Arnhem|

Arnhemmer wel schuldig maar geen straf voor poging doodslag na geslaagd noodweerberoep

Wel 3 maanden celstraf voor vuurwapenbezit

De rechtbank veroordeelt een 41-jarige man uit Arnhem voor vuurwapenbezit.  Ook verklaart de rechtbank een poging doodslag bewezen, maar ontslaat de Arnhemmer van alle rechtsvervolging door een beroep op noodweer. Voor het wapenbezit krijgt de man een gevangenisstraf van 3 maanden.

Op 4 maart 2019 kregen de 41-jarige man en het slachtoffer het met elkaar aan de stok in de Arnhemse binnenstad. Het slachtoffer ging vervolgens naar de woning van de 41-jarige man om verhaal te halen. Daar escaleerde het zodanig dat de Arnhemmer met een vuurwapen op het slachtoffer schoot en hem daarbij een aantal keer raakte.  

Poging doodslag?

In deze zaak staat niet ter discussie dat de 41-jarige man met een vuurwapen meerdere schoten heeft afgevuurd op het slachtoffer. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. moet de vraag beantwoorden of de 41-jarige man door het afvuren van deze schoten bewust het risico heeft genomen dat daardoor het slachtoffer zou komen te overlijden. Volgens de rechtbank is hier sprake van. Dit baseert ze op het feit dat man op zeer korte afstand in de richting van het slachtoffer heeft geschoten. Daarbij troffen 3 kogels het slachtoffer. Dat de verwondingen volgens het letselrapport niet potentieel dodelijk waren doet hier niets aan af. Dat het slachtoffer het verhaal kan navertellen is vooral aan geluk te danken.

Beroep op noodweer

De advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. deed een beroep op noodweer. Het slachtoffer uitte die avond doodsbedreigingen naar de 41-jarige man in een café. Het slachtoffer ging vervolgens onverwacht in de avond bij donker naar de woning van de Arnhemmer. Daar haalde het slachtoffer iets uit zijn kofferbak en uitte opnieuw doodsbedreigingen terwijl hij naar de woning van de 41-jarige man liep. De rechtbank begrijpt dat de 41-jarige man daardoor dacht dat het latere slachtoffer een vuurwapen uit zijn kofferbak haalde. In werkelijkheid bleek dit een kettingzaag. De Arnhemmer rende naar boven. Daar hoorde hij dat het ruitje uit de voordeur werd geslagen. De rechtbank oordeelt dat er sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar dat het slachtoffer niet alleen de woning, maar ook het gezin van de 41-jarige man zou aanvallen. De Arnhemmer reageerde op deze aanval door zijn vuurwapen te pakken en daarmee naar beneden te gaan,. Vervolgens vuurde hij vrij snel nadat hij beneden was schoten af.

Poging doodslag bewezen, geen straf

De rechtbank gaat mee in dit beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. op noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit. en ontslaat de man voor de poging doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord. van alle rechtsvervolging. Dit betekent dat de poging doodslag wel bewezen is, maar het feit niet strafbaar is. Daarom legt de rechtbank voor dit feit geen straf op.

Wapenbezit

De 41-jarige man bekende dat hij een vuurwapen in bezit had. Voor dit strafbare feit legt de rechtbank 3 maanden celstraf op. Het illegaal bezitten van vuurwapens brengt een onverantwoord risico voor de veiligheid van personen met zich mee. Bovendien gebruikte de man dit wapen ook. Volgens de rechtbank moet dit streng bestraft worden.

Schadevergoeding

Het slachtoffer eiste een schadevergoeding. Omdat de 41-jarige man is ontslagen van alle rechtsvervolging, verklaart de rechtbank deze vordering niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen..