Laden...

Verzoek inzage persoonsgegevens kan niet inhoudelijk worden beoordeeld

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Verzoek inzage persoonsgegevens kan niet inhoudelijk worden beoordeeld
Alkmaar, 19 januari 2026

De rechtbank Noord-Holland heeft een verzoek van een gepen­sio­neerde om inzage in persoonsgegevens bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de rechtbank het verzoek niet inhou­de­lijk beoordeelt. De verzoeker had namelijk eerst het ABP moeten vragen om de gegevens te verstrekken en dat heeft hij niet gedaan. 

Berekeningen pensioen

De verzoeker wilde via de rechtbank het ABP bevelen persoonsgegevens te ver­strek­ken. Hij deed daarbij een beroep op het inzagerecht van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Het ging hem om alle bereke­nin­gen voor zijn pensioenuitkering. Ook wilde hij dat deze berekeningen wor­den uitge­legd en dat de juistheid en volle­dig­heid daar­van wordt bevestigd. Daarnaast wilde de ver­zoe­ker van het ABP een berekening van zijn pen­sioen over tien jaar, na de invoe­ring van het nieuwe pen­sioen­stelsel.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de verzoeker op grond van de wettelijke regels daarvoor eerst het ABP had moe­ten vragen om de persoonsgegevens te verstrekken. Dat heeft hij niet gedaan. Het verzoek kan daarom niet inhoudelijk worden beoordeeld en wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Ook als het verzoek wel inhoudelijk zou worden beoordeeld, moet dat verzoek volgens de rechtbank worden afgewezen. Het verzoek gaat namelijk niet over inzage in per­soons­gegevens, maar om informatie over de berekeningen van pensioen. Daar is de AVG niet voor bedoeld. Pensioen­bere­keningen zijn namelijk geen persoonsgegevens zoals be­doeld in de AVG. En de verzoeker heeft ook geen bezwaar tegen de persoonsgegevens die door het ABP geregistreerd zijn.

Het ABP moet hem wel informe­ren over zijn pen­sioen, maar dat heeft het ABP ook gedaan.

Nu het verzoek niet-ontvankelijk is verklaard, moet de verzoeker de proceskosten van 2.120 euro aan het ABP vergoeden. Tijdens de behandeling van de rechtszaak vertelde de ver­zoe­ker dat hij door een stichting is geadviseerd over de indiening van dit verzoek, maar dat hem niets is verteld over het risico van een veroordeling in de proceskosten. De recht­bank vindt het bijzonder vervelend als de verzoeker hierover onvoldoende is geïnformeerd, maar dat is geen reden om de proceskosten af te wijzen. 

Uitspraken