Laden...

Rechter: omwonenden beoogde nieuwe locatie daklozenopvang Groningen moeten zich alsnog uit kunnen spreken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Nederland > Nieuws > Rechter: omwonenden beoogde nieuwe locatie daklozenopvang Groningen moeten zich alsnog uit kunnen spreken
Groningen, 19 januari 2026

De gemeente Groningen wordt verboden in de komende vier weken een definitief besluit te nemen over de verhuizing van de dagopvang voor daklozen. Dat heeft de voorzieningenrechter vandaag besloten in het kort geding dat de omwonenden van de Nieuwe Boteringestraat 28-30 tegen de gemeente hebben aangespannen.

Omwonenden: gemeente handelt onrechtmatig

De omwonenden stellen dat de gemeente onrechtmatig handelt door op 20 januari 2026 een definitief besluit te nemen over de verhuizing van de dagopvang naar de Nieuwe Boteringestraat 28-30 zonder zich te houden aan de verplichtingen uit de Participatieverordening. De omwonenden stellen dat de gemeente (alle) beschikbare documenten aan de omwonenden moet verstrekken met betrekking tot de voorgenomen verhuizing van de dagopvang. Ook vinden ze dat ze de gelegenheid moeten krijgen om hun opvattingen te delen over de voorgenomen verhuizing, voordat de gemeente daar een definitief besluit over neemt. 

Gemeente bestrijdt onrechtmatig handelen

De gemeente is het daar niet mee eens. Volgens de gemeente is het besluit van het college van 20 januari 2026 slechts een ‘intern’ besluit zonder juridische en praktische consequenties voor de omwonenden. Ook na het te nemen besluit kunnen de omwonenden volgens de gemeente participeren op de manier die de gemeente heeft vastgesteld. Verder bestrijdt de gemeente dat zij onrechtmatig handelt. Op grond van artikel 150 van de Gemeentewet en de Participatieverordening mag de gemeente beslissen of en in welke mate omwonenden mogen participeren. 

Rechtbank: gemeente niet duidelijk geweest, moet voldoen aan verplichtingen Participatieverordening

De voorzieningenrechter is net als de omwonenden van oordeel dat de gemeente niet duidelijk is geweest over hoe de omwonenden mogen participeren als het gaat om de locatie en doelgroep van de dagopvang en wanneer de voorgenomen verhuizing (eventueel) plaatsvindt. De gemeente heeft op grond van artikel 4 van de Participatieverordening de verplichting om een participatieaanpak op te stellen. Daarin wordt omschreven in welke mate omwonenden mogen participeren ten aanzien van de verschillende fases/onderdelen van het project. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat een dergelijke aanpak zoals voorgeschreven in de Participatieverordening is opgesteld. Laat staan dat de omwonenden deze participatieaanpak in november 2025 van de gemeente hebben ontvangen.

De gemeente heeft wel de bevoegdheid om de participatie met betrekking tot de locatie, doelgroep en het tijdspad te beperken tot ‘informeren en luisteren’. De wetgever heeft met de wijziging van artikel 150 van de Gemeentewet bestuursorganen immers de vergaande bevoegdheid gegeven om zelf te bepalen of en in welke mate omwonenden mogen participeren. Dat betekent in dit geval dat, zoals de gemeente aanvoert, de marge van participatie klein is. De gemeente dient naar de omwonenden te luisteren, maar er bestaat geen verplichting om hen vergaande invloed te laten uitoefenen bij besluiten over de locatie, doelgroep en het tijdspad. Bij het nemen van het definitieve besluit dient de gemeente wel rekening te houden met zwaarwegende belangen van omwonenden.

Het voorgaande laat onverlet dat de gemeente ook ten aanzien van de participatievorm ‘informeren en luisteren’ moet voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Participatieverordening. Dat betekent onder meer dat de gemeente de stukken die nodig zijn om de omwonenden te infomeren over de locatie, doelgroep en het tijdspad, tijdig aan de omwonenden had moet verstrekken voor de bijeenkomst van 1 december 2025.

De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de omwonenden nu over de betreffende informatie beschikken om te kunnen participeren op de door de gemeente vastgestelde wijze.

Beslissing

Gelet op al het voorgaande heeft de gemeente in strijd met de Participatieverordening gehandeld en daarmee is dit handelen onrechtmatig. De omwonenden dienen alsnog gelegenheid te krijgen hun opvattingen aan de gemeente kenbaar te maken. Dat betekent dat de gemeente niet al op 20 januari 2026 een definitief besluit kan nemen over de verhuizing van de dagopvang maar eerst op 17 februari 2026.

Uitspraken