Laden...

Rechter wijst verbod op verhuizing binnen AZC Burgum af

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Nederland > Nieuws > Rechter wijst verbod op verhuizing binnen AZC Burgum af
Leeuwarden, 02 juni 2020

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft vandaag in een spoed-kort geding beslist dat een groep asielzoekers kan verhuizen naar nieuwe woonunits binnen het AZC in Burgum. De asielzoekers hadden afgelopen zondag gevraagd om een verbod op deze interne verhuizing, die vanaf vandaag plaatsvindt. De zitting vond vanochtend via Skype plaats en de rechter heeft na een korte schorsing van de zitting mondeling uitspraak gedaan.

Noodverordening COVID-19

Volgens de asielzoekers is de verhuizing in strijd met de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Fryslân. Binnen de nieuwe woonunits zouden de regels van de Noodverordening - zoals het 1,5 meter afstand houden - niet nageleefd kunnen worden. Een van de andere gevolgen van de verhuizing is dat in een aantal gevallen gezinnen worden samengevoegd die nu niet in dezelfde woning verblijven. De asielzoekers vinden dit met het oog op de mogelijke verspreiding van het coronavirus ongewenst.

Noodverordening geldt niet voor woningen

De voorzieningenrechter is van oordeel dat een AZC niet onder de Noodverordening valt omdat de asielzoekers in woningen zijn gehuisvest. De Noodverordening geldt echter niet voor woningen. Bovendien geldt de bepaling waar de asielzoekers zich op beroepen voor samenkomsten en ook daar is volgens de rechter geen sprake van. Verder vindt de rechter dat het COA niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de verhuizing in coronatijd door te zetten. Binnen het AZC wordt voorlichting over preventie gegeven en er geldt een coronaprotocol. Het is vervolgens de eigen verantwoordelijkheid van de asielzoekers dat deze regels worden nageleefd, aldus de rechter. Zij heeft hieraan toegevoegd dat de situatie wellicht anders was geweest als er sprake zou zijn geweest van een coronabesmetting binnen het AZC, maar dat speelt niet.

Vraag om oordeel als bestuursrechter

De voorzieningenrechter was daarnaast ook gevraagd om als bestuursrechter een oordeel te geven over de weigering van de voorzitter van de veiligheidsregio Fryslân om de regels van de Noodverordening binnen het AZC te handhaven. Daarbij ging het inhoudelijk grotendeels om dezelfde argumenten als bij het kort geding tegen het COA aan de orde waren. Om procedurele redenen kwam de rechter niet toe aan een inhoudelijke behandeling van dit verzoek.

Uitspraken