Huurder bierfiets moet na noodlottig ongeval schadevergoeding betalen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Huurder bierfiets moet na noodlottig ongeval schadevergoeding betalen
's-Hertogenbosch, 25 januari 2018

De eigenaar van een bedrijf dat bierfietsen verhuurt, heeft een huurder terecht aansprakelijk gesteld voor schade aan een bierfiets na een noodlottig ongeval. De huurder moet de eigenaar een bedrag van 4.681,50 euro betalen voor geleden schade. Dit bepaalde de rechtbank Oost-Brabant vandaag.

De man huurde met zijn vrienden een bierfiets in april 2015. Zij kwamen op een spoorwegovergang in Eindhoven in botsing met een trein. Een van de personen die op de fiets zat, overleed door de gevolgen van dit ongeval.
De eigenaar van de bierfiets verzocht de rechtbank om de huurder aansprakelijk te stellen voor de schade. Hij wilde in totaal ruim 16.500 euro hebben. Dit bedrag baseerde hij op de waarde van de fiets, de huur van een vervangende fiets tijdens de periode dat zijn fiets in reparatie was, transportkosten en kosten voor het ophalen van de fiets bij de politie.
De rechtbank oordeelde in september 2017 in een tussenuitspraak dat de huurder inderdaad aansprakelijk is, omdat hij in de getekende huurovereenkomst had afgesproken de fiets ongeschonden terug te brengen. Mocht dit niet gebeuren, dan zou hij opdraaien voor de kosten. In het tussenvonnis bepaalde de rechtbank daarnaast dat de eigenaar de schadepost nader moest toelichten. Over die schade oordeelde de rechtbank vandaag.

De schadevergoeding

De eigenaar van de fiets heeft geen bewijs kunnen leveren waarmee is vast te stellen wanneer de fiets is gebouwd. Dit is nodig om de dagwaarde te kunnen bepalen. De rechtbank houdt het er op dat het bouwjaar van de fiets onbekend is, maar dat de fiets in ieder geval niet na 2010 gebouwd is. Dit blijkt uit de stellingen van de eigenaar. De rechtbank stelt verder op basis van verklaringen van de huurder vast dat de fiets er niet splinternieuw uitzag, maar wel aan alle eisen voldeed. De rechtbank schat de waarde daarom op een kwart van de nieuwprijs: 4.500 euro. Daarnaast moet de huurder de kosten betalen voor het ophalen van de fiets bij de politie (181,50 euro). De eigenaar heeft niet kunnen aantonen dat hij kosten heeft gemaakt voor het huren van een vervangende fiets. Hiervoor krijgt hij dan ook geen geld.

Uitspraak

Meest gelezen berichten