Laden...

Celstraf en rijontzegging na veroorzaken dodelijk verkeersongeval Purmerend

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Celstraf en rijontzegging na veroorzaken dodelijk verkeersongeval Purmerend
Haarlem, 24 november 2022

De rechtbank Noord-Holland heeft een destijds 20-jarige man veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij een 28-jarige fietsster overleed. Dat gebeurde op 23 juli 2021 in Purmerend. De verdachte reed in een personenauto onder invloed van teveel alcohol binnen de bebouwde kom met een zeer forse snelheid tegen de fietsster aan. De man krijgt een celstraf opgelegd van 2 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk en een rijontzegging van vier jaar.

Dodelijk ongeval

De verdachte was op de bewuste avond met vrienden op een feestje in Purmerend. Hij dronk die avond meerdere glazen alcohol en bracht aan het eind van de avond enkele andere personen naar huis. Ondanks de waarschuwing van een andere aanwezige op het feestje dat het niet verstandig is om met alcohol op te gaan rijden, is de verdachte vervolgens met drie passagiers in de auto gestapt. Nadat de eerste passagier was afgezet, reed de verdachte kort na middernacht met hoge snelheid in zuidelijke richting op de Burgemeester D. Kooimanweg in Purmerend. Die ligt binnen de bebouwde kom en daar geldt een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Op het kruisingsvlak bij de Flevostraat botste de personenauto op de fietsster die overstak. Het slachtoffer overleed ter plekke.

De verdachte en de twee overgebleven passagiers van de auto bekommerden zich niet om het slachtoffer en vluchtten allen van de plaats van het ongeval weg. Later die nacht, om 3:25 uur, meldde de verdachte zich bij de politie. Het bloed van de verdachte werd een uur later afgenomen en vervolgens onderzocht. In het bloed van de verdachte werd toen 0,38 mg/ml alcohol aangetroffen. Uit onderzoek bleek dat de personenauto op de voorrangsweg in de bebouwde kom met een snelheid van 145 kilometer per uur reed. Op het moment van de botsing bedroeg de snelheid 119 kilometer per uur. 

Oordeel rechtbank

De rechtbank vindt dat er genoeg bewijs is dat de verdachte als beginnend bestuurder binnen de bebouwde kom met zeer forse snelheid tegen het overstekende slachtoffer heeft gereden. Als gevolg van dit roekeloze rijgedrag is het slachtoffer ter plekke overleden. De rechtbank vindt het bijna niet voor te stellen hoe hard de verdachte rond middernacht door een woonwijk heeft gereden, daarbij geen enkel oog hebbend voor de veiligheid van andere verkeersdeelnemers. Vervolgens heeft de verdachte na het noodlottige ongeval de plaats van het ongeval verlaten, daarbij het slachtoffer aan haar lot overgelaten en heeft zich pas enkele uren later op het politiebureau gemeld. De rechtbank rekent dit alles de verdachte zeer zwaar aan.

De reclassering adviseert de rechtbank om het jeugdstrafrecht toe te passen voor verdachte vanwege zijn jeugdige leeftijd en zijn kwetsbaarheid voor groepsdruk. De rechtbank gaat daar niet in mee. De stelling dat de verdachte kwetsbaar is, biedt onvoldoende grond voor het toepassen van het jeugdstrafrecht. De rechtbank betreurt het verder dat de verdachte niet meer duidelijkheid heeft kunnen verschaffen over de aanleiding voor het roekeloze rijgedrag. In de strafbepaling weegt de rechtbank verder mee dat de verdachte zichtbaar berouw heeft getoond. De verdachte verklaarde tijdens de zitting dat hij de gebeurtenis(sen) graag zou willen terugdraaien en heeft meermaals zijn spijt betuigd.

De rechtbank vindt een celstraf van 2 jaar passend, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daaraan verbindt de rechtbank de voorwaarde dat de verdachte zich laat begeleiden door de reclassering. Ook legt de rechtbank een rijontzegging op van vier jaar. Hiermee wordt niet alleen beoogd de verdachte te doordringen van het feit dat zijn rijgedrag buitengewoon onveilig was voor de andere verkeersdeelnemers, maar ook om de verkeersdeelnemers voor langere tijd te beschermen tegen dit rijgedrag. Ook veroordeelt de rechtbank de verdachte tot het betalen van vergoedingen voor immateriële schade aan de moeder, stiefvader en zus van het slachtoffer van respectievelijk 12.500, 12.500 en 5000 euro.

Uitspraken