Beslissing in ontnemingsprocedure: Coffeeshop hoeft slechts deel van de winst af te staan

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Nederland > Nieuws > Beslissing in ontnemingsprocedure: Coffeeshop hoeft slechts deel van de winst af te staan
Groningen, 19 november 2018

De eigenaar van coffeeshop Sky High in Zwolle en haar partner moeten, afgerond, respectievelijk 600.000 euro en 535.000 euro aan de staat betalen. Dit besliste rechtbank Noord-Nederland vandaag in een ontnemingsprocedure tegen de coffeeshop.

Achterdeurproblematiek

Het openbaar ministerie had een ontnemingsvordering ingediend van in totaal bijna 5 miljoen euro tegen de exploitant van coffeeshop Sky High uit Zwolle en haar partner. Zij waren beiden op 25 februari 2014 door de rechtbank Overijssel veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. Kort gezegd ging het om het aanhouden van een veel grotere handelsvoorraad hennep dan op grond van de gedoogvergunning van de coffeeshop was toegestaan. Een kwestie die wel wordt aangeduid als de “achterdeurproblematiek” bij het gedoogbeleid voor coffeeshops. De rechtbank Overijssel had hen echter geen straf opgelegd, omdat de groei van de coffeeshop tot de omvang die deze uiteindelijk heeft gekregen – een omvang die het nodig maakte om zoveel voorraad aan te houden – niet mogelijk zou zijn geweest zonder de actieve en begunstigende rol van de lokale overheid.

Betalingsverplichting

De advocaten van de beide veroordeelden betoogden dat de winst die gemaakt was met de exploitatie van de coffeeshop om die reden niet wederrechtelijk verkregen was en dat de ontnemingsvordering dus zou moeten worden afgewezen. De rechtbank oordeelt daar anders over. De exploitatie van de coffeeshop kon immers niet op deze schaal plaatsvinden zonder overtreding van de gedoogvergunning en dus niet zonder strafbaar handelen. Dat wisten de beide veroordeelden ook. Aan de andere kant acht de rechtbank het ook niet redelijk om al het geld dat is verdiend met de coffeeshop aan hen te ontnemen. Rekening houdend met de rol van de lokale autoriteiten en met het lange tijdsverloop in deze zaak vermindert de rechtbank de betalingsverplichting met in totaal 75%. Afgerond betekent dit dat de exploitant van de coffeeshop € 600.000 aan de staat moet betalen en haar partner € 535.000.

Uitspraken