Naves maakt zich zorgen over het groeiende anti-institutioneel sentiment en het misbruik van de teleurstelling van mensen in de overheid. ‘We zien het in eigen land, in Hongarije en Polen, Italië en de Verenigde Staten, waar de rechter als sta-in-de-weg wordt gezien en als een bedreiging van de macht.’
Hij noemt specifiek de sancties van de Verenigde Staten tegen rechters en medewerkers van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Een instituut dat zo’n belangrijke rol speelt in de internationale rechtsorde valt ten prooi aan intimidatie, vindt hij. ‘Rechters en medewerkers van het strafhof wordt toegang tot hun e-mail ontzegd. Er zijn visumrestricties, geblokkeerde bankrekeningen en creditcards, pakketjes die niet zijn bezorgd en abonnementen die worden geannuleerd.’ Naves verbaast zich over het uitblijven van een sterk, publiekelijk tegengeluid. ‘Natuurlijk is er stille diplomatie. Maar is het genoeg, als het blijft bij fluisteren’, vraagt hij zich af. ‘Of is het soms zo stil omdat we te afhankelijk zijn geworden? Te bang om de volgende te zijn?’ Daarbij verwijst hij naar het veelvuldig gebruik van Amerikaanse software en servers in ons land, ook door de Rechtspraak. ‘Maar als we ons daarom niet meer uitspreken tegen onrecht en intimidatie, dan heeft de rechtsstaat die we zo liefhebben de slag verloren’, waarschuwt hij.