De rechtbank kan een feit niet bewezen verklaren als er maar een verklaring van één getuige is. In dat geval moet er ander bewijs zijn, uit een andere bron, dat de verklaring ondersteunt. Omdat de moeder en een vriendin enkel verklaren wat zij van de meisjes hebben gehoord, is dat geen steunbewijs. Ook valt uit de verklaringen van de meisjes geen herkenbaar of gelijksoortig patroon in het handelen van de verdachte op te maken. Daarmee is er onvoldoende bewijs en wordt de verdachte vrijgesproken.