en goede redenen heeft om te denken dat de rechter een zaak niet onpartijdig kan beoordelen, kan erom vragen deze rechter te vervangen. Zo’n verzoek wordt een verzoek tot wraking genoemd.

Rechter-commissaris in strafzaken

Wat is een rechter-commissaris?

​Een rechter-commissaris is een rechter die de leiding heeft over het vooronderzoek in een strafzaak. De rechter-commissaris doet op verzoek van de verdachte of het Openbaar Ministerie of uit zichzelf onderzoek. Verder let hij op de voortgang, evenwichtigheid en rechtmatigheid van het onderzoek.

Wat doet een rechter-commissaris?

​De rechter-commissaris bepaalt onder andere of een verdachte langer in voorarrest gehouden mag worden. Ook beslist hij of er bijzondere opsporingsmethoden, zoals het tappen van telefoons en doorzoekingen, ingezet mogen worden. Bij doorzoekingen gaat een rechter-commissaris altijd mee om toezicht te houden.

Om ervoor te zorgen dat de zittingsrechter alle informatie heeft om tot een vonnis te kunnen komen, kan een rechter-commissaris onderzoek (laten) verrichten; bijvoorbeeld door het zelf horen van getuigen, dit kunnen ook slachtoffers of deskundigen zijn. Dit hoeft de rechter dan tijdens de zitting niet meer te doen.
Waarom doet de rechter-commissaris zijn onderzoek achter gesloten deuren?

In het belang van de waarheidsvinding vindt het onderzoek achter gesloten deuren plaats. Op deze manier kan er geen sprake zijn van beïnvloeding.

Wat als het onderzoek van de rechter-commissaris in het buitenland moet plaatsvinden?

​In dat geval stuurt de rechter-commissaris een rechtshulpverzoek aan de buitenlandse autoriteiten. Pas als deze toestemming geven, kan de rechter-commissaris zijn onderzoek starten.​

Schorsing voorlopige hechtenis

Wat is voorlopige hechtenis?

Iemand die verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit kan worden aangehouden en in bepaalde gevallen in voorlopige hechtenis worden geplaatst.

Hij is dan gedetineerd in een penitentiaire inrichting (als verdachte, niet als dader) in afwachting van de uitspraak van de rechter over zijn zaak.

Ook als een verdachte door de rechtbank al is veroordeeld, maar hoger beroep heeft aangetekend spreekt men bij de voortzetting van de vrijheidsbeneming in afwachting van de behandeling van de zaak in hoger beroep, van voorlopige hechtenis.

Er is ook dan geen sprake van een onherroepelijk veroordeelde dader, maar nog steeds van een verdachte. Iemand die in voorlopige hechtenis zit, verblijft daar dus als verdachte en niet als dader.

Dit onderscheid tussen dader en verdachte is ook van belang omdat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat een voorarrest (voorlopige hechtenis) van een verdachte in afwachting van een uitspraak in eerste aanleg (‘pretrial detention’) zo kort mogelijk moet duren.De verdachte kan dan immers nog niet als dader worden aangemerkt.

Voor een (onherroepelijk veroordeelde) dader gelden weer andere regelingen.

Is het voor de verdachte mogelijk om tijdens de voorlopige hechtenis de inrichting te verlaten?
Wanneer een verdachte in (voorlopige) hechtenis zit kan die detentie onder omstandigheden voor kortere tijd worden onderbroken of voor bepaalde of onbepaalde tijd worden geschorst.
Daartoe zijn twee mogelijkheden:
 
  1. Als het gaat om een kortstondige onderbreking van één of - vanwege de reistijd - twee dagen vanwege gebeurtenissen in de persoonlijke levenssfeer, zoals het bijwonen van een begrafenis, kan hij de directeur van de penitentiaire inrichting verzoeken om de inrichting tijdelijk te mogen verlaten. In welke gevallen zo’n verlof mag worden gegeven, is vastgelegd in de Penitentiaire beginselenwet en de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting. 
  2. Daarnaast kan de verdachte aan de rechter verzoeken om de voorlopige hechtenis voor bepaalde of voor onbepaalde tijd te schorsen. Dit is geregeld in het Wetboek van Strafvordering (artikelen 80 en volgende) en voor strafrechtelijk minderjarigen bovendien in artikel 493 van datzelfde wetboek.
Kan iedere verdachte een verzoek tot (tijdelijke) schorsing van de voorlopige hechtenis indienen?
Ja, iedere voorlopig gehechte verdachte kan een verzoek tot schorsing van die hechtenis indienen. De rechter kan overigens ook op vordering van de officier van justitie of uit eigen beweging overgaan tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

 
Bij wie wordt het verzoek ingediend?
Het verzoek moet worden gericht aan het gerecht dat de zaak tegen de verdachte behandelt. Dat gerecht beslist na ook het Openbaar Ministerie over het verzoek gehoord te hebben.
 
Wordt het verzoek geheel of gedeeltelijk toegestaan, dan wordt de voorlopige hechtenis geschorst. Die schorsing kan voor bepaalde tijd zijn, bijvoorbeeld enkele dagen, maar ook voor onbepaalde tijd.
 
Aan die schorsing worden steeds voorwaarden verbonden waaraan de verdachte tijdens zijn schorsing moet voldoen.
Welke criteria spelen een rol bij het wel of niet schorsen van de voorlopige hechtenis?
Ieder verzoek wordt van geval tot geval beoordeeld. De rechter weegt de persoonlijke belangen van de verdachte af tegen strafvorderlijke en maatschappelijke belangen van voortzetting van de voorlopige hechtenis.
 
Strafvorderlijke belangen die zich kunnen verzetten tegen invrijheidstelling zijn, kort gesteld:
  • gevaar voor vlucht
  • de ernst van het feit en de daardoor geschokte rechtsorde (12-jaars grond)
  • vrees dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen (recidive gevaar)
  • het belang van het onderzoek (collusie).
  • Andere (maatschappelijke) belangen die zich tegen invrijheidstelling van de verdachte verzetten zijn bijvoorbeeld de belangen van de slachtoffers, familie van het slachtoffer en nabestaanden.
De rechter gaat bij het nemen van zijn beslissing onder meer af op de gegevens in het dossier, zoals dat door het Openbaar Ministerie is aangeleverd. Als het Openbaar Ministerie zelf geen bezwaren heeft tegen de schorsing, zal de rechter in de praktijk niet snel tot afwijzing van het verzoek beslissen.
Kan de rechter om extra informatie vragen als hij twijfelt of het verantwoord is om een verzoek tot schorsing te honoreren?
Wanneer de rechter van oordeel is dat hij meer moet weten om tot een goede beslissing te kunnen komen, kan hij om aanvullende informatie verzoeken. Dat kan hij doen bij het Openbaar Ministerie of de Reclassering.
 
De rechter kan ook aan de verdachte vragen om zijn schorsingsverzoek nader te onderbouwen. Aan zijn verzoek tot schorsing dient namelijk een deugdelijke reden ten grondslag te liggen.
 
Deze deugdelijke reden dient meer te omvatten dan algemene schade, ongemak e.d. die met de detentie samenhangen. De verdachte moet dan ook zijn persoonlijk belang aannemelijk maken en desgevraagd met stukken onderbouwen.
Welke overweging wordt gemaakt voor de duur van de schorsing voor bepaalde tijd?
De duur van een schorsing voor bepaalde tijd is afhankelijk van het doel van de schorsing, maar kan uiteenlopen van een dag tot weken of maanden.
 
Het kan voorkomen dat de voorlopige hechtenis ter terechtzitting tot en met de volgende terechtzitting wordt geschorst. Dat kan weken maar ook maanden zijn.
 
Als het gaat om het ondergaan van een verslavingsbehandeling zal de schorsing al gauw voor onbepaalde tijd worden verleend.
Welke voorwaarden gelden als de voorlopige hechtenis wordt geschorst?
De rechter kan aan de beslissing om  iemand uit de voorlopige hechtenis te schorsen bijzondere voorwaarden verbinden.
 
Elektronisch huisarrest, inleveren van reis-/verblijfsdocumenten, een contactverbod, een (dagelijkse) meldplicht bij de politie en begeleiding door de reclassering zijn voorbeelden van dergelijke bijzondere voorwaarden.  
 
Kan het Openbaar Ministerie in beroep tegen de beslissing van de rechter om de voorlopige hechtenis te schorsen?
Ja, als de schorsing door de raadkamer van de rechtbank is verleend, kan het Openbaar Ministerie daartegen in beroep. Dit kan echter niet als de beslissing door de rechtbank ter terechtzitting is gegeven (artikel 406 van het Wetboek van Strafvordering). Als de beslissing door het gerechtshof is gegeven, staat geen hoger beroep open.
 
Het Openbaar Ministerie kan de rechter verzoeken de verleende schorsing van de voorlopige hechtenis te beëindigen.
 
Het Openbaar Ministerie zal een dergelijk verzoek bij de rechter indienen wanneer bijvoorbeeld is gebleken dat de verdachte zich niet aan de gestelde voorwaarden heeft gehouden.
Hoe vaak wordt schorsing van de voorlopige hechtenis gevraagd en hoe vaak verleend?
Er zijn geen cijfers bekend over hoe vaak een verzoek tot schorsing van een voorlopige hechtenis wordt gevraagd en verleend.
 
Wel kan ter illustratie worden gemeld dat de raadkamers van de gerechtshoven en rechtbanken in 2008 bijna 30.000 vorderingen en verzoeken met betrekking tot de verlenging, schorsing en opheffing van de voorlopige hechtenis hebben behandeld.
Wetswijziging in voorbereiding
De Raad voor de rechtspraak heeft hierover op 23 februari 2010 advies uitgebracht. Daarin geeft de Raad de minister van Justitie in overweging het wetsvoorstel niet in te dienen omdat deze de rechterlijke bevoegdheid op dit terrein zou beperken.
Controle op de voorlopige hechtenis behoort namelijk bij uitstek tot de rechterlijke taak. Deze rol van de rechter lijkt in het wetsvoorstel uit het oog te worden verloren. Een deel van de beslissing over de vrijheidsbeneming van een voorlopig gehechte wordt namelijk uit handen van de rechter genomen en in handen gelegd van de administratie. 
 
Het wetsvoorstel ligt momenteel bij de Raad van State.

Voorwaardelijke invrijheidstelling

Wat is er veranderd?
In Nederland is het gebruikelijk dat een verdachte die is veroordeeld tot een lange gevangenisstraf niet die hele straf achter de tralies hoeft uit te zitten.
 
Tot nu toe was dat geregeld in de Wet vervroegde invrijheidstelling. Kort gezegd kwam de oude regeling erop neer dat een veroordeelde vrij kwam nadat hij twee derde van zijn straf had uitgezeten.
 
Per 1 juli 2008 is er de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling. Het blijft zo dat een veroordeelde vroeger op vrije voeten komt, maar voortaan gelden er vanaf dat moment voorwaarden waaraan de veroordeelde zich moet houden. 
 
Voldoet de veroordeelde niet aan die voorwaarden, dan kan hij of zij weer vast worden gezet.
Wanneer geldt de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling?
De Wet voorwaardelijke invrijheidstelling geldt voor onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van meer dan één jaar.
 
De rechter kan een verdachte ook veroordelen tot een gevangenisstraf die voor een deel voorwaardelijk is. Dat wil zeggen dat de verdachte dat voorwaardelijke deel niet hoeft uit te zitten, maar uitsluitend als hij gedurende een bepaalde periode – meestal twee jaar – niet opnieuw een strafbaar feit pleegt.
 
De wet voorwaardelijke invrijheidstelling geldt niet voor gevangenisstraffen die voor een deel voorwaardelijk zijn.
De wet voorwaardelijke invrijheidstelling geldt ook niet voor gevangenisstraffen tot en met een jaar. De veroordeelde moet in dat geval zijn straf helemaal uitzitten.
 
De Wet voorwaardelijke invrijheidstelling geldt ook niet wanneer een verdachte tot  levenslang wordt veroordeeld. In Nederland is levenslang ook daadwerkelijk levenslang.
Wanneer komen veroordeelden voortaan vrij?
Wie is veroordeeld tot een gevangenisstraf van meer dan een jaar en ten hoogste twee jaar, komt voorwaardelijk vrij na één jaar, plus een derde van de rest van de straf.
 
Bijvoorbeeld: iemand die is veroordeeld tot achttien maanden cel, komt vrij na veertien maanden (twaalf maanden plus twee maanden).
 
Iemand die is veroordeeld tot meer dan twee jaar gevangenisstraf, komt voorwaardelijk vrij na twee derde van de straftijd.
 
Bijvoorbeeld: iemand met zes jaar gevangenisstraf komt vrij na vier jaar.
 
Als iemand is veroordeeld tot meerdere gevangenisstraffen, moet hij deze als het even kan aaneensluitend uitzitten. Om te bepalen wanneer iemand op vrije voeten komt, worden deze straffen bij elkaar opgeteld.
 
Ook hier geldt weer: het gaat alleen om onvoorwaardelijke gevangenisstraffen.
Geldt de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling ook voor minderjarigen?
Nee
Welke voorwaarden gelden bij voorwaardelijke invrijheidstelling?
Anders dan voorheen is het voortaan dus niet meer zo dat een veroordeelde automatisch op vrije voeten komt als hij een bepaald deel van zijn straf heeft uitgezeten. Voortaan gelden er voorwaarden waaraan hij zich moet houden gedurende een proeftijd. Er is een algemene voorwaarde en er zijn bijzondere voorwaarden.
 
Algemene voorwaarde
 
De veroordeelde mag geen strafbare feiten plegen in de periode van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Die periode wordt ook wel proeftijd genoemd. De proeftijd is in principe zo lang als het restant van zijn straf, maar duurt minstens een jaar. Gaat de verdachte in die periode over de schreef, dan moet hij het restant van zijn straf alsnog uitzitten
 
Bijzondere voorwaarden
 
Voor de veroordeelde die eerder vrij komt, kunnen ook bijzondere voorwaarden gelden.
 
Voorbeelden van bijzondere voorwaarden zijn:
  • de veroordeelde moet een opleiding volgen;
  • de veroordeelde moet hulpverlening accepteren, bijvoorbeeld voor een verslaving;
  • de veroordeelde krijgt een meldingsplicht;
  • de veroordeelde krijgt een straat- of contactverbod;
  • de veroordeelde mag geen drugs of alcohol gebruiken.

Zulke bijzondere voorwaarden gelden hooguit even lang als het restant van de straf.

 
Kan de voorwaardelijke invrijheidstelling ook worden uitgesteld of achterwege blijven?
Ja, dat kan in de volgende gevallen:
  • als de veroordeelde in een TBS-kliniek zit en langer moet worden verpleegd;
  • als de veroordeelde zich zeer ernstig heeft misdragen tijdens zijn strafperiode;
  • als de veroordeelde zich niet aan voorwaarden wil houden, of als er ondanks de voorwaarden een te groot risico is dat de veroordeelde (ernstige) geweldmisdrijven zal plegen;
  • als de veroordeelde is ontsnapt of een ontsnappingspoging heeft gedaan;
Wie beslist over uitstel of afstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling?
Het Openbaar Ministerie kan de rechter vragen om uitstel of afstel. De rechter beslist.
Wat gebeurt er als een veroordeelde een voorwaarde niet naleeft?
Als een veroordeelde op vrije voeten is gekomen en een of meer van de voorwaarden (algemeen of bijzonder, zie hierboven) niet naleeft, kan de voorwaardelijke invrijheidstelling worden herroepen.
 
De voorwaardelijk invrijheidgestelde wordt dan weer opgesloten om de rest van zijn straf (geheel of gedeeltelijk) alsnog uit te zitten.
Wie beslist over het ongedaan maken van de voorwaardelijke invrijheidstelling?
Het Openbaar Ministerie vraagt, de rechter beslist. De rechter kan kan zijn uitspraak direct tijdens de terechtzitting doen, maar ook uiterlijk twee weken erna.

 
Kan de veroordeelde in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank?
Nee, dat kan niet.
Kan een veroordeelde worden aangehouden als een voorwaarde niet is nageleefd?
Ja, dat kan. Als er een ernstig vermoeden bestaat dat iemand zich niet aan de voorwaarden houdt en dat de voorwaardelijke invrijheidstelling ongedaan zal worden gemaakt, kan het Openbaar Ministerie bevelen dat iemand alvast wordt aangehouden.
 
Het Openbaar Ministerie vraagt dan om schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De rechter-commissaris beslist op dat moment of de veroordeelde vast blijft zitten tot de terechtzitting.
 
Uiteindelijk is het de rechter die bepaalt wat er moet gebeuren.