Ouders Tristan niets te verwijten bij schietdrama Alphen in 2011

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Den Haag > Nieuws > Ouders Tristan niets te verwijten bij schietdrama Alphen in 2011
Den Haag, 14 juni 2017

De ouders van Tristan treft geen enkel verwijt in verband met het schietincident op 9 april 2011 in winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn. Dat is het oordeel van de rechtbank Den Haag in de civiele procedure die een aantal slachtoffers van het schietincident had aangespannen tegen de ouders. Daarnaast bepaalt de rechtbank dat bewijslevering moet plaatsvinden in de zaak tegen de verzekeraar.

Ouders treft geen verwijt

De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van het door eisers gestelde onrechtmatig zuiver nalaten. De ouders beschikten voorafgaand aan het schietincident niet over concrete wetenschap die kon duiden op het gevaar dat zich – achteraf bezien – heeft verwezenlijkt bij het schietincident.
Voor zover zij reden tot zorg hadden, ging dat om de neiging tot suïcide waarvan in 2006 sprake was geweest, die toen had geleid tot een kortdurende gedwongen opname. Toen Tristan in 2008 een wapenverlof aanvroeg, hoefden zij deze zorg niet te delen met de politie, nu die reeds op de hoogte was van die eerdere opname. Ze mochten erop vertrouwen dat de politie de gedwongen opname zou meewegen bij de beoordeling van Tristans aanvraag voor een wapenverlof.

Ouders hadden geen enkele indicatie voor schietincident

De ouders waren meer dan rechtens jegens een volwassen kind vereist is, betrokken bij zijn behandeling en hebben zelfstandig melding gedaan aan de behandelaren van kwesties die Tristans leven betroffen. Zij hadden geen enkele indicatie dat Tristan zijn wapens zou gebruiken zoals hij dat tijdens het schietincident heeft gedaan. Zij hebben dan ook geen rechtsplicht geschonden.

Bewijs te leveren door verzekeraar

De verzekeraar is aangesproken om dekking te verlenen onder de aansprakelijkheidsverzekering van de ouders. Op grond van de nu voorhanden zijnde gegevens neemt de rechtbank voorshands aan dat Tristan – als inwonend gezinslid – inderdaad was meeverzekerd onder de polis van de ouders. Dit is een zogenaamd bewijsvermoeden, dat de verzekeraar mag ontkrachten. Als na bewijslevering blijkt dat Tristan (toch) niet meeverzekerd is, wordt de vordering tegen de verzekeraar afgewezen. Als blijkt dat Tristan wel meeverzekerd was, moet worden bezien of de verzekeraar dekking moet verlenen. Daarover moet dan te zijner tijd deze procedure worden voortgezet.

Uitspraken

Meest gelezen berichten