Vorderingen 242 Albert Heijn-franchisenemers afgewezen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Nieuws > Vorderingen 242 Albert Heijn-franchisenemers afgewezen
Haarlem, 16 november 2016

De franchisenemers hebben hun vorderingen op een onjuist uitgangspunt gebaseerd; het principe van ‘eerlijk delen’ vormt niet de basis van de franchiseovereenkomsten met Albert Heijn. Die overeenkomsten gaan juist uit van zelfstandigheid van de franchiseondernemer. Dat leidt ertoe dat telkens bezien moet worden of dat ‘delen van opbrengsten/voordelen’ zoals bij de Bonusfolder en de Allerhande tussen partijen ook daadwerkelijk overeengekomen is. Dat is niet het geval. De franchisenemers worden in de kosten van de procedure veroordeeld. Overigens roept de rechtbank partijen wel op hun geschilpunten aan de onderhandelingstafel op te lossen.

Niet langer delen van voordelen

Eind december 2014 zijn 242 AH franchisenemers een procedure gestart tegen Albert Heijn Franchising B.V. (AHF), Albert Heijn (AH) en aan haar gelieerde maatschappijen. De franchisenemers   stellen dat AH hen benadeelt door de voordelen niet langer met hen te delen. Volgens hen worden er kosten dubbel in rekening gebracht, worden sommige inkoopvoordelen niet aan hen doorgegeven en delen zij niet in de winst over Allerhande en de Bonusfolder. De franchisenemers willen ook meer inzage in de boeken van AH krijgen, zodat ze de juistheid van de jaarlijkse financiële afrekeningen kunnen controleren.

Geheel voor eigen rekening en risico

De rechtbank geeft in haar vonnis eerst een overzicht hoe AH sinds 1981 exploitatie van de winkelformule door derden toestaat en daartoe met die derden franchiseovereenkomsten heeft gesloten. De franchisenemers zijn verenigd in een Vereniging, de Vereniging van Albert Heijn Franchisenemers, bij welke Vereniging alle 242 franchisenemers uit deze procedure zijn aangesloten. Vanaf 1989 heeft AH de masterfranchise verleend aan AHF. Tussen de AHF en de Vereniging geldt de standaardfranchiseovereenkomst van 2002, met in aanvulling daarop nadien overeengekomen normenkaders. Diverse normenkaders worden in het vonnis ook uiteengezet. Essentieel voor de beoordeling van de vorderingen is artikel 29 van de franchiseovereenkomst: ‘franchisenemer zal de Winkel als Albert Heijn exploiteren met de toevoeging van zijn eigen handelsnaam, geheel voor eigen rekening en risico en met volledig behoud van zijn zelfstandigheid als ondernemer.’
In 2007 is AH overgestapt van het afgeven van een jaarlijkse accountsverklaring aan de Vereniging naar het afgeven van een jaarlijks rapport van bevindingen aan de Vereniging. De Vereniging is daarmee akkoord gegaan.

‘Samen delen’ is niet overeengekomen

Vervolgens neemt de rechtbank na het bespreken van een paar formele verweren de diverse vorderingen van de Vereniging en de 242 franchisenemers onder de loep.
In feite geldt bij alle vorderingen dat deze geen basis vinden in de franchiseovereenkomst van 2002 en de daarop overeengekomen aanvullingen. De franchisenemers zijn immers zelfstandige ondernemers die voor eigen risico en rekening handelen, ‘samen delen’ is niet overeengekomen. Ook de vordering tot het benoemen van drie deskundigen om kort gezegd de cijfers te controleren zodat vastgesteld kan worden wat de franchisenemers nog van AHF te vorderen zouden hebben, wordt afgewezen.  In de standaardfranchiseovereenkomst is een financieel controlemechanisme overeenkomen, de financiële afrekeningen hebben volgens dat mechanisme plaatsgevonden en dat mechanisme is deugdelijk bevonden. Er is dus geen enkele reden deskundigen te benoemen.

Onderhandelingstafel

Tot slot heeft de rechtbank nog opgemerkt dat de vele vorderingen van eisers weliswaar een deugdelijke juridische grondslag missen, maar dat dit niet betekent dat de besproken eisen ‘aan de onderhandelingstafel’ niet legitiem zouden kunnen zijn. De rechtbank spreekt zich er niet over uit of de huidige franchiseovereenkomsten evenwichtig zijn, in die zin dat er een goede balans is tussen de belangen van franchisenemers en franchisegever. Maar duidelijk is dat de franchisenemers vinden dat die balans er niet (meer) is. Het is ook in het belang van AH dat de rust bij haar franchisenemers terugkeert. De rechtbank heeft partijen opgeroepen om hun geschilpunten via onderhandeling tot een oplossing te brengen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten