De rechtbank is van oordeel dat de verzoeker op grond van de wettelijke regels daarvoor eerst het ABP had moeten vragen om de persoonsgegevens te verstrekken. Dat heeft hij niet gedaan. Het verzoek kan daarom niet inhoudelijk worden beoordeeld en wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Ook als het verzoek wel inhoudelijk zou worden beoordeeld, moet dat verzoek volgens de rechtbank worden afgewezen. Het verzoek gaat namelijk niet over inzage in persoonsgegevens, maar om informatie over de berekeningen van pensioen. Daar is de AVG niet voor bedoeld. Pensioenberekeningen zijn namelijk geen persoonsgegevens zoals bedoeld in de AVG. En de verzoeker heeft ook geen bezwaar tegen de persoonsgegevens die door het ABP geregistreerd zijn.
Het ABP moet hem wel informeren over zijn pensioen, maar dat heeft het ABP ook gedaan.
Nu het verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, moet de verzoeker de proceskosten van 2.120 euro aan het ABP vergoeden. Tijdens de behandeling van de rechtszaak vertelde de verzoeker dat hij door een stichting is geadviseerd over de indiening van dit verzoek, maar dat hem niets is verteld over het risico van een veroordeling in de proceskosten. De rechtbank vindt het bijzonder vervelend als de verzoeker hierover onvoldoende is geïnformeerd, maar dat is geen reden om de proceskosten af te wijzen.