Bewijsopdracht voor verdachte over lening Everink

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Midden-Nederland > Nieuws > Bewijsopdracht voor verdachte over lening Everink
Utrecht, 13 september 2017

De 30-jarige man uit Rotterdam die verdacht wordt van de moord op Koen Everink moet bewijzen dat zijn standpunt over de hoogte van de leningen klopt. Dat heeft de rechtbank Midden-Nederland vandaag beslist.

Twee leningen

In een civiele bodemprocedure wordt terugbetaling van twee leningen met rente geëist. De gedaagde zou 26.050 euro van Koen Everink hebben geleend, en 43.400 euro van Tunga Holding, het bedrijf van Everink.

Aflossingen en nieuwe afspraken

Hij stelt zich op het standpunt dat hij veel minder hoeft terug te betalen. Volgens hem heeft hij bedragen afgelost en zijn er nieuwe afspraken gemaakt. De rechtbank geeft hem de mogelijkheid om die stellingen te bewijzen. Daarna kan beoordeeld worden hoeveel hij nog moet terugbetalen.

Misbruik van omstandigheden

De gedaagde erkent dus dat hij geld heeft geleend van Everink en Everinks bedrijf. Maar voor het geval het hem niet lukt om te bewijzen dat hij geld heeft teruggegeven en dat er nieuwe afspraken zijn gemaakt, vraagt hij de rechter om de twee leningsovereenkomsten te beschouwen alsof ze nooit zijn gesloten. In verband daarmee heeft hij aangevoerd dat er misbruik is gemaakt van zijn gokverslaving en dat de leningen niet gesloten hadden mogen worden. Daar is de rechtbank het mee eens. Everink had moeten begrijpen dat hij door zijn gokverslaving, in combinatie met zijn beperkte financiële middelen, is bewogen tot het afsluiten van de twee leningsovereenkomsten. Everink had dat daarom niet moeten doen.

De leningsovereenkomsten bestaan met terugwerkende kracht niet meer. De gedaagde heeft de bedragen dus ontvangen zonder een juridisch geldige reden en daarom heeft hij geen recht op deze bedragen. Uit dit oordeel van de rechtbank volgt nog steeds dat de gedaagde een schuld heeft aan de erfgenamen van Everink en aan Everinks bedrijf. Op dit moment is niet duidelijk hoe hoog die schuld is, omdat de rechtbank eerst naar de bewijslevering gaat kijken.

Uitspraken

Meest gelezen berichten