Voormalig medewerker Koninklijke Marechaussee veroordeeld voor schending ambtsgeheim en computervredebreuk

De man werkte als opsporingsambtenaar bij de Koninklijke Marechaussee (KMar). Tussen januari 2017 en mei 2020 schond hij zijn ambtsgeheim door politie-informatie te verstrekken aan niet bevoegde personen. Daarnaast raadpleegde de man in die periode in privétijd veelvuldig de politiesystemen om informatie over contacten uit zijn privéleven te verkrijgen en zonder hiervan mutaties in het politiesysteem te maken.
Schenden ambtsgeheim
De man gaf toe dat hij meerdere keren de politie-informatiesystemen raadpleegde en dat hij de informatie die hij daaruit kreeg vervolgens deelde met personen die daartoe niet bevoegd waren. De man was niet gerechtigd om de informatie die doorstuurde te delen met derden.
Computervredebreuk
De man wist dat het verboden was om de politie-informatiesystemen te gebruiken, voor zover dat gebruik niet relevant was voor de uitoefening van zijn werkzaamheden. Hij liet zich daardoor niet weerhouden. De man overtrad hiermee niet alleen de interne regels van de KMar, maar pleegde ook computervredebreuk.
Straf
De militaire kamerDe rechtsprekende instantie die belast is met de behandeling van strafzaken die zijn begaan door militairen. Deze kamer is ondergebracht bij de rechtbank Arnhem. Als het een meervoudige behandeling betreft, bestaat de militaire kamer uit twee rechters en een militair lid. Het militair lid is een officier van één van de krijgsmachtonderdelen. neemt het de man zeer kwalijk dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie bij de KMar en het in hem gestelde vertrouwen heeft geschonden. Zijn handelen schaadt daarnaast het vertrouwen van de samenleving in de werkzaamheden van de KMar. Van iedere militair, maar zeker van een KMar medewerker met opsporingsbevoegdheid, mag worden verwacht dat hij altijd integer handelt en de systemen/applicaties die hem ter beschikking staan nooit gebruikt voor privéaangelegenheden, maar slechts gebruikt voor werkzaamheden waarvoor deze zijn bedoeld. De militaire kamer vindt het zorgelijk dat dit al jaren de werkwijze van de man is geweest en dat het kennelijk voor hem volledig normaal was geworden om informatie over contacten uit zijn privéleven op te zoeken en te delen met anderen.