De rechtbank komt echter tot andere straffen dan die de officier van justitie heeft geëist, omdat ze op andere wijze rekening houdt met het strafblad, de proceshouding en het aandeel in het plegen van de delicten van de mannen. Aan de beide mannen wordt een gevangenisstraf van een jaar opgelegd. Aan het voorwaardelijke deel daarvan koppelt de rechtbank voor beide mannen bijzondere voorwaarden gericht op het bewerkstelligen van gedragsverandering. Om ervoor te zorgen dat ze zo snel mogelijk in een regelmatig leven met een zinvolle dagbesteding terecht komen en zo de kans op herhaling te verminderen, legt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op gelijk aan het voorarrest.
Daarnaast legt de rechtbank aan de mannen een onvoorwaardelijke taakstraf op.
Bij één van de mannen is dat een taakstraf van 80 uur. De rechtbank wijkt hiermee af van de eis van de officier van justitie. De rechtbank acht het strafblad van de man minder zwaarwegend ten aanzien van de strafoplegging dan de officier van justitie. Bij de andere man houdt de rechtbank rekening met de proceshouding van de man tijdens zijn verhoor bij de politie en tijdens de rechtszaak. De rechtbank legt aan hem een onvoorwaardelijke taakstraf op van 120 uur.