Man vrijgesproken van liquidatie oom in Rosmalen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Man vrijgesproken van liquidatie oom in Rosmalen
's-Hertogenbosch, 14 november 2016

Een 24-jarige man uit Rosmalen is vrijgesproken van moord. Volgens de rechtbank Oost-Brabant zijn er onvoldoende bewijzen dat hij zijn oom heeft doodgeschoten.

Het slachtoffer liet op 2 december 2014 ’s avonds zijn hond uit, toen hij werd doodgeschoten. De officier van justitie vindt bewezen dat de neef van het slachtoffer de moord pleegde. Dit concludeert de officier op basis van het sporenonderzoek en getuigenverklaringen.

Onbetrouwbare getuigenverklaring

Eén getuige verklaarde dat hij na het schietincident een scooter had zien wegrijden vanuit de richting van de plaats delict en dat hij de bestuurder toen herkende als de verdachte, een vroegere buurjongen van de getuige. De rechtbank stelt vast dat de getuige op onderdelen wisselend of tegenstrijdig heeft verklaard. Het meest in het oog springend zijn de wisselende verklaringen over het al dan niet dragen van een helm door de bestuurder van de scooter. Eerst herinnerde de getuige zich niet of de bestuurder een helm droeg, later verklaarde hij dat deze een helm droeg met een gesloten, doorzichtig vizier. Volgens een vriend van de getuige droeg de scooterrijder inderdaad een helm. Dit zou betekenen dat de bestuurder na de liquidatie met een helm op, mogelijk met gesloten vizier, voorbij reed op een tijdstip dat de duisternis al was ingevallen. Onder die omstandigheden is het extra moeilijk om met voldoende zekerheid een persoon te herkennen. Ook vindt de rechtbank het opmerkelijk dat de getuige over de herkenning van de verdachte niets vertelde tegen familie en vrienden. De rechtbank concludeert daarom dat zijn verklaring onvoldoende betrouwbaar is om als bewijs te kunnen dienen.

DNA

De officier van justitie baseert zijn bewijsconstructie verder op matchende DNA-profielen op het vuurwapen dat nabij de plaats delict werd gevonden, een scooter die enkele uren na het incident vlakbij de woning van de verdachte werd aangetroffen en de schotresten op die scooter.
Volgens de rechtbank staat het vast dat de verdachte deze scooter op enig moment heeft gebruikt; zijn DNA zit op het dashboard en een handvat. Daarmee  staat echter nog niet vast,  dat het deze scooter was die vlak na het schietincident is gesignaleerd op de plaats delict en dat de verdachte toen de bestuurder was.
Het schotrestenonderzoek legt wel een vermoedelijk verband tussen de gevonden scooter en de geloste schoten, maar er is juist geen verband vastgesteld met de schotresten op de jas van de verdachte en het schietincident. Het DNA dat op het vuurwapen is aangetroffen, zou van de verdachte kunnen zijn, maar dit is niet met zekerheid vast te stellen. Bovendien gaat het – net als bij de scooter – om een verplaatsbaar voorwerp. Bij verplaatsbare voorwerpen moet men volgens de rechtbank extra behoedzaam zijn bij het trekken van conclusies uit het matchen van DNA-profielen. 

Onbevredigend

Volgens de rechtbank vindt dit ondersteunend technisch bewijs, ondanks zeer uitgebreid sporen- en getuigenonderzoek, onvoldoende steun in ander wettig bewijs. De rechtbank realiseert zich dat deze vrijspraak zeer onbevredigend is voor de nabestaanden van het slachtoffer. Zijn overlijden heeft hen veel leed bezorgd. Iemand die op zo’n brute wijze een ander doodschiet, mag een verdiende straf niet ontlopen. Een veroordeling van een verdachte moet in het strafrecht echter wel zijn gebaseerd op voldoende wettig en overtuigend bewijs. Voor de rechtbank is in dit geval niet zonder redelijke twijfel komen vast te staan dat de verdachte degene is geweest die de fatale schoten heeft gelost. Daarom spreekt de rechtbank hem vrij.

Uitspraken

Meest gelezen berichten