Geen straf voor man uit Arnhem na vechtpartij en steekincident

Op 26 juni 2020 vond rond middernacht een steekpartij plaats op een strandje in Arnhem. Op deze avond waren er groepjes mensen aanwezig. Er ontstond een opstootje waarbij het slachtoffer gewond raakte.
Het slachtoffer en de getuige verklaarden dat ze een en ander niet goed hebben gezien. Het was erg donker, omdat er nauwelijks verlichting was. Ook waren er meer mensen op het strand aanwezig die - net als de 33-jarige man - aan het signalement van de dader(Mede)pleger van een strafbaar feit of degene die het feit heeft uitgelokt. konden voldoen. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat niet kan worden uitgesloten dat iemand anders het slachtoffer neerstak.
Vechtpartij Airborneplein
De rechtbank oordeelde verder over een vechtpartij op 26 februari 2019 op het Airborneplein in Arnhem. De 33-jarige man was daarbij betrokken en bekende te hebben geslagen en getrapt. Volgens de rechtbank is daarom sprake van openlijke geweldpleging. De man verklaarde uit noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit. te hebben gehandeld, om zichzelf en zijn neef te beschermen. De rechtbank volgt hem daar in. Daarom spreekt de rechtbank de man vrij van mishandeling en krijgt hij geen straf voor de openlijke geweldpleging.
Schadevergoeding
Het slachtoffer van de steekpartij eiste ruim 5 duizend euro schadevergoeding. Omdat de man is vrijgesproken wordt het slachtoffer niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard.