Prostitutievergunning Eindhoven blijft ingetrokken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Prostitutievergunning Eindhoven blijft ingetrokken
's-Hertogenbosch, 28 maart 2017

De vergunning voor een raamprostitutiebedrijf in Eindhoven blijft ingetrokken. Dat besliste de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant vandaag na een herhaald verzoek van de eigenaar.

De eigenaar van het bedrijf vroeg de bestuursrechter onlangs opnieuw naar de zaak te kijken nadat de burgemeester van Eindhoven zijn vergunning vorig jaar introk. De bestuursrechter oordeelde afgelopen januari in een eerder verzoek van de eigenaar dat de burgemeester de vergunning mocht intrekken.

De eigenaar moet, omdat dit een herhaald verzoek is, aantonen dat er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die hem bij zijn vorige verzoek niet bekend waren. Tijdens de vorige zitting bracht de eigenaar een aantal omstandigheden naar voren. Daarover vertelde de eigenaar ook op de zitting in januari, maar die informatie is toen door de bestuursrechter buiten beschouwing gelaten vanwege strijd met de goede procesorde. De eigenaar voerde deze informatie nu alsnog aan, zodat naar zijn zeggen ook de burgemeester kan reageren. Daarnaast vindt hij dat nu een onomkeerbare situatie dreigt te ontstaan, omdat de verhuurder zou hebben aangegeven de huurovereenkomst te willen ontbinden en hij zijn bedrijf dan echt kwijtraakt.

De bestuursrechter oordeelt dat er geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Vaststaat dat de informatie namelijk al bekend was tijdens de zitting in januari. Toen heeft de eigenaar de informatie te laat in de procedure aangevoerd, waardoor het wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing is gelaten. Door nu een nieuwe procedure aan te spannen, kan hij niet bereiken dat het toen te laat aangevoerde feit alsnog wordt beoordeeld. Ook de stelling dat de verhuurder volgens de eigenaar tot ontbinding van de huurovereenkomsten wil overgaan, levert niet een nieuw feit op. Dat betekent dat de rechtbank niet opnieuw een oordeel over het besluit velt.

Uitspraken

Meest gelezen berichten