Jeugd-tbs voor poging doodslag op moeder

De jongen probeerde op 18 september 2019 zijn moeder in haar woning in Nijmegen om het leven te brengen door haar meerdere keren met een mes in onder andere haar hoofd te steken.
Poging tot doodslag
Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. had de jongen voldoende tijd om over zijn besluit om zijn moeder neer te steken en de gevolgen daarvan na te denken. Maar de rechtbank vindt het niet redelijk om aan te nemen dat het neersteken van zijn moeder ook gebaseerd was op datzelfde besluit. Op het moment zelf handelde hij namelijk in een opwelling uit haat en woede tegen haar. De rechtbank oordeelt dan ook dat de jongen niet heeft gehandeld met voorbedachte raad. Daarom is er geen sprake van poging tot moord. De rechtbank kwalificeert zijn handelen wel als een poging tot doodslag.
Volledig ontoerekeningsvatbaar
De psycholoog en psychiater stelden vast dat bij de jongen sprake is van een autisme spectrum stoornis, ADHD, gecombineerde type en een gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Volgens de gedragsdeskundigen stak hij zijn moeder onder invloed van een psychose. Zijn gedrag werd sterk beïnvloed door de stemmen die hij hoorde en de beelden die hij zag (hallucinaties). Als gevolg daarvan was hij op dat moment niet meer in staat om zijn wil te bepalen. De gedragsdeskundigen adviseerden de rechtbank dan ook om het misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank. niet aan de jongen toe te rekenen. De rechtbank neemt dit advies over en ontslaat de jongen van alle rechtsvervolging.
Geen straf, wel maatregel
Omdat de jongen tijdens het misdrijf volledig ontoerekeningsvatbaarHet niet toerekenen van een strafbaar feit aan de dader vanwege zijn psychische toestand. was, kan aan hem geen straf kan worden opgelegd. Wel kan een maatregel worden opgelegd. De rechtbank ziet in de persoon van de jongen aanleiding om het adolescentenstrafrecht (jeugdstrafrecht) toe te passen ondanks dat hij meerderjarig is. Volgens de rechtbank - die haar conclusie mede baseert op het rapport van de gedragsdeskundigen - moet de jongen langdurig binnen een strak forensisch kader met een hoog beveiligingsniveau worden behandeld aan zijn stoornissen. Anders is het herhalingsgevaar te hoog. Daarnaast moet er worden gewerkt aan het vergroten van zijn vaardigheden om met problemen en stress om te gaan. De rechtbank legt om die reden de PIJ-maatregel op.