Uitspraak over de inzet van medisch deskundigen in WIA-zaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksCentrale Raad van Beroep > Nieuws > Uitspraak over de inzet van medisch deskundigen in WIA-zaken
Utrecht, 30 juni 2017

De Centrale Raad van Beroep heeft, samen met de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, uitgangspunten voor de rechter ontwikkeld in zaken waarin de overheid zich beroept op een advies van een eigen medisch deskundige. In de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep gaat het over medische rapporten opgesteld door verzekeringsartsen van het UWV. Aanleiding voor de uitspraak is een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 8 oktober 2015 (Korošec).

Achtergrond
Betrokkene had bij het Uwv een WIA-uitkering aangevraagd. Bij de beoordeling of een betrokkene voor die uitkering in aanmerking komt, vindt onder meer een medische beoordeling plaats door een verzekeringsarts van het UWV. Volgens het UWV was betrokkene voldoende geschikt om arbeid te verrichten. Betrokkene vond dat hij door de inzet door het UWV van een eigen, niet onafhankelijke verzekeringsarts, op achterstand was gezet. Hij stelde dat de rechter deze ongelijkheid moet herstellen door bijvoorbeeld zelf een deskundige te benoemen. Hij heeft zich daarbij beroepen op het arrest "Korošec" van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Benoemen onafhankelijke medische deskundige?
Uit het arrest "Korošec" volgt dat de rechter compensatie moet bieden als een partij in een nadeliger positie verkeert ten opzichte van de andere partij. In navolging van dat arrest zet de Centrale Raad van Beroep in de uitspraak van vandaag uiteen hoe de rechter moet omgaan met zaken waarin de overheid zich beroept op een advies van een eigen medisch deskundige, in dit geval de verzekeringsarts van het UWV. Het gaat om een beoordeling in drie stappen. De rechter moet eerst nagaan of het advies zorgvuldig is opgesteld en inzichtelijk is. Vervolgens moet er equality of arms – evenwicht – bestaan tussen de betrokkene en het Uwv als het gaat om de mogelijkheid bewijsmateriaal aan te dragen. Als dit evenwicht er niet is, zal de rechter dit evenwicht moeten herstellen. Dat kan de rechter doen door bijvoorbeeld zelf een onafhankelijk deskundige te benoemen. Als de betrokkene de rechter heeft verzocht om zo'n benoeming, en de rechter wijst dit af, dan zal hij dat goed moeten toelichten en duidelijk moeten maken waarom hij zich in staat acht om zonder zo'n onafhankelijk deskundige tot een oordeel te komen.

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vandaag gelijktijdig uitspraak gedaan in een zaak over een vreemdeling die de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie had verzocht om zijn uitzetting op te schorten vanwege zijn gezondheidssituatie. De staatssecretaris heeft dit verzoek afgewezen nadat hij advies had ingewonnen bij het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Ook hier zijn de door beide hoogste bestuursrechters ontwikkelde uitgangspunten toegepast.

Het oordeel van de Centrale Raad van Beroep is in deze zaak een eindoordeel. Partijen kunnen tegen deze uitspraak dan ook geen hoger beroep instellen.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
-------------------------------------------------------------------------
Centrale Raad van Beroep, 30 juni 2017
Zaaknummer 15/501 WIA, ECLI:NL:CRVB:2017:2226

De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met zaaknummer 201608140/1 is te vinden op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:RVS:2017:1674. Ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij de uitspraak een persbericht uitgebracht.

Het arrest van 8 oktober 2015 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Korošec) vindt u [hier].

Dit is een persbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit persbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Voor eventuele vragen over dit persbericht kunt u zich wenden tot het secretariaat, tel: 088-3611730.

E-mail: voorlichting.crvb@rechtspraak.nl
Website: www.rechtspraak.nl/organisatie/CRvB

Uitspraken

Meest gelezen berichten