Gevangenisstraf voor twee uitreispogingen naar Syrië

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Den Haag > Nieuws > Gevangenisstraf voor twee uitreispogingen naar Syrië
Den Haag, 06 april 2018

Een 24-jarige man uit Den Haag is vandaag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 maanden. Het Haagse hof heeft hem schuldig bevonden aan het (mede)plegen van voorbereidingshandelingen van terroristische misdrijven en aan het (mede)plegen van een poging tot deelname aan een terroristische organisatie. De man is eerder door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 31 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar onder oplegging van een aantal bijzondere voorwaarden.

De verdachte heeft in het laatste kwartaal van 2013 en in 2014 samen met een medeverdachte plannen gemaakt om uit te reizen naar Syrië en heeft dit ook geprobeerd. Zij wilden zich daar aansluiten bij een jihadistische groepering. Deze plannen zijn op het laatste moment verijdeld, omdat zij bij de grens van Syrië door de Turkse politie zijn aangehouden.

De verdachte is - na terugkeer in Nederland - geschorst uit zijn voorlopige hechtenis voor deze uitreispoging om te worden opgenomen in een forensische kliniek. In februari 2016 heeft hij, terwijl hij op verlof uit de kliniek was, opnieuw een poging ondernomen om naar Syrië uit te reizen om zich daar aan te sluiten bij een jihadistische groepering. Ook deze keer is hij door de Turkse politie aangehouden vlak bij de Syrische grens.

De verdachte heeft op geen enkele manier laten zien dat hij op een constructieve wijze wil deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Hij heeft aangegeven niet te willen meewerken aan bijzondere voorwaarden. Daarom heeft het hof, anders dan de rechtbank, alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Het hof ziet ook een gevaar voor herhaling van feiten met een terroristisch motief. Vanwege het belang van de beveiliging van de maatschappij heeft het hof daarom een hogere straf opgelegd dan door het openbaar ministerie was geëist.

Het openbaar ministerie en de verdachte hebben 14 dagen de tijd om cassatie tegen deze uitspraak in te stellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Uitspraken

Meest gelezen berichten