Arnhem|

Man uit Arnhem veroordeeld voor 7 diefstallen en een oplichting

De rechtbank veroordeelt een 51-jarige man uit Arnhem tot een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk. De man is schuldig aan het plegen van 7 diefstallen en een oplichting. De man moet schadevergoeding betalen aan 3 van de slachtoffers.

1 van de diefstallen vond plaats tussen 31 oktober 2022 en 4 november 2022 in een voorziening voor begeleid wonen in Arnhem, waar de man op dat moment verbleef. De man stal diverse kranen en sifons uit appartementen die op dat moment leeg stonden. Hij had toegang tot de leegstaande appartementen met een sleutel die voor schoonmaakwerkzaamheden aan hem was toevertrouwd. Bij 3 van de 6  andere diefstallen werden tussen februari en mei 2023 de betaalpassen van de slachtoffers gestolen, waarna de man hiermee in een aantal winkels betalingen deed. 

De oplichting vond plaats op 2 februari 2023 in Apeldoorn. In de straat waar het slachtoffer woonde, werd op dat moment glasvezel aangelegd. De man belde aan bij het slachtoffer en vertelde het slachtoffer dat zij een speciaal kastje nodig had voor het gebruik van het glasvezelnetwerk van KPN omdat zij klant was bij Ziggo en niet bij KPN. De vrouw maakte hierop een geldbedrag over op de bankrekening van de man.

Kwetsbare slachtoffers

De man richtte zich bij het plegen van de strafbare feiten voornamelijk op slachtoffers in een kwetsbare positie. Daarbij maakte hij misbruik van het vertrouwen dat de slachtoffers in hem hadden. De meeste slachtoffers waren op leeftijd en 1 van de slachtoffers zat in een rolstoel. De man sloeg onder meer toe in een voorziening voor begeleid wonen waar hij zelf woonde en begeleid werd, een verzorgingshuis, een kerk en bij de voedselbank. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt dat hij op grove wijze misbruik heeft gemaakt van mensen die hem in goed vertrouwen tegemoet traden. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

Veroordeling

De man bekende 4 van de 8 strafbare feiten. De rechtbank stelt in de andere 4 zaken - op basis van de aangiften van de slachtoffers, verklaringen van getuigen, camerabeelden en herkenning door politieambtenaren - vast dat de man zich ook schuldig heeft gemaakt aan de andere 3 diefstallen en de oplichting die hem ten laste waren gelegd.

Celstraf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten, eerdere veroordelingen van de man voor soortgelijke delicten, de bijzondere kwetsbaarheid van de slachtoffers en de grove wijze waarop verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen van de slachtoffers, vindt de rechtbank de straf zoals de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. eiste passend. Aan het voorwaardelijke strafdeel verbindt de rechtbank een proeftijd van 3 jaar met daarbij bijzondere voorwaarden zoals hulpverlening, dagbesteding, middelencontrole en een meldplicht bij de reclassering.

Schadevergoeding

Tot slot moet de man een schadevergoeding van in totaal 1.732,55 euro betalen aan 3 van de benadeelden die om schadevergoeding hebben gevraagd. De rechtbank verklaart de benadeelden die smartengeld hebben gevorderd niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. in dat deel van hun vordering, omdat op basis van de informatie die zij de rechtbank hebben gegeven onvoldoende kan worden vastgesteld of zij volgens de wet in aanmerking komen voor immateriƫle schadevergoeding. Deze benadeelden kunnen hun vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.