Man uit Limburg vrijgesproken van ontucht met kleindochters

De man zou zich tussen januari 2013 en december 2018 schuldig hebben gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen van de oudste kleindochter. Ook zou hij zich tussen januari 2017 en juli 2019 schuldig hebben gemaakt aan dezelfde delicten bij het nichtje van de oudste kleindochter.
Geen steunbewijs
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt voorop dat zedenzaken bewijstechnisch lastige zaken kunnen zijn. Dat is in deze zaak niet anders. De rechtbank oordeelt dat de aanwezige getuigenverklaringen onvoldoende zijn om steun te bieden aan de verklaringen van de kleindochters. De ontucht kan daarom in beide zaken niet bewezen worden. De rechtspraak spreek de man daarom vrij van de verdenkingen tegen hem.
Schadevergoedingsvorderingen niet-ontvankelijk
De kleindochters dienden vorderingen tot schadevergoeding in. Vanwege de vrijspraakBeslissing van de rechter als hij het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen acht. verklaart de rechtbank de kleindochters in deze vorderingen niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen..