Laden...

Automobilist veroordeeld voor fatale botsing met bromfiets in Esch

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Automobilist veroordeeld voor fatale botsing met bromfiets in Esch
's-Hertogenbosch, 19 januari 2026

Een 20-jarige man uit de gemeente Vught is door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld voor het veroorzaken van een ongeval waarbij een bromfietser om het leven kwam. Hij krijgt een maximale taakstraf van 240 uur en een rijontzegging van 365 dagen, waarvan 186 dagen voorwaardelijk.

De verdachte reed in juni 2024 met zijn auto over de openbare weg in Esch, parallel aan de snelweg A2. In tegengestelde richting kwam een bromfietser. De auto en de bromfiets botsten uiteindelijk frontaal op elkaar. De bestuurder van de bromfiets overleed in het ziekenhuis aan haar verwondingen. De politie stelde vast dat de verdachte vlak voor de botsing met een snelheid van 108 km/u moet hebben gereden. De maximumsnelheid ter plekke was 60 km/u.

Volgens de verdachte zag hij de bromfiets van een afstand rijden. Ondanks dat het een smalle weg met drempels en wegversmallingen was en dat het op dat moment schemerde, paste de verdachte zijn snelheid niet aan. Hij remde pas toen het slachtoffer dichtbij zijn auto was en zij om onduidelijke redenen niet voldoende rechts hield.

Door zo hard te rijden op zo een plek, heeft de verdachte het risico genomen dat hij niet meer tijdig en volledig kon reageren op de tegemoetkomende bromfiets en op een eventuele onverwachtse gedraging van die bromfietser. Een risico dat zich uiteindelijk ook heeft verwezenlijkt. Volgens de rechtbank was er sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag.

Beginnend bestuurder

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachte niet de verantwoordelijkheid nam die een bestuurder van een auto heeft ten opzichte van andere verkeersdeelnemers. En dat terwijl hij pas net een paar weken zijn rijbewijs had en verkeersveiligheid dus nog goed in zijn geheugen had mogen en moeten zitten. Dit neemt de rechtbank hem kwalijk.

De rechtbank realiseert zich dat de verdachte dit ongeval op geen enkele manier heeft gewenst, maar dat neemt niet weg dat door zijn rijgedrag levens ingrijpend en blijvend zijn veranderd. De nabestaanden moeten verder zonder hun dierbare.

Al met al komt de rechtbank – conform de eis van de officier van justitie – tot een maximale taakstraf en een deels voorwaardelijke rijontzegging.

Uitspraak