Intrekken Nederlanderschap en ongewenstverklaring van twee Syriëstrijders

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > Intrekken Nederlanderschap en ongewenstverklaring van twee Syriëstrijders
Den Haag, 26 juni 2018

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag beslist dat zij het besluit tot de intrekking van het Nederlanderschap en de ongewenstverklaring van twee Syriëstrijders niet kan beoordelen vanwege de afwezigheid van de Syriëstrijders. De Syriëstrijders hebben zelf geen beroep tegen deze besluiten ingediend en de advocaten hebben verklaard geen contact met hen te hebben. De uitspraak van de rechtbank heeft niet tot gevolg dat de besluiten van tafel zijn. De besluiten treden immers onmiddellijk in werking zodat de Syriëstrijders geen gebruik kunnen maken van de aan het Nederlanderschap verbonden rechten en zij ook geen recht op toegang tot Nederland hebben.

​Twee zaken aangehouden

Op 15 mei 2018 zou de bestuursrechter de beroepen behandelen van vier Syriëstrijders van wie de verblijfplaats onbekend is en van wie het Nederlanderschap is ingetrokken. Kort voor de zitting bleek dat de families van twee strijders uit de media hadden vernomen dat het hun zonen betrof. Zij hebben vervolgens gevraagd om een andere  advocaat dan die door de rechter was aangewezen. De rechtbank heeft daarom besloten die zaken later te behandelen.

Intrekken Nederlanderschap en ongewenstverklaring

In de uitspraak oordeelt de rechtbank dat de bepaling in de Rijkswet op het Nederlanderschap die de rechtbank opdraagt de rechtmatigheid van de intrekking van het Nederlanderschap, als ook de ongewenstverklaring, te beoordelen zonder dat de betrokken persoon kenbaar heeft gemaakt dat ook te willen onverbindend is. De rechtbank is van oordeel dat  de bepaling in strijd is met het beginsel van effectieve rechtsbescherming zoals neergelegd in artikel 47 van het Handvest voor de grondrechten van de Europese Unie.

​Alsnog beroep mogelijk

De rechtbank wijst er op dat de Syriëstrijder alsnog in beroep kan gaan als hij na het verstrijken van de beroepstermijn bekend wordt met het besluit van de minister. Hij moet dan aannemelijk maken dat hij niet eerder de mogelijkheid had beroep in te stellen. Hij kan dan zelf een advocaat kiezen en zijn eigen standpunten naar voren brengen.

​Achtergrond

De Syriëstrijders zijn bij verstek veroordeeld tot gevangenisstraffen van 6 jaar voor deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven (ECLI:NL:RBDHA:2016:8464 en ECLI:NL:RBDHA:2015:14365).
Personen die uitreizen om zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie vormen vanaf het moment van uitreis een actueel en direct gevaar voor de Nederlandse nationale veiligheid. De toenmalige minister van Veiligheid en Justitie heeft hierop het Nederlanderschap van de Syriëstrijders ingetrokken en hen ongewenst verklaard. Het besluit is bekend gemaakt door publicatie in de Staatscourant van 13 september 2017.

Uitspraken

Meest gelezen berichten