Ook de strafrechter wordt geconfronteerd met dierenleed

Strafrechter Elianne van Rens heeft vaker zaken waarbij het om dieren gaat: ‘Bij verwaarlozing van een dier kijk ik eerst hoe het nu met het dier gaat. Ook kijk ik hoe de verwaarlozing is ontstaan, waarom heeft het dier niet de juiste aandacht gekregen? Dat kan zijn omdat het met de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. ook niet goed gaat en dat hij hulp nodig heeft, of omdat de leefomstandigheden slecht zijn. Bij dierenmishandeling is voor mij de grote vraag of de verdachte het dier terug mag krijgen en hoe je voorkomt dat het dier dan weer mishandeld wordt. Als ik daar geen zekerheid over heb, gaat het dier niet meer terug. Goed om te weten is dat het hierbij niet alleen om huisdieren zoals honden en katten gaat, maar bijvoorbeeld ook over boerderijdieren zoals schapen en paarden.’
Strenger straffen
Minister Grapperhaus (van JustitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. en Veiligheid) kondigde vandaag aan daders van dierenverwaarlozing en -mishandeling strenger te willen straffen. Zo wil de minister dat veroordeelde dierenbeulen tot tien jaar geen dieren meer mogen houden. Dit verbod kan direct ingaan, ook op het moment dat de verdachte in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. gaat. Er is nu al een zogenaamd houdverbod mogelijk, maar alleen onder bepaalde voorwaarden. De minister moet hier de wet voor aanpassen. Over dit nieuwe wetsvoorstel gaat de Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. later adviseren.