De rechtbank acht de verklaring van de mannen dat zij laptops en telefoons van iemand hebben gekocht en vervolgens de auto van een ander hebben geleend, ongeloofwaardig. Het is volgens de rechtbank onwaarschijnlijk dat de verdachten van iemand de buit van de ramkraak te koop krijgen aangeboden en vervolgens aan een ander een auto te leen vragen die kort na de ramkraak in de omgeving is gezien én waarin ook nog eens een jas ligt die door één van de daders van de ramkraak is gedragen. De rechtbank oordeelt dat er voldoende bewijs is dat de 3 mannen de ramkraak hebben gepleegd.
Bij het opleggen van de straffen weegt de rechtbank mee dat bij de ramkraak sprake was van veel geweld; er ontstond een enorme ravage in de winkel. De materiële schade is veel groter dan de waarde van de gestolen spullen. Daarnaast blijkt uit de wijze van uitvoering dat de ramkraak door de mannen is voorbereid: ze hebben eerder die nacht een auto gestolen, ze verkenden een dag tevoren de situatie rondom de winkel en ze hadden een adres waar zij diezelfde dag nog de buitgemaakte telefoons en laptop konden verkopen. De mannen lieten zich enkel leiden door financiële motieven en trokken zich niets aan van de gevolgen voor het slachtoffer. De 37-jarige man pleegde de ramkraak tijdens de proeftijd van een eerdere voorwaardelijke veroordeling en krijgt daarom een hogere celstraf dan de medeverdachten.