In eerste aanleg stelde de rechtbank vast dat het gehanteerde rentepercentage van 8% niet voldoende was onderbouwd en in strijd was met het evenredigheidsbeginsel als algemeen rechtsbeginsel. Dit percentage was voor de vennootschapsbelasting twee keer zo hoog als voor andere belastingen. Voor dat verschil in behandeling had de regelgever volgens de rechtbank geen goede argumenten gegeven.
Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland is er een grote hoeveelheid bezwaarschriften binnengekomen bij de Belastingdienst. Om die stroom in goede banen te leiden, heeft de staatssecretaris van Financiën deze bezwaren aangemerkt als ‘massaal bezwaar’.