's-Hertogenbosch|

Man uit Reusel veroordeeld voor bezit kinder- en dierenporno

Een 50-jarige man uit Reusel is door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor het bezit en verspreiden van kinderporno en het bezit van dierenporno.

De politie nam in augustus 2013 na enkele meldingen van het Amerikaanse National Center for Missing and Exploited Children een harde schijf en een computer van de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. in beslag. Hierop stonden duizenden afbeeldingen met kinderporno. De verdachte heeft ook enkele van deze afbeeldingen verspreid via internet. Ook trof de politie dierenporno aan.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt het bezit van kinderporno buitengewoon verwerpelijk. Bij het maken van de afbeeldingen worden kinderen veelvuldig seksueel misbruikt en geëxploiteerd. Deze kinderen kunnen aanzienlijke psychische schade oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Door het verspreiden van de afbeeldingen via internet wordt de schade voor de jeugdigen vergroot, omdat beelden niet eenvoudig zijn te verwijderen. Voor de effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen de makers hiervan aan te pakken, maar ook degenen die de afbeeldingen downloaden, opslaan en verspreiden, zoals de verdachte. Door het verzamelen van kinderporno heeft de man bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Ditzelfde geldt ook voor het bezit van dierenporno.
De rechtbank legt een deels voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. op en koppelt daaraan een aantal bijzondere voorwaarden zoals een behandeling en reclasseringstoezicht.