Werkwijze comparitie na aanbrengen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Den Haag > Regels procedures en klachten > Werkwijze comparitie na aanbrengen

Doel comparitie na aanbrengen

De comparitie na aanbrengen is een zitting in hoger beroep die zo snel mogelijk na het aanbrengen van de zaak bij het hof wordt gehouden. Het doel is versnelling en optimalisering van de procedure in hoger beroep. Tijdens deze comparitie worden inlichtingen ingewonnen. Tegelijkertijd wordt gekeken naar de mogelijkheden voor een minnelijke regeling. De comparitie kan ook worden benut om de mogelijkheden van mediation te bezien. Indien geen regeling tot stand komt en de zaak niet in aanmerking komt voor mediation, zal de zaak in beginsel naar de rol worden verwezen voor het vervolg van de procedure. De comparitie zal dan verder worden benut om eventueel procedureafspraken te maken, zoals afspraken over termijnen en eventuele bewijslevering.

 

 

Werkwijze

Alle civiele dagvaardingszaken worden na het aanbrengen van de zaak in hoger beroep door een raadsheer beoordeeld op geschiktheid voor een comparitie. Ook zaken waarin een memorie van grieven is genomen worden in de beoordeling betrokken, evenals verwijzingen van de Hoge Raad. Als de zaak geschikt is voor een comparitie, krijgen de partijen daarvan schriftelijk bericht door middel van een arrest, waarin datum en tijdstip van de comparitie staan aangegeven. Het hof kan, gelet op de artikelen 127a lid 1 en 128 lid 2 Rv, pas arrest wijzen nadat is vastgesteld dat partijen het griffierecht hebben betaald. Uitstel van de datum kan eenmaal worden verleend indien daarom, onder opgave van verhinderdata van beide partijen, binnen twee weken na het arrest schriftelijk wordt verzocht. Appellant moet een kopie van het volledige procesdossier van de eerste aanleg inclusief producties, binnen twee weken na het arrest aan de griffie handel van het hof zenden. Beide partijen kunnen aanvullende stukken die niet in het dossier in eerste aanleg zitten, maar waar partijen in hoger beroep wel een beroep op willen doen, uiterlijk twee weken vóór de comparitie aan de griffie handel van het hof en aan de wederpartij zenden. Indien de memorie van grieven al is genomen, is geïntimeerde in de gelegenheid ter zitting een memorie van antwoord te nemen. Deze dient twee weken voor de zitting in kopie aan het hof en de wederpartij te worden toegezonden.

 

 

Zitting

Beide partijen dienen in persoon, dan wel in geval van rechtspersonen deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is om een minnelijke regeling aan te gaan, te verschijnen. De comparitie na aanbrengen wordt meestal geleid door één rechter, de raadsheer-commissaris. In sommige zaken kan deze voor een meervoudige kamer van drie raadsheren worden gehouden. Op het moment van deze comparitie is het geschil in hoger beroep over het algemeen nog niet nauwkeurig omlijnd, omdat appellant meestal nog geen grieven heeft geformuleerd, terwijl ook nog niet bekend is of de wederpartij schriftelijke bezwaren tegen het vonnis wil aanvoeren. Beide partijen krijgen ter zitting de gelegenheid om mondeling bezwaren tegen het vonnis in eerste aanleg naar voren te brengen. Aldus wordt duidelijk wat waarschijnlijk de inzet van de procedure in hoger beroep zal zijn. Beide partijen leggen zich hiermee uiteraard niet vast voor een eventueel vervolg van de procedure. Vervolgens kan het gesprek daarover beginnen.

De raadsheer-commissaris zal de zaak met partijen bespreken en zo mogelijk inzicht bieden in de sterke en zwakke kanten van de positie van partijen, uitgaande van de aanwezige stukken en de stand van zaken op dat moment. Indien mogelijk en gewenst zal de raadsheer-commissaris daarbij een voorlopig oordeel over de zaak geven. Dit oordeel is niet alleen voorlopig omdat er doorgaans nog geen grieven zijn geformuleerd, maar ook omdat in hoger beroep uiteindelijk altijd door drie raadsheren over een zaak wordt beslist. De raadsheer-commissaris zal onderzoeken of er een basis is voor een minnelijke regeling. Als er geen regeling tot stand komt, zullen eventueel procedureafspraken worden gemaakt.

De aard van deze comparitie brengt mee dat door de advocaten in de regel niet wordt gepleit en geen zittingsnotities worden overgelegd. Een gedegen voorbereiding van partijen en raadslieden is in alle gevallen wel noodzakelijk.

Van de zitting wordt een kort en zakelijk proces-verbaal opgemaakt. Indien een minnelijke regeling tot stand komt, wordt dat in het proces-verbaal vastgelegd. De uitgifte van het proces-verbaal gebeurt in executoriale vorm (zie art. 87 lid 3 Rv) voor zover er sprake is van een vaststellingsovereenkomst. Indien geen regeling tot stand komt, worden - indien de gegeven inlichtingen iets aan het dossier toevoegen - korte verklaringen van partijen opgenomen. Ook eventueel gemaakte procesafspraken worden vastgelegd. Als de zaak in aanmerking komt voor mediation, wordt deze in afwachting van de uitkomst daarvan verwezen naar een roldatum van 53 weken na de comparitiedatum voor uitlating over het resultaat van de mediation.