28 maanden celstraf voor brandstichting in eigen winkels
In oktober 2013 werd er in de 2 aaneengesloten bedrijfspanden van de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. in Helmond brand gesticht. Hierdoor ontstond grote schade aan de winkels en de naastliggende panden. De man ontkende en zei dat hij niets te maken heeft met de brandstichting.
Bewijs
Uit camerabeelden kon worden afgeleid dat de brandstichter kort na middernacht op zijn fiets aankwam bij de panden, naar binnen ging, brand stichtte en zo’n 4 minuten later weer wegfietste. De identiteit van de brandstichter kon niet worden vastgesteld, maar wel is zeker dat het de verdachte niet was. Hij had een sluitend alibi voor het moment waarop de brand werd gesticht.
Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. kan het echter niet anders dan dat de verdachte de brandstichter in staat heeft gesteld de brand te stichten of dat hij hiervan op de hoogte was. De brandstichter had geen jerrycans met benzine bij zich, terwijl die later wel op prominente plekken in de panden zijn aangetroffen. Ook werden er 38 gaatjes in de toegangsdeur geboord, maar de brandstichter kon die in 4 minuten tijd nooit boren. Winkelmedewerkers verklaarden dat er geen jerrycans aanwezig waren en geen gaatjes in de deur zaten toen zij het pand ’s middags anderhalve dag voor de brand verlieten. De verdachte was de laatste die samen met een bekende op de dag voor de brand binnen was. Hij heeft zijn bestelauto die dag zo neergezet, dat het zicht van de beveiligingscamera’s werd ontnomen en niet te zien was wat er bij de toegangsdeur gebeurde. Daarnaast blijkt dat - zelfs met boorgaatjes - de toegangsdeur niet zonder sleutel kon worden geopend. De verdachte was de enige met sleutels.
De rechtbank oordeelt dat uit deze omstandigheden blijkt dat de verdachte de jerrycans in de winkels heeft gezet of liet zetten, dat hij de gaatjes heeft geboord of liet boren en de sleutel aan de brandstichter heeft gegeven. Ook heeft hij brandbaar materiaal zoals papier en karton bij de jerrycans gelegd. Volgens de rechtbank is er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de brandstichter. Daarom wordt de verdachte veroordeeld voor het medeplegen van die brandstichting. Na de brand deed hij aangifte van brandstichting bij zijn verzekeringsmaatschappijen om ten onrechte verzekeringspenningen te incasseren.
Geraffineerd
De rechtbank neemt het de verdachte in het bijzonder kwalijk dat hij op een geraffineerde wijze één en ander in scène heeft gezet om anderen doelbewust te misleiden en zelf buiten schot te blijven. Mede door de nietsontziende wijze waarop de brand is gesticht, hebben zijn panden en de naastliggende gebouwen schade opgelopen. De verdachte had alleen zijn persoonlijke belangen voor ogen en trok zich niets aan van de belangen van de eigenaren van de panden of van de brandweerlieden. Anderzijds is de man nooit eerder met justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. in aanraking geweest. De rechtbank weegt verder mee dat de verdachte weliswaar eigen voordeel beoogde, maar dat hij uiteindelijk zelf grote financiële schade heeft geleden en nog zal lijden door de brandstichting. Ook ziet de rechtbank in het tijdsverloop tussen het moment van aanhouding en het moment dat het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. de verdachte op zitting liet voorkomen, aanleiding om de eis van de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. (een celstraf van 30 maanden) enigszins te matigen.