'Iemand had mij gevraagd om bij een vriendin geld en goud op te halen. Dat had hij nog tegoed van haar. Ze hadden ruzie gehad en of ik naar Dokkum wilde gaan', zegt Pieter in de Binckeszaal van het Leeuwardense gerechtsgebouw. Wie hem dat had gevraagd? 'Dat was boxer.' 'Was hij niet uw dealer?', vraagt politierechter Christine Koelman. Ja. 'Want u was zwaar verslaafd, hè?' Of Pieter 50 euro wilde verdienen. Dat wilde Pieter wel. Hij was aangekondigd als Carlos Veenstra en met de code 20, 50, 10 zou zijn vriendin weten dat het pluis was. Pieter: 'Dat was dom van mij. Ik had beter moeten weten toen die mevrouw de deur opendeed. Ze was geen jonge vrouw. Ze zei: “Kom naar binnen", en dat heb ik gedaan. Ze gaf mij haar code.' 'En dat vond u niet raar? Een vriendin van uw dealer geeft u een code en dan krijgt u van haar geld en sieraden?', vraagt rechter Koelman. 'Achteraf wel, ja.' De politierechter: 'Toen wist u eigenlijk wel dat het geen zuivere koffie was, toch?' Pieter: 'Eigenlijk wel, ja.'