Nietig verklaren dagvaardingen kinderporno: vragen en antwoorden

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad voor de rechtspraak > Nieuws > Nietig verklaren dagvaardingen kinderporno: vragen en antwoorden
Den Haag, 23 april 2014

Er zijn opnieuw Kamervragen gesteld over het verschil van inzicht tussen een aantal rechtbanken en het Openbaar Ministerie over dagvaardingen voor verdachten van kinderporno. Een aantal rechtbanken heeft dagvaardingen voor verdachten van kinderporno nietig verklaard. Vijf vragen en antwoorden over deze kwestie.

Wat is een dagvaarding?

Dat is een officiële, schriftelijke oproep om voor een gerecht te verschijnen. Het is het eerste processtuk waarin staat vermeld waar het in de zaak om gaat en op welke gronden de eis van de officier van justitie berust.

Waarom hebben rechtbanken dagvaardingen voor verdachten van kinderporno nietig verklaard?

Het gaat om een juridisch verschil van inzicht over artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). In dit artikel staat omschreven waar bewijsmateriaal aan moet voldoen. De oorsprong van het verschil in inzicht is dat het OM begin 2011 is begonnen met een nieuwe manier van ten laste leggen in kinderpornozaken. Tot 2011 werden alle beelden die in een dossier zaten, expliciet omschreven. Daarna is gekozen voor een minder expliciete opsomming; de afbeeldingen worden sindsdien ondergebracht in categorieën. Het OM voegt sindsdien bestanden bij het strafdossier, niet de afbeeldingen. Het juridische verschil van inzicht gaat nu om de vraag of deze manier van ten laste leggen voldoende is. Sommige rechters vinden van wel, andere niet, waaronder de rechtbank Limburg. Die verwijst daarbij naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 2011, waarin staat dat heel duidelijk moet zijn waarvan iemand wordt verdacht, zodat hij zich daartegen kan verdedigen. Ook kamers in de rechtbanken Den Haag, Limburg, Oost-Brabant en Noord-Nederland vinden in specifieke zaken dat de nieuwe werkwijze van het OM niet voldoet aan artikel 261 Sv.

Is het niet raar dat rechters het onderling niet eens zijn?

Nee, dat komt soms voor en het is niet raar. Rechters zijn onafhankelijk in hun afwegingen en in hun interpretatie van bewijsmateriaal. In de eerste plaats laten ze zich leiden door de wet. Daarnaast is jurisprudentie van belang. Dat zijn eerdere uitspraken gedaan door collega-rechters in verschillende instanties. Het recht heeft tijd nodig om zich te ‘zetten’. Hiervoor is het nodig dat er uitspraak is gedaan door een rechter in eerste aanleg, door een rechter in hoger beroep en soms ook door de Hoge Raad. Het is relatief kort geleden dat het OM inzake kinderporno een andere werkwijze heeft gekozen en deze werkwijze heeft nog niet alle stadia doorlopen. De rechters die vinden dat dat de nieuwe manier van ten laste leggen niet voldoende is, vinden dat er onvoldoende koppeling is tussen het ten laste gelegde feit (bijvoorbeeld penetratie) en het bewijsmateriaal. Dat is van belang om de juiste straf uit te kunnen spreken. Overigens is het ook niet zo dat de nieuwe manier van ten laste leggen altijd wordt afgewezen. Dit heeft ook te maken met de specifieke zaken. Het is de taak van rechters te zorgen voor een goede procesgang, waarbij het voor iedereen duidelijk moet zijn waarvan de verdachte precies wordt beschuldigd. Ook voor het voeren van een adequate verdediging is dit belangrijk.

Wat is het gevolg van het vernietigen van een dagvaarding?

Het leidt tot vertraging. Het OM moet opnieuw een aangepaste dagvaarding opstellen. Het is uitdrukkelijk niet zo dat vernietiging van een dagvaarding tot gevolg heeft dat de zaak tegen de verdachte gesloten wordt.

Hoe nu verder?

Het is wenselijk dat er meer duidelijkheid komt in de uitleg van de wet. Het Openbaar Ministerie kan hoger beroep aantekenen tegen de vernietiging van dagvaardingen voor verdachten van kinderporno. Als dat gebeurt, komt er een uitspraak van een gerechtshof. En als het Openbaar Ministerie het niet eens is met de uitspraak van het gerechtshof, kan de kwestie ook nog worden voorgelegd aan de Hoge Raad, de hoogste rechter. In ingewikkelde juridische kwesties is dit niet ongebruikelijk. Zo komt uiteindelijk rechtseenheid tot stand.

Uitspraken

Meest gelezen berichten