De verdachte hield zich in juli 2024 op in de bosjes en sprak de twee meisjes aan toen zij langskwamen op hun fiets. Hij betastte het negenjarige meisje en liet haar aan zijn geslachtsdeel zitten. Het zevenjarige meisje liet hij toekijken.
De meisjes vertelden over het incident toen ze thuiskwamen. De verdachte ontkent alle betrokkenheid. De rechtbank vindt zijn verklaringen over de bewuste middag echter ongeloofwaardig. Hij verklaarde zeer wisselend over zijn bezigheden op die dag en over zijn aanwezigheid op de plaats delict. Uiteindelijk erkende de verdachte wel min of meer dat hij daar aanwezig was, maar verder liet hij het bij een ongemotiveerde ontkenning.
De verklaringen van de slachtoffers zijn daarentegen zeer geloofwaardig en worden ondersteund door ander bewijs. Zo nam de politie bijvoorbeeld één dag na het incident waar dat het gras op de plaats delict was platgetrapt en een week later werd de verdachte door een agent op dezelfde locatie aangetroffen. Ook het signalement van de dader, dat de meisjes afzonderlijk van elkaar gaven, komt overeen met dat van de verdachte. Zijn telefoon was bovendien op het bewuste moment op de plaats delict. En op camerabeelden is een persoon te zien die voldoet aan het signalement van de dader. De rechtbank stelt vast dat dit de verdachte is.