De mannelijke verdachte werd ervan verdacht dat hij over de jaren 2012 tot en met 2015 ruim 200.000 euro meer geld heeft uitgegeven dan hij ontving aan legale inkomsten. Volgens de officier van justitie beschikte hij daarom over een criminele inkomstenbron en was er sprake van witwassen. De verdachte heeft steeds ontkend en gezegd dat hij meer legale inkomsten had, zoals bijvoorbeeld contant betaalde huur van zijn vele huurders. Ook zei hij minder geld te hebben uitgegeven dan de officier van justitie denkt, bijvoorbeeld aan verbouwing van zijn panden, doordat hij alles voordelig en handig heeft aangepakt.
De rechtbank heeft na uitgebreid onderzoek van de financiën geschat dat de verdachte een bedrag van ongeveer 100.000 euro meer heeft uitgegeven dan hij kan verantwoorden op basis van zijn legale inkomsten. Toch is de rechtbank er niet van overtuigd dat het “niet anders kan zijn” dan dat deze 100.000 euro crimineel geld was.
Hier is een aantal redenen voor. Het klinkt veel 100.000 euro, maar over 4 jaar verdeeld is dit 25.000 euro op jaarbasis. Dat is geen groot bedrag wanneer dit wordt afgezet tegen de vele panden die de mannelijke verdachte heeft verhandeld, nog in bezit heeft en zijn totale geldstroom per jaar. Ook bestaat een groot deel van het bedrag van 100.000 euro uit geschatte verbouwingskosten. Die schatting heeft per definitie een foutmarge. Bovendien is hij een handelaar met goede onderhandelvaardigheden en verdient hij met handigheidjes zijn geld. Door die handigheid zouden de kosten best eens behoorlijk wat lager kunnen uitvallen dan geschat. Heel belangrijk is tot slot dat iedere aanwijzing ontbreekt voor een concreet strafbaar feit waaruit het geld afkomstig zou zijn.
Dit maakt dat de rechtbank de man heeft vrijgesproken van witwassen.