De voorzieningenrechter is net als de omwonenden van oordeel dat de gemeente niet duidelijk is geweest over hoe de omwonenden mogen participeren als het gaat om de locatie en doelgroep van de dagopvang en wanneer de voorgenomen verhuizing (eventueel) plaatsvindt. De gemeente heeft op grond van artikel 4 van de Participatieverordening de verplichting om een participatieaanpak op te stellen. Daarin wordt omschreven in welke mate omwonenden mogen participeren ten aanzien van de verschillende fases/onderdelen van het project. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat een dergelijke aanpak zoals voorgeschreven in de Participatieverordening is opgesteld. Laat staan dat de omwonenden deze participatieaanpak in november 2025 van de gemeente hebben ontvangen.
De gemeente heeft wel de bevoegdheid om de participatie met betrekking tot de locatie, doelgroep en het tijdspad te beperken tot ‘informeren en luisteren’. De wetgever heeft met de wijziging van artikel 150 van de Gemeentewet bestuursorganen immers de vergaande bevoegdheid gegeven om zelf te bepalen of en in welke mate omwonenden mogen participeren. Dat betekent in dit geval dat, zoals de gemeente aanvoert, de marge van participatie klein is. De gemeente dient naar de omwonenden te luisteren, maar er bestaat geen verplichting om hen vergaande invloed te laten uitoefenen bij besluiten over de locatie, doelgroep en het tijdspad. Bij het nemen van het definitieve besluit dient de gemeente wel rekening te houden met zwaarwegende belangen van omwonenden.
Het voorgaande laat onverlet dat de gemeente ook ten aanzien van de participatievorm ‘informeren en luisteren’ moet voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Participatieverordening. Dat betekent onder meer dat de gemeente de stukken die nodig zijn om de omwonenden te infomeren over de locatie, doelgroep en het tijdspad, tijdig aan de omwonenden had moet verstrekken voor de bijeenkomst van 1 december 2025.
De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de omwonenden nu over de betreffende informatie beschikken om te kunnen participeren op de door de gemeente vastgestelde wijze.