Nader onderzoek nodig naar treinkaping De Punt

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > Nader onderzoek nodig naar treinkaping De Punt
Den Haag, 01 februari 2017

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag uitspraak gedaan in de civiele zaken van de moeder en broers van twee kapers van de treinkaping bij De Punt in 1977. Zij vorderen genoegdoening van de Staat. De twee kapers hebben in 1977 samen met zeven andere Molukse jongeren de trein bij De Punt gekaapt. Zij zijn bij de beëindiging van de kaping doodgeschoten.

Waar gaat de zaak over?

Eisers hebben als nabestaanden pas in 2013 de autopsierapporten en het onderzoek naar de kogelresten en schootsbanen onder ogen gekregen. Die documenten waren ook toen nog niet openbaar. Een journalist heeft deze stukken kunnen bemachtigen en aan eisers gegeven. Volgens eisers blijkt uit met name deze documenten dat de twee kapers van nabij zijn doodgeschoten. Zij verwijten de Staat dat bij de beëindiging van de gijzeling de twee omgekomen kapers moedwillig zijn gedood, terwijl zij hadden kunnen en moeten worden aangehouden. De omgekomen kapers waren namelijk zwaargewond en ongewapend toen zij door de mariniers in de trein werden aangetroffen. De nabestaanden beschuldigen de Staat van een executie, waarvoor mogelijk zelfs van regeringswege de opdracht zou zijn gegeven. De Staat betwist dit. De beëindiging van de gijzeling is volgens de Staat juist zorgvuldig verlopen.

Nader onderzoek

De vraag of het geweld in de trein onrechtmatig is geweest, of dat dit nu juist uitdrukkelijk niet het geval is, kan de rechtbank nog niet beantwoorden. De resultaten uit de autopsierapporten en het rapport van deskundigen zijn hiervoor ontoereikend. Het wreekt zich dat de Staat de mariniers nooit eerder een officiële verklaring heeft laten afleggen. Dit had volgens de rechtbank direct na de beëindiging van de kaping moeten gebeuren.

De rechtbank heeft beslist dat nader onderzoek noodzakelijk is om zo goed mogelijk vast te stellen wat er precies is gebeurd in de trein. De rechtbank wil meer weten over de precieze toedracht van de dood van de twee kapers, om te kunnen beoordelen of sprake is geweest van executie, zoals eisers stellen, of van een zogeheten “honest belief” van de mariniers, die in het heetst van de strijd hebben moeten opereren. Het Europese Hof voor de rechten van de mens heeft bepaald dat ook dodelijk geweld gerechtvaardigd wordt geacht als het gebruik van   geweld is ingegeven door een oprechte overtuiging, een “honest belief” van degenen die het geweld gebruikt hebben, zelfs als die overtuiging achteraf onjuist blijkt. Die overtuiging moet wel zijn gebaseerd op goede gronden op het moment van de geweldstoepassing.

Mariniers als getuigen

De rechtbank wil voor dit nader onderzoek in ieder geval de mariniers uit de zogenoemde aanvalsgroepen 2 en 5 als getuigen horen. Van cruciaal belang is hoe de omstandigheden waren in de trein, wat de mariniers wel en niet hebben kunnen waarnemen en hoe zij zelf de situatie hebben ingeschat. Ook moet duidelijk worden welke instructie de mariniers hebben gekregen. Met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van deze mariniers heeft de rechtbank het voornemen om de persoonsgegevens en de uiterlijke kenmerken van mariniers tijdens de verhoren af te schermen. Verder dient de Staat in het kader van het onderzoek een aantal documenten te verstrekken die meer helderheid kunnen geven over hetgeen zich in de trein heeft afgespeeld.

Beroep op verjaring strandt

Tenslotte beslist de rechtbank dat de Staat zich niet met succes op verjaring kan beroepen,  omdat de Staat er zelf aan heeft bijgedragen dat eisers binnen de verjaringstermijn geen enkele aanwijzing hadden dat de Staat mogelijk aansprakelijk gehouden zou kunnen worden voor de dood van de twee kapers. De nabestaanden konden daarom niet eerder een rechtszaak aanspannen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten