12 jaar gevangenisstraf voor doodslag in flat aan Koningsplein Maastricht

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Limburg > Nieuws > 12 jaar gevangenisstraf voor doodslag in flat aan Koningsplein Maastricht
Maastricht, 04 december 2018

De rechtbank Limburg heeft vandaag een 23-jarige man uit Griekenland veroordeeld voor doodslag op een 55-jarige man uit Maastricht. De man krijgt een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren. De 30-jarige vriendin van de verdachte is van betrokkenheid bij de doodslag vrijgesproken. De 42-jarige man, die de verdachte en zijn vriendin naar de woning van het slachtoffer heeft gebracht, is ook vrijgesproken van betrokkenheid bij de doodslag. Hij is wel veroordeeld tot 152 dagen gevangenisstraf omdat hij de laptop heeft gestolen uit de woning van het overleden slachtoffer.

Wat is er gebeurd?

De verdachte is in de avond van 27 mei 2017 samen met zijn vriendin naar de flat van het slachtoffer gegaan om daar cocaïne te gebruiken. Hij is daar naar toe gebracht door een hem bekende 42-jarige man, een drugsdealer. Deze 42-jarige man was ook enige tijd verdachte van het doden van het slachtoffer, waarmee hij bevriend was. Met z’n vieren hebben zij in het appartement van het slachtoffer cocaïne gebruikt.
Vast staat dat er een probleem over geld is ontstaan. Volgens de verdachte ging het om 15 euro.

Wat zich echter precies in de woning heeft afgespeeld, heeft de rechtbank niet vast kunnen stellen. Daarover hebben de verdachte, zijn vriendin en de 42-jarige te verschillend verklaard.

Op enig moment heeft de 42-jarige man de woning verlaten om geld te gaan pinnen. Op dat moment heeft de verdachte tegen zijn vriendin gezegd dat zij ook de woning moest verlaten. Dit deed zij.

In de woning is het vervolgens tot een confrontatie tussen de verdachte en het slachtoffer gekomen. De verdachte heeft bekend dat hij het slachtoffer toen keihard op zijn gezicht heeft geslagen.

Daarna heeft hij, zo heeft hij verklaard, toen hij zag dat het slachtoffer een mes vasthad, dit mes afgepakt van het slachtoffer. De rechtbank heeft echter niet kunnen vaststellen op welke wijze de verdachte in het bezit van het mes is gekomen. Vast staat wel dat de verdachte het mes in handen heeft gekregen en het slachtoffer 4 keer met dat mes heeft gestoken in diens bovenlichaam. Twee messteken werden het slachtoffer fataal. Hij heeft hooguit nog enkele minuten geleefd.

De verdachte heeft de woning verlaten in de wetenschap dat hij het slachtoffer levensgevaarlijk had verwond en is met zijn vriendin gevlucht.

Later is de 42-jarige man teruggekomen van het pinnen en trof het levenloze lichaam van zijn vriend aan in de woning. Hij heeft de woning weer verlaten, zonder de politie of hulpdiensten te bellen. Hij heeft ontkent een laptop uit de woning van het slachtoffer te hebben meegenomen.

Wat is bewezen?

De rechtbank heeft geoordeeld dat de doodslag op het 55-jarige slachtoffer door de 23-jarige verdachte is bewezen. Omdat het voor de rechtbank onduidelijk is gebleven waar de onenigheid in de woning precies over ging, kan de rechtbank ook niet vaststellen of de doodslag te maken heeft gehad met diefstal of verduistering van cocaïne en de telefoon van het slachtoffer. Daarom wordt de verdachte van diefstal en verduistering vrijgesproken.

Van betrokkenheid van zijn vriendin of de andere man bij de doodslag, is geen bewijs. Zij waren op dat moment niet in de woning en worden daarom vrijgesproken van de doodslag. Wel acht de rechtbank bewezen dat de 42-jarige man de laptop van het slachtoffer uit de woning heeft gestolen.

Geen sprake van zelfverdediging, dus geen noodweer

De 23-jarige verdachte heeft verklaard dat hij uit zelfverdediging heeft ingestoken op het slachtoffer. De rechtbank gelooft deze verklaring niet. Immers, toen hij het mes uit de hand van het slachtoffer had afgepakt, was het gevaar geweken en had hij de woning kunnen verlaten.

Wat is van belang voor de hoogte van de straf?

In een oogwenk heeft de verdachte zo het leven van het slachtoffer beëindigd. Daarmee beroofde hij een zoon van zijn vader en een vader van zijn zoon. Het opleggen van een straf kan tegen dit verlies en het grote verdriet van de nabestaanden niet opwegen.

Toch zal de rechtbank een straf moeten bepalen. In vergelijkbare zaken voor doodslag worden 8 tot 12 jaren gevangenisstraf opgelegd. De rechtbank neemt voor deze zaak 10 jaren gevangenisstraf als uitgangspunt.

De rechtbank neemt de verdachte kwalijk dat hij bereid bleek de 42-jarige man op te laten draaien voor de doodslag. Hij hoopte dat deze het mes nog had aangeraakt. Uiteindelijk bekent de verdachte. Door echter tegen zijn vriendin te zeggen dat hij het “voor haar” heeft gedaan, maakt hij haar (emotioneel) medeverantwoordelijk voor een daad. Een daad die naar het oordeel van de rechtbank enkel voor zijn eigen conto komt.

Dit alles maakt dat de rechtbank geen reden ziet voor strafvermindering en zal zij, vanwege laatst genoemde aspecten juist een hogere straf opleggen, te weten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren.

De 42-jarige man krijgt een gevangenisstraf van 152 dagen opgelegd. Dit is geen gewone diefstal. Hij  heeft immers misbruik gemaakt van zijn overleden vriend. Omdat deze verdachte al 152 dagen in voorarrest heeft gezeten, hoeft hij niet terug naar de gevangenis.

Schadevergoeding nabestaande

Tenslotte heeft de rechtbank de vordering van de raadsvrouwe van de vader van het slachtoffer voor door hem gemaakte kosten voor de rouwplechtigheid voor zijn zoon toegewezen. Ook de kosten voor reiniging van de woning en vernieling van de deur worden toegewezen. De 23-jarige verdachte moet deze kosten van in totaal 2.261,60 euro, vermeerderd met de wettelijke rente, vergoeden aan de nabestaande.

Uitspraken

Meest gelezen berichten