Veroordeling voor doodsbedreigingen tijdens ruzie bij visvijver in Someren

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Veroordeling voor doodsbedreigingen tijdens ruzie bij visvijver in Someren
's-Hertogenbosch, 04 april 2019

De rechtbank Oost-Brabant heeft een 62-jarige man uit Someren veroordeeld voor doodsbedreigingen aan het adres van een vader en zijn 2 kinderen. Hij richtte een vuurwapen op hen en loste 2 schoten. De man krijgt een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. Ook moet hij zich verplicht laten behandelen voor zijn psychische problemen.

De verdachte beheert een visvijver in zijn woonplaats en kreeg in mei vorig jaar ruzie met een vader en diens 2 kinderen die daar aan het vissen waren. De verdachte richtte op enig moment zijn jachtgeweer op het groepje, zei dat hij hen zou doodschieten als ze niet zouden vertrekken en loste uiteindelijk 2 schoten.
Net als de officier van justitie gelooft de rechtbank niet dat de verdachte gericht op het gezin schoot. De verdachte stond namelijk dicht bij de man en zijn kinderen en de kogels kwamen - uit de richting - in de vijver terecht. Daarom wordt de verdachte vrijgesproken van een poging tot doodslag. Wel bedreigde hij de aanwezigen met de dood en zette zijn woorden kracht bij door 2 kogels af te vuren.

De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat de slachtoffers - onder wie twee kinderen van destijds 11 en 15 jaar - min of meer uit het niets geconfronteerd zijn met deze ernstige vorm van bedreiging. Dit had grote impact op hen. De kinderen moesten zich onder behandeling stellen van een deskundige om dit akelige voorval te kunnen verwerken. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachte een verboden vuurwapen en munitie in bezit had. Dit ongecontroleerde bezit van een wapen met munitie zorgt voor gevaar en voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.
De rechtbank vindt als uitgangspunt een celstraf van 8 maanden op z’n plaats. Er zijn echter omstandigheden die maken dat hiervan moet worden afgeweken. Volgens een psycholoog is er namelijk sprake van onder meer een neurocognitieve stoornis, lage intellectuele vaardigheden en kwetsbare persoonlijkheidstrekken waardoor de delicten in verminderde mate aan de verdachte kunnen worden toegerekend. Alles afwegende legt de rechtbank daarom een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke celstraf van 6 maanden op. Om te voorkomen dat de verdachte opnieuw de fout ingaat en om de verdachte hulp en steun te bieden voor zijn psychische problemen, koppelt de rechtbank aan het voorwaardelijke strafdeel reclasseringstoezicht en een verplichte behandeling.

Uitspraak

Meest gelezen berichten