Groningse student veroordeeld voor poging tot doodslag

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Nederland > Nieuws > Groningse student veroordeeld voor poging tot doodslag
Groningen, 13 april 2018


De Rechtbank Noord-Nederland heeft een student uit Groningen die zijn toenmalige studievriend mishandelde veroordeeld voor poging tot doodslag. De man sloeg en schopte zo hard, dat het slachtoffer een schedelbasisfractuur opliep. Hij is veroordeeld tot 18 maanden cel, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Verklaringen over het voorval

Beeld van vrouwe justitia in de rechtbank in Groningen

Uit verschillende verklaringen bleek dat de verdachte het slachtoffer tegen het hoofd heeft geslagen en geschopt. Verdachte zou met een aanloop op het slachtoffer zijn afgerend, en hem een vuistslag gegeven hebben waardoor het slachtoffer op de grond viel. Vervolgens liep hij weg, waarna hij zich omdraaide, nogmaals op het slachtoffer afrende en hem een harde trap tegen het hoofd gaf. Het slachtoffer werd zo hard geraakt dat reconstructie van zijn gezicht middels een operatie in het ziekenhuis nodig was. De geneeskundige verklaring van de forensisch arts bevestigt dat het geconstateerde letsel kan passen bij de door het slachtoffer aangegeven toedracht.

Geen ‘vol opzet’, voorwaardelijke opzet vastgesteld

Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat verdachte zogenoemd ‘vol’ opzet had op de dood van aangever. Dan is de vraag of verdachte voorwaardelijk opzet had op het gevolg.
Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig als de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. In deze zaak riepen de gedragingen van verdachte de aanmerkelijke kans in het leven dat het slachtoffer daardoor zou komen te overlijden. De rechtbank is dan ook van mening dat uit die gedragingen volgt dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer heeft aanvaard. Van het bestaan van aanwijzingen die dat tegenspreken, is niet gebleken.

Strafoplegging en toelichting

De rechtbank heeft in het bijzonder in aanmerking genomen dat er uit het niets heel fors geweld is gepleegd dat fataal voor het slachtoffer had kunnen aflopen. Door deze handelswijze heeft verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De rechtbank is van oordeel dat hiervoor alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur van toepassing is. In de persoon van de verdachte ziet de rechtbank reden om ook een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen
De rechtbank legt dan ook een straf op aan verdachte van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.

Uitspraken

Meest gelezen berichten